De kantonrechter heeft in het in deze zaak gewezen tussenvonnis van 13 maart 2014 de feiten vastgesteld die zij tot uitgangspunt heeft genomen. Deze feiten zijn in hoger beroep niet in geschil en dienen derhalve ook het hof als uitgangspunt. Daarbij merkt het hof op dat grief 1 ziet op een correctie van de datum van indiensttreding van [geïntimeerde] bij [X] , waarmee [geïntimeerde] het blijkens de memorie van antwoord eens is. Samengevat en waar nodig aangevuld met andere feiten die als enerzijds gesteld en anderzijds niet of onvoldoende betwist zijn komen vast te staan, komen de feiten neer op het volgende.
• [geïntimeerde] is op 5 mei 2008 in dienst getreden bij [X] als heier voor 40 uur per week.
• [X] is een bedrijf dat damwandconstructies voor bouwkuipen, saneringen en definitieve grond- en waterkeringen verzorgt.
• In dat kader was [X] betrokken bij het plaatsen van een damwandkuip in het project Ronsseveld, 2e fase Parkeergarage, te Gouda.
• Het aanbrengen van een damwandkuip wordt verricht met afzonderlijke zogenaamde damwandplanken met een lengte van 16 meter. Deze damwandplanken bestaan uit stalen profielen die door een slot met elkaar worden verbonden.
Een damwandplank wordt vooreerst door een hijskraan annex trilkraan (140 ton) met een reikvermogen van circa 30 meter omhoog gehesen. Dit hijsen geschiedt met een hydraulische klem waarop een zogenaamd trilblok is geplaatst. Nadat de damwandplank is “aangepikt” laat de hijskraan de damwandplank de grond in zakken tussen de op de grond geplaatste stelgordingen. Op datzelfde moment worden de damwandplanken met een profiel, het slot, aan elkaar gezet.
• [geïntimeerde] had als taak om de gehesen damwandplanken met de hand te begeleiden tussen de op de grond geplaatste gordingen. Zodra de damwandplank tussen de gordingen en in het slot is geleid (en deze vanwege het gewicht enige meters in de grond is gezakt), zet de machinist van de hijskraan annex trilkraan het trilblok in werking om zo de damwandplank verder de grond in de brengen.
• Bij het intrillen van een dergelijke damwandplank op 30 november 2010 is een aan die damwandplank vastgevroren kluit aarde losgeraakt en op het hoofd/de schouders van [geïntimeerde] – die een helm droeg – terecht gekomen.
• Als werkinstructie teneinde het risico om geraakt te worden door vallende delen van een damwandplank zoveel mogelijk te voorkomen gold “niet direct onder een damwandplank te gaan staan”.
• [geïntimeerde] is sedert voornoemde dag arbeidsongeschikt voor het overeengekomen werk. Hij ontvangt thans een WGA-uitkering naar een arbeidsongeschiktheidspercentage van 80-100%.