3.2
[appellant] heeft in eerste aanleg verzocht om voor recht te verklaren dat het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig is gegeven en om Gourmet te veroordelen hem te betalen:
A. een vergoeding wegens onregelmatige opzegging van € 19.073,86 (het hof neemt aan) bruto, althans een in goede justitie te bepalen bedrag;
B. de transitievergoeding van € 18.774,-- bruto, althans een in goede justitie te bepalen bedrag;
C. een billijke vergoeding op grond van artikel 7:681 lid 1 sub a BW van € 100.000,-- netto, althans een in goede justitie te bepalen bedrag.
Hij heeft ter ondersteuning van zijn vordering gesteld dat hij op 16 februari 2017 ten onrechte op staande voet is ontslagen omdat zich geen dringende reden heeft voorgedaan.
[appellant] heeft voorts verzocht te bepalen dat Gourmet primair geen rechten kan ontlenen aan het concurrentie- en relatiebeding nu het eindigen van de arbeidsovereenkomst het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen van Gourmet, subsidiair deze bedingen geheel te vernietigen nu [appellant] door die bedingen onredelijk wordt benadeeld, althans meer subsidiair te bepalen dat die bedingen alleen betrekking hebben op Nederland en de bedingen te vernietigen voor zover die zien op het ontplooien van activiteiten buiten Nederland en de omgang met partijen als bedoeld in het relatiebeding buiten Nederland, althans meest subsidiair Gourmet te veroordelen tot betaling van een vergoeding als bedoeld in artikel 7:653 lid 5 BW.
[appellant] heeft verder verzocht Gourmet op straffe van verbeurte van een dwangsom te veroordelen tot betaling van het volledige hem toekomende salaris over de periode 1 tot en met 16 februari 2017 te vermeerderen met de wettelijke rente en de wettelijke verhoging en tot het opstellen en afgeven van een deugdelijke eindafrekening.
Tenslotte heeft [appellant] verzocht voor recht te verklaren dat Gourmet verplicht is tot het betalen van salarisverhogingen overeenkomstig de cao, Gourmet te veroordelen € 16.636,79 bruto, althans een in goede justitie te bepalen bedrag, te betalen als achterstallig salaris, voor recht te verklaren dat [appellant] geen boetes heeft verbeurd aan Gourmet dan wel op andere wijze onrechtmatig jegens haar heeft gehandeld, de opheffing van door Gourmet gelegde bewijs- en conservatoire beslagen te gelasten, Gourmet te veroordelen tot ongedaan making van alle gevolgen van die beslagen en Gourmet te veroordelen in de volledige kosten van de procedure.
3.8
De ontslagbrief van 16 februari 2017 luidt, voor zover van belang, als volgt:
“Hierbij bericht ik u dat u heden op staande voet bent ontslagen. De arbeidsovereenkomst met
Gourmet B.V. is derhalve met onmiddellijke ingang geëindigd.
Naar aanleiding van enkele recente gebeurtenissen en (ICT-)onderzoek, hebben wij moeten
vaststellen dat u zich schuldig maakt en/of heeft gemaakt aan overtreding van het
geheimhoudingsbeding (zoals opgenomen in de arbeidsovereenkomst met Gourmet B.V.) en (mede
daardoor) in strijd heeft gehandeld en handelt met de regels van goed werknemerschap. Meer in het
bijzonder gaat het om het volgende.U bent met Gourmet B.V. in uw arbeidsovereenkomst een geheimhoudingsbeding overeengekomen
(artikel 12 van uw arbeidsovereenkomst) en een daaraan gekoppeld boetebeding (artikel 15
arbeidsovereenkomst). Uit het verrichte onderzoek in uw zakelijk e-mailadres ( [e-mailadres] ) is
komen vast te staan dat u zich schuldig heeft gemaakt/maakt aan het overtreden van voornoemd
geheimhoudingsbeding. Dat blijkt onder meer uit het volgende;
-het op 13 januari 2017 heimelijk, dus zonder medeweten en voorafgaande toestemming van
Gourmet, per e-mail verzenden van vertrouwelijke bedrijfsinformatie aan het Belgische bedrijf
[naam bedrijf] (hierna: ‘ [A] ’), onze klant en ook concurrent;
- het op 13 januari 2017 heimelijk, dus zonder medeweten en voorafgaande toestemming van
Gourmet, per e-mail verzenden van een document met gevoelige informatie omtrent leveringen,
volume en prijzen van een belangrijke relatie van Gourmet B.V., te weten Albert Heijn, naar onze
klant en ook concurrent [A] . Deze informatie was onder strikte vertrouwelijkheid door
Albert Heijn ter beschikking gesteld aan Gourmet BV. Voor het verkrijgen van deze informatie is
nota bene door u namens Gourmet B.V. een geheimhoudingsverklaring (‘NDA’) ondertekend op
grond waarvan de verkregen informatie op geen enkele manier buiten Gourmet BV. gebracht
mocht worden. Dit heeft u echter wel gedaan door deze informatie aan [A] te zenden op
13 januari 2017;
- het zonder onze toestemming buiten de organisatie brengen van bedrijfsgegevens en -informatie
alsmede interne informatie over en van klanten van Gourmet B.V., onder andere door deze naar
uw privé e-mailadres en het e-mailadres van uw echtgenote te zenden.
Bovenstaande is niet alleen in strijd met het overeengekomen geheimhoudingsbeding zoals bepaald
in artikel 12 van de arbeidsovereenkomst, maar ook in strijd met hetgeen van u als goed werknemer
mag worden verwacht (art. 7:611 BW).
Wij en het door ons ingeschakelde onderzoeksbureau Levent lnvestigations B.V. (de heren [B]
en [C] ) hebben hierover met u op donderdag 16 februari 2017 uitvoerig
gesproken, u geconfronteerd met voornoemde bevindingen en u om uw reactie gevraagd.
Wij hebben de bevindingen en uw reactie hierop intern besproken en hebben ons beraden. Het door u
gevoerde verweer en/of commentaar gaf geen aanleiding tot een andere beslissing dan u op staande
voet te ontslaan vanwege voornoemde redenen als bedoeld in artikel 7:677/678 BW. Bij dit besluit
hebben wij tevens uw persoonlijke omstandigheden en ook de geschiedenis die u met ons bedrijf
heeft betrokken. Daarbij speelt een rol dat u in 2008, toen u nog tot 31 augustus 2008 bij ons in dienst
was, met het Zweedse bedrijf Almhaga heimelijk, dus zonder dat het ons bekend was, (financiële)
afspraken had gemaakt over het door u verstrekken van bij ons opgedane kennis en vaardigheden
aan Almhaga om het beleveringsaandeel aan het Zweedse bedrijf ICA (een grote klant van Gourmet
B.V.) te vergroten ten koste van Gourmet B.V. U hebt in 2008 ontslag genomen en in 2010 verzocht
weer bij ons te komen werken, hetgeen wij hebben toegestaan als tweede en laatste kans en onder
de voorwaarde dat uw handelwijze zoals met Almhaga niet nog een keer mocht plaatsvinden. Wij
beschouwen de schending van het geheimhoudingsbeding als hiervoor beschreven tevens als een
herhaling van hetgeen u toen met Almhaga heeft gedaan, te weten het heimelijk bedrijfsinformatie
doorspelen naar een concurrent, kennelijk met het doel om er zelf financieel beter van te worden en
ten nadele van ons bedrijf. U zult het dan ook begrijpen dat vanwege de geschiedenis met u, wij tot
ons besluit zijn gekomen.
Op grond van ons onderzoek en hetgeen u verklaard heeft, kunnen wij op geen enkele manier meer
het vertrouwen hebben in de voortzetting van de arbeidsrelatie met u. U heeft het vertrouwen dat wij in
u hadden en mochten hebben, gezien uw positie binnen ons bedrijf, op grove wijze geschonden.
Wij zijn van oordeel dat de hierboven genoemde redenen zowel ieder voor zich en dus helemaal alle
tezamen in onderling verband beschouwd, kwalificeren als een dringende reden voor ontslag op
staande voet. Dat betekent dat wij u heden ook op staande voet zouden hebben ontslagen indien zich
slechts één of enkele van de genoemde redenen zouden hebben voorgedaan of wanneer meerdere van deze redenen zich in een andere volgorde of samenstelling zouden hebben voorgedaan. (…)”
Gourmet heeft met betrekking tot de [appellant] verweten gedragingen nader aangevoerd dat het afwijkend gedrag van [appellant] begin 2017 - hij ruimde gehaast zijn bureau op, kopieerde informatie van de Gourmet computer en telefoneerde regelmatig buiten het gebouw van Gourmet - en de mededeling van een vertegenwoordiger van een zaadfirma dat een Belgisch bedrijf een nieuw kweeksysteem, dat Gourmet bedacht en in ontwikkeling had, zou gaan proberen mede gezien haar ervaring met betrekking tot de samenwerking van [appellant] met Almhaga in het verleden, voor haar aanleiding was onderzoek te doen naar de activiteiten van [appellant] . Zij plaatste apparatuur waarmee zij het zakelijke e-mail verkeer van [appellant] kon controleren. Zo heeft Gourmet kort na 13 januari 2017 ontdekt dat [appellant] op 13 januari 2017 vanaf zijn e-mail account bij Gourmet per e-mail aan [A] , eigenaar van het Belgische bedrijf [naam bedrijf] (hierna: [A] ) een Excel-bestand had gestuurd waarop specifieke bedrijfsinformatie (betreffende leveringen, volume en prijzen) stond die Gourmet gekregen had van Ahold European Sourcing BV (hierna: Ahold). Gourmet, daarbij vertegenwoordigd door [appellant] die de desbetreffende geheimhoudingsovereenkomst heeft ondertekend, had zich op 9 mei 2014 jegens Ahold verplicht de desbetreffende informatie geheim te houden. [A] is een belangrijke klant van Gourmet maar, zo voert zij aan, ook een concurrent. Zij levert net als Gourmet aan groothandelaren en supermarkten uien, sjalotten en knoflook. Volgens Gourmet had [appellant] in januari 2017 het voornemen ontslag bij haar te nemen en samen met [A] een concurrerend bedrijf te starten. Dat blijkt ook uit WhatsApp-berichten die zij na het ontslag op staande voet heeft ontdekt.
3.10
Evenals de kantonrechter, is het hof van oordeel dat [appellant] met het doorsturen van de van Ahold verkregen informatie aan [A] een dringende reden voor ontslag op staande voet heeft gegeven. Hem kan daarvan mede gelet op zijn functie een ernstig verwijt worden gemaakt. Aan de ernst van dat verwijt doen de persoonlijke gevolgen die het ontslag op staande voet volgens [appellant] voor hem heeft gehad en mogelijk nog heeft, niet af. Het was [appellant] bekend dat Gourmet zich jegens Ahold had verplicht de desbetreffende informatie geheim te houden - hij had immers zelf de geheimhoudingsovereenkomst getekend - en dat het dus niet geoorloofd was die informatie aan derden ter beschikking te stellen. Dat Ahold de geheimhoudingsovereenkomst (althans het in het geding gebrachte exemplaar daarvan) niet heeft ondertekend, betekent, anders dan [appellant] nog heeft gesuggereerd, niet dat Ahold Gourmet niet aan de geheimhouding, waartoe Gourmet zich door ondertekening van de geheimhoudingsovereenkomst heeft verplicht, kan houden. Ook het argument dat de informatie door Ahold wel als gevoelig wordt beschouwd maar het in feite niet is, gaat - wat daarvan zij -niet op. Nu Gourmet zich had verplicht dat zij de desbetreffende informatie onder zich zou houden, was het niet aan Gourmet, en dus evenmin aan [appellant] , te bepalen of de informatie nog geheim was of langer geheim moest blijven. Uit de in de geheimhoudingsovereenkomst opgenomen uitlooptijd van twee jaar volgt niet dat de informatie maar twee jaar geheim of concurrentiegevoelig was, maar dat de geheimhoudingsverplichting nog twee jaar bleef bestaan nadat het project in het kader waarvan de informatie werd verstrekt, zou zijn geëindigd, zoals Gourmet ook aanvoert. De stelling van [appellant] dat de door Ahold verstrekte informatie niet heeft geleid tot enig project, betekent, wat daarvan ook zij, niet dat het project op 13 januari 2017 reeds twee jaar eerder beëindigd was. De vraag of Ahold een klant of een relatie zoals bedoeld in het geheimhoudingsbeding van artikel 12 van de arbeidsovereenkomst van Gourmet was, is, anders dan [appellant] betoogt, niet van belang. Het verwijt van Gourmet betreft niet alleen het overtreden van het in de arbeidsovereenkomst opgenomen geheimhoudingsbeding maar ook het handelen in strijd met [appellant] verplichtingen als goed werknemer door het bewust overtreden van een specifieke geheimhoudingsovereenkomst. Dat Gourmet geen melding van de overtreding van de geheimhoudingsovereenkomst aan Ahold heeft gedaan, is voor de beoordeling van de gedragingen van [appellant] niet van belang.
3.14
Het in artikel 14 van de arbeidsovereenkomst opgenomen concurrentiebeding verbiedt [appellant] - kort gezegd - om binnen twee jaar na beëindiging van het dienstverband in Europa werkzaam of betrokken te zijn bij enige onderneming met activiteiten op het terrein gelijk aan of concurrerend met de onderneming van Gourmet. Artikel 13 betreft een relatiebeding. De kantonrechter heeft in de bestreden beschikking op het verzoek van [appellant] te bepalen dat Gourmet aan deze bedingen geen rechten kan ontlenen, althans deze geheel of gedeeltelijk te vernietigen, het concurrentiebeding beperkt tot één jaar (tot 17 januari 2018) en het verzoek van [appellant] met betrekking tot het relatiebeding afgewezen. Gourmet verzet zich in incidenteel appel tegen deze beperking. [appellant] verzoekt in hoger beroep zijn verzoeken met betrekking tot relatie-en concurrentiebeding alsnog (gewijzigd) toe te wijzen in die zin dat [appellant] primair verzoekt te bepalen dat Gourmet aan het relatie- en concurrentiebeding geen rechten kan ontlenen, subsidiair verzoekt deze geheel of gedeeltelijk te vernietigen en meer subsidiair, bij instandhouding van het relatie- en/of concurrentiebeding, deze geografisch te beperken tot Nederland, althans Nederland, Zweden en Finland, zijnde landen waarmee Gourmet substantiële handelsactiviteiten ontplooit. Meest subsidiair verzoekt [appellant] Gourmet te veroordelen tot betaling van een vergoeding krachtens artikel 7:653 lid 5 BW. Voor zover het primaire en subsidiaire verzoek ten aanzien van het concurrentiebeding worden afgewezen verzoekt [appellant] in hoger beroep te bepalen dat het concurrentiebeding slechts werking heeft voor de teelt, verpakking en in- en verkoop van droge uien, sjalotten, alsmede droge en verse knoflook en niet ziet op andere producten in de AGF-branche, waaronder uitdrukkelijk begrepen bosuien en wortelen. Voor zover het primaire en subsidiaire verzoek ten aanzien van het relatiebeding worden afgewezen verzoekt [appellant] in hoger beroep te bepalen dat het relatiebeding slechts werking heeft ten aanzien van die relaties van Gourmet die aantoonbaar in de jaren 2015 en 2016 tenminste 12 keer per jaar een zakelijke transactie met Gourmet zijn aangegaan met een minimale financiële waarde van totaal € 500.000,-- per jaar. [appellant] betwist dat hij kennis heeft van bedrijfsgevoelige informatie en stelt dat de informatie die hij had is verouderd en bovendien ingeleverd dan wel vernietigd is. Het is [appellant] voorts niet gelukt een baan buiten de branche, waarin Gourmet werkzaam is, te vinden. Onduidelijk is voorts wie onder de relaties van Gourmet, bedoeld in het relatiebeding moeten worden verstaan.