Bovendien heeft [appellant] niet weersproken dat [geïntimeerden] c.s. een correcte transcriptie hebben overgelegd van fragmenten van een bespreking op 9 april 2014 bij het accountantskantoor dat toen al ruim tien jaar de jaarrekeningen van Wimed opstelde.
Deze fragmenten zijn ontleend aan een door [appellant] zelf aan het dossier toegevoegde usb-stick met heimelijk gemaakte geluidsopnamen van die bespreking. Voordat [geïntimeerde1] arriveert, bespreken [E] en [appellant] het volgende:
[E] : "En die VOF [appellant] die werkt toch niet. Wat moet [geïntimeerde1] in godsnaam met jou in die VOF. (…)hij werkt er niet in."
[appellant] : "Nee nee nee maar een back up zo moet je het zien. Een maand of twee maand dat je even niks hebt. Snap je wat ik bedoel. Dat ik wel maandelijks alles kan betalen. Zo bedoel ik dat."
[E] : Ja op het moment dat je het zelfstandig doet dan zal je je eigen broek op moeten houden. Dan zal het qua liquiditeit af en toe best wel even moeilijk zijn."
[appellant] : "Ja precies dan ben ik niet meer de snelle betaler aan mijn mensen die voor mij werken of de fabrikanten/leveranciers."
Enige tijd nadat [geïntimeerde1] is gearriveerd, wordt onder meer gezegd:
[E] : "Maar als ik dat zeg [geïntimeerde1] . Heb jij een waarde om in die VOF te zitten nog steeds?"
[geïntimeerde1] : "Nee ik heb toentertijd is [appellant] bij mij gekomen met de vraag he [C] stapt eruit, wil jij dat overnemen."
[E] : "En dat heb je gedaan."
[geïntimeerde1] : "dat heb ik gedaan." (…)
[E] : "Jij hebt hem geholpen. Daar komt het een beetje op neer."
[appellant] : "Ja tuurlijk. Het was in 2010 wat ik je ook nog even kort uitlegde. Je hebt betalingsverplichtingen en die heb ik netjes voldaan aan iedereen maar ik kom zelf te kort. En soms komt dat in een keer weer terug maar dat is de betalingsverkeer. Nou dat is alleen maar erger geworden. En daardoor heb ik met [geïntimeerde1] dus ook gesproken en in deze constructie zijn we dan terechtgekomen dat ik dan wel de maandelijkse opname krijg maar dat ik die netjes weer terugbetaal."
Uit deze gespreksfragmenten blijkt niet dat [geïntimeerden] c.s. binnen Wimed de macht naar zich hebben toegetrokken. Wel blijkt hieruit dat [appellant] financiële zekerheid bij [geïntimeerde1] zocht en vond in de vorm van een maandelijks - weer terug te betalen - inkomen om aan zijn verplichtingen te kunnen voldoen.
Dat partijen met de participatie van [geïntimeerde1] in Wimed in feite een arbeidsovereenkomst voor ogen heeft gestaan blijkt hieruit niet. Dat verdraagt zich ook niet met de terugbetalingsverplichting.