2.2
Ten grondslag aan de door appellante ingediende klacht liggen, zoals blijkt uit de klaagschriften en de daarop door en namens appellante gegeven toelichting, de volgende verwijten:
Gezien in het licht dat [naam 1] in verband met de onder 1.10 en 1.11 vermelde memo’s tot tweemaal toe een persoonsgericht onderzoek heeft verricht en een assurance-opdracht heeft uitgevoerd, heeft [naam 1] inzake die memo’s
a. het professionaliteitsbeginsel geschonden omdat hij
1. het gezag van zijn accountantstitel in het maatschappelijk verkeer ten behoeve van zichzelf heeft ingezet;
2. geen hoor en wederhoor heeft toegepast;
3. niet heeft vermeld dat geen hoor en wederhoor is toegepast;
4. vaktechnische misslagen heeft begaan;
b. het integriteitsbeginsel geschonden omdat hij
1. betreffende memo’s niet mocht opstellen;
2. hoor en wederhoor had moeten toepassen;
3. niet heeft vermeld dat geen hoor en wederhoor is toegepast;
4. vaktechnische misslagen heeft begaan;
5. niet eerlijk en oprecht heeft opgetreden;
c. het objectiviteitsbeginsel geschonden omdat
1. de memo’s in feite ten behoeve van [naam 1] zelf zijn opgesteld;
2. appellante en haar dochterondernemingen niet in de gelegenheid zijn gesteld om te reageren op de zwaar negatieve conclusies over de jaarrekeningen van die partijen;
d. het beginsel van vakbekwaamheid en zorgvuldigheid geschonden omdat
1. hij verkeerde aannames heeft gedaan; onjuistheden heeft vermeld; gegevens over het hoofd heeft gezien; gegevens onbelicht heeft gelaten; ongefundeerde stellingen heeft ingenomen en overhaaste conclusies heeft getrokken;
2. hij geen hoor en wederhoor heeft toegepast;
3. hij niet heeft vermeld dat geen hoor en wederhoor is toegepast;
4. de memo’s een deugdelijke grondslag missen;
5. [naam 1] zijn dienst niet nauwgezet, grondig en tijdig heeft uitgevoerd.
[naam 1] was direct betrokken en [naam 1] en [naam 2] waren beiden functioneel betrokken, terwijl dit handelen en nalaten object van tuchtrechtelijke toetsing is, bij het volgende:
A. [naam 5] heeft in de procedures essentiële informatie achter gehouden (frustratie waarheidsvinding).
B. [naam 5] heeft civielrechtelijk onrechtmatig gehandeld en strafrechtelijk bezien een misdrijf begaan door zonder toestemming gebruik te maken van de knowhow en software van appellante.
In dat licht bezien hebben betrokkenen
a. het integriteitsbeginsel geschonden omdat zij
1. niet eerlijk en oprecht hebben opgetreden;
2. zij geen maatregelen hebben getroffen bij het vermoeden dat hun organisatie niet niet-integer optrad;
3. geen maatregelen hebben getroffen bij betrokkenheid met informatie die materieel onjuist, onvolledig of misleidend was;
waarbij bij dit onderdeel betrokkenen in ieder geval over en weer betrokken zijn bij elkaars niet-integer handelen;
b. het professionaliteitsbeginsel geschonden omdat zij
1. zich niet gehouden hebben aan de voor hen relevante wet- en regelgeving;
2. zich niet hebben onthouden van het handelen en nalaten dat de beroepsgroep in diskrediet kan brengen;
c. artikel 32 Besluit toezicht accountantsorganisaties (Bta) geschonden omdat zij
1. passende maatregelen hadden moeten nemen, gericht op het beheersen van de risico’s ten gevolge van het hiervoor onder B vermelde misdrijf;
2. het misdrijf hadden moeten melden bij de Autoriteit Financiële Markten (AFM).