Op verzoek van de burgemeester is door Bureau Berenschot (hierna: Berenschot) jegens het raadslid een feitenonderzoek ingesteld. Dit naar aanleiding van twee klachten over het raadslid, ingediend door andere raadsleden, betrekking hebbend op het vermoeden van lekken van informatie naar de pers over de benoeming van de waarnemend burgemeester en ongewenst gedrag en ongepaste uitlatingen tegenover andere raadsleden op een afscheidsreceptie die na het telefoongesprek heeft plaatsgevonden.
Berenschot heeft in het kader van haar onderzoek onder meer acht interviews afgenomen en de opname van het door de journaliste opgenomen telefoongesprek beluisterd.
Berenschot heeft haar bevindingen neergelegd in een rapport van 27 maart 2015 (productie 2 bij conclusie van antwoord). De conclusie van het rapport luidt, voor zover relevant, dat “Op basis van de feitenreconstructie en de toetsing daarvan aan het de geldende bepalingen zoals die door de gemeente [naam gemeente] (dienen te) worden gehanteerd, kan worden geconcludeerd dat het raadslid in beide gevallen de gedragsregels over integer handelen door raadsleden heeft geschonden.”
In het rapport is over de klacht met betrekking tot het vermoeden van lekken van informatie onder meer vermeld: “(…) Tegen het raadslid is een klacht ingediend omdat er aanwijzingen waren dat het raadslid met een journalist heeft gesproken over de benoeming (…) en hij aanwijzingen heeft gegeven die het voor de journalist mogelijk maakte om de naam van de voorgedragen burgemeester te achterhalen. Onderstaand volgt een chronologische reconstructie van de gebeurtenissen. (…)
Op dinsdag 4 november 2014 vindt (....) een bijeenkomst plaats met de benoemingscommissie en de CdK [Commissaris van de Koning; toevoeging hof] (…). (...) [naam raadslid] doet tijdens de vergadering navraag naar de vertrouwelijkheid. De CdK vraagt met klem de benoeming geheim te houden. Eén van de commissieleden noemt nogmaals expliciet het besluit van de commissie dat de leden de naam van de waarnemend burgemeester voor zich zullen houden. Kort na het weekend zou de naam openbaar worden gemaakt. (…)
Op zaterdag 8 november 2014 voert (…) [naam raadslid] een telefoongesprek met een journalist (…). Het gesprek wordt zonder dat (…) [naam raadslid] het weet opgenomen. (…) Na ruim 26 minuten (aan het einde van het gesprek) stelt de journalist de benoeming van de waarnemend burgemeester aan de orde. (…) [naam raadslid] stelt dat (…) is afgesproken om de naam nog niet te noemen en stelt daarbij dat er in feite geen geheimhouding op rust omdat het de benoeming yan een waarnemer betreft. Het raadslid geeft aan dit nadrukkelijk besproken te hebben met de CdK, die hem wel vroeg geheimhouding te betrachten. (...) Hij noemt tijdens het gesprek geen naam. In het gesprek zegt het raadslid dat de (…) informatie wel onder hen moet blijven. Ook benadrukt hij tenminste vier keer dat de journalist de informatie niet mag gebruiken voor in de krant. (...)
De journalist stelt vele vragen en het raadslid geeft antwoord. In de antwoorden schetst het raadslid het profiel van een geschikte kandidaat voor [naam gemeente] : iemand die bekend is met [naam gemeente] , de politieke verhoudingen in de BRU, Utrecht en tramvervoer. Het raadslid geeft tijdens het gesprek verschillende kenmerken van de voorgenomen waarnemend burgemeester: dat deze al twee jaar als waarnemend burgemeester op verschillende doch minstens drie plekken werkzaam is geweest, dat dit vooral gemeenten in de regio en eventueel [naam gemeente] betrof, dat deze per 1 december 2014 kan starten, dat het iemand kan zijn uit de hoek Houten/Zeist, en afsluitend dat het een vrouw zou kunnen zijn. (…) De journalist gaat met een collega op basis van de in het gesprek verzamelde informatie puzzelen wat de naam van de waarnemend burgemeester zou kunnen zijn. (…)
Op zondag 9 november belt één van de journalisten met de burgemeester. (…) Op basis van (…) besluit de burgemeester (…) vervroegd een persbericht uit te vaardigen om de naam (…) bekend te maken. (…) Na het verschijnen van het persbericht belt één van de journalisten met de voorzitter van de benoemingscommissie (…). In het gesprek (…) wordt het de voorzitter duidelijk dat een van de fractievoorzitters met de journalist heeft gesproken. De voorzitter vraagt of het een raadslid was en noemt een naam, die door de journalist wordt bevestigd. (…)
Op maandag 10 november vindt een bijeenkomst plaats van de fractievoorzitters (…). (…) [naam raadslid] is daarbij aanwezig. Tijdens de bijeenkomst vragen de voorzitter (…) en (…) of iemand van hen met de pers heeft gesproken over het voornemen van de benoeming (…). Alle aanwezigen ontkennen hierover met de pers gesproken te hebben. (…)
Op dinsdag 11 november 2014 (…) stuurt (…) [naam raadslid] een e-mail aan de voorzitter (…). Daarin stelt hij op (…) 8 november 2014 (…) belaagd te zijn door de journalist (…). In de mail schrijft het raadslid tevens dat hij, als antwoord op de vraag van de commissie, dat weekend met de pers heeft gesproken, maar stelt dat dat in een andere context was waarover hij in de mail niet wil spreken.
In de dagen die volgen wordt breder bekend dat er opnamen zijn van het gesprek tussen het raadslid en de journalist. Een van de fractievoorzitters krijgt van de journalist delen van de opname te horen. (…)”.