Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 15 januari 2019 in de strafzaak onder parketnummer 13-682013-17 tegen
[verdachte]
,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1994,
adres: [adres] .
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van
8 december 2020 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsvrouw naar voren is gebracht.
Tenlastelegging
Gelet op de in eerste aanleg door de rechtbank toegelaten wijziging is aan de verdachte tenlastegelegd dat:
hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 9 april 2014 tot en met 11 juni 2017 te [plaats] , in elk geval in Nederland, (telkens) opzettelijk en wederrechtelijk in een (gedeelte van) een geautomatiseerd werk, te weten
- een computer en/of I-pad, in elk geval een [account 1] en/of een [account 2] en/of [account 3] en/of een [account 4] en/of [account 5] toebehorende aan [benadeelde]
- een computer en/of I-pad, in elk geval een [account 4] en/of [account 2] en/of [account 1] toebehorende aan [slachtoffer]
is binnengedrongen met behulp van valse signalen of een valse sleutel, te weten een onrechtmatig verkregen wachtwoord van die [benadeelde] en/of [slachtoffer] .
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.
Vonnis waarvan beroep
Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof met betrekking tot de bewijsvraag tot een andere beslissing komt dan de rechtbank, mede naar aanleiding van de verklaring van een eerst in hoger beroep gehoorde getuige.
Vordering advocaat-generaal
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte van het tenlastegelegde zal worden vrijgesproken.
Vrijspraak
De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachte van het tenlastegelegde moet worden vrijgesproken. Daarbij is er op gewezen dat de verdachte stellig ontkent dat hij degene is geweest die heeft ingelogd op de accounts van de aangeefsters [benadeelde] en [slachtoffer] . Dat dit inloggen (mogelijk) wel heeft plaatsgevonden vanaf het IP-adres dat in zijn woning in gebruik is, wil nog niet zeggen dat hij ook degene is geweest die daadwerkelijk heeft ingelogd. Er kwamen bij de verdachte regelmatig vrienden over de vloer die eveneens gebruik hebben gemaakt van het wifi-netwerk van de woning met hetzelfde IP-adres en van zijn computer. Daarom is er ruimte voor twijfel of de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de tenlastegelegde computervredebreuk, aldus de verdediging.
Het hof overweegt als volgt.
Op grond van het dossier staat vast dat er in de tenlastegelegde periode herhaaldelijk is ingelogd op e-mail-accounts van aangeefster [benadeelde] en eenmaal op het [account 4] van aangeefster [slachtoffer] vanaf IP-adressen die gekoppeld waren aan het woonadres van de verdachte in [plaats] . Daarnaast is het e-mailadres van aangeefster [benadeelde] bij onderzoek aangetroffen in de ‘carved data’ en in een ‘swapfile.sys’ bestand van de computer die bij de verdachte in gebruik was, terwijl er met dat apparaat blijkens de internethistorie diverse websites zijn bezocht die betrekking hadden op het achterhalen van account gegevens van andere personen. Deze feiten en omstandigheden wijzen (sterk) in de richting van een scenario waarin het de verdachte is geweest die heeft ingelogd op de accounts van beide aangeefsters.
Er zijn echter ook contra-indicaties. Zo is ook vast komen te staan dat bij enkele pogingen om in te loggen op een account van aangeefster [benadeelde] gebruik is gemaakt van IP-adressen die niet tot de verdachte zijn te herleiden, waaronder een IP-adres dat gekoppeld kan worden aan een geheel andere, niet met de verdachte in verband te brengen plaats (Medemblik). Voorts is er een keer op de accounts van aangeefster [benadeelde] ingelogd vanaf een ‘ASUS Zenfone’. De verdachte heeft betwist ooit een telefoon van dat merk in zijn bezit te hebben gehad, terwijl de moeder van de verdachte als getuige bij de raadsheer-commissarisheeft verklaard dat zij de verdachte nooit met een telefoon van dat merk heeft gezien en een dergelijke telefoon bij de doorzoeking van de woning van de verdachte evenmin is aangetroffen. Daarnaast heeft de moeder van de verdachte ten overstaan van de raadsheer-commissaris verklaard omtrent zeven – bij naam genoemde – vrienden van de verdachte die allemaal in [plaats] woonden en in de tenlastegelegde periode bij de verdachte thuis over de vloer kwamen. Deze vrienden beschikten allemaal over hun eigen telefoon en het wifi-wachtwoord van het woonadres en hebben, op twee na, allemaal bij de aangeefster [benadeelde] in de klas gezeten. Tot slot heeft de verdachte verklaard dat een vriend die [studie] studeerde hem wilde laten zien hoe gemakkelijk hacken is en hem daartoe op de computer websites laten zien, maar ook niet meer dan dat heeft gedaan. Deze verklaring kan op grond van het voorliggende dossier niet als onaannemelijk terzijde worden geschoven.
Dit alles, bezien in samenhang met de stellige ontkenning van de verdachte, brengt het hof tot de conclusie dat niet met een voor een bewezenverklaring vereiste mate van zekerheid kan worden vastgesteld dat de verdachte degene was die zich schuldig heeft gemaakt aan de tenlastegelegde computervredebreuk. Om die reden zal het hof hem daarvan vrijspreken.
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde]
De benadeelde partij [benadeelde] heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding van € 500,00. De vordering is bij vonnis waarvan beroep toegewezen en mitsdien in hoger beroep opnieuw aan de orde. De verdachte wordt echter niet schuldig verklaard ter zake van het tenlastegelegde handelen waardoor de gestelde schade zou zijn veroorzaakt. De benadeelde partij kan daarom in de vordering niet worden ontvangen en haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.
BESLISSING
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde]
Verklaart de benadeelde partij [benadeelde] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding.
Bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder hun eigen kosten dragen.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. J.J.I. de Jong, mr. N.A. Schimmel en mr. J.W.P. van Heusden, in tegenwoordigheid van
mr. J. Mulder, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van
17 december 2020.
De voorzitter is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.