GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
afdeling civiel recht, handel
zaaknummer gerechtshof 200.248.026
(zaaknummer rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem 6797542)
Beschikking van 18 februari 2019
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
Bidfood B.V.,
gevestigd te Ede,
verzoekster in het hoger beroep,
in eerste aanleg: verweerster,
hierna: Bidfood,
advocaat: mr. J.E. van der Wolf,
[Geïntimeerde]
,
wonende te [Woonplaats] ,
verweerder in het hoger beroep,
in eerste aanleg: verzoeker,
hierna: [Geïntimeerde] ,
advocaat: mr. B.M.T.G. Bakker-van Klaren.
2 Het geding in hoger beroep
2.1
Het verloop van de procedure in hoger beroep blijkt uit:
- het beroepschrift met producties, ter griffie ontvangen op 16 oktober 2018;
- het verweerschrift;
- de op 18 januari 2019 gehouden mondelinge behandeling, waarbij beide partijen pleitnotities hebben overgelegd.
2.2
Na afloop van de mondelinge behandeling heeft het hof beschikking bepaald op
1 maart 2019 of zoveel eerder als mogelijk is.
2.3
Bidfood heeft in haar hoger beroepschrift het hof verzocht, voor zover de wet dat toelaat uitvoerbaar bij voorraad, de bestreden beschikking te vernietigen, [Geïntimeerde] alsnog niet-ontvankelijk te verklaren in zijn verzoek, althans hem dit te ontzeggen, [Geïntimeerde] te veroordelen om aan Bidfood terug te betalen het in het beroepschrift genoemde bedrag, zijnde al hetgeen Bidfood uit hoofde van de beslissing van de kantonrechter aan hem heeft voldaan, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van betaling, althans vanaf de dag van het beroepschrift tot de dag der voldoening, met zijn veroordeling in de kosten van de beide instanties.
2.4
[Geïntimeerde] heeft verweer gevoerd en het hof verzocht om bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren beschikking Bidfood niet-ontvankelijk te verklaren in haar verzoeken, althans deze af te wijzen, de beschikking van de kantonrechter te bekrachtigen en Bidfood te veroordelen in de kosten van het hoger beroep.
3 De feiten
Het hof gaat uit van de volgende feiten.
3.1
[Geïntimeerde] is op 27 maart 2000 bij Bidfood in dienst getreden als chauffeur
tegen een salaris van laatstelijk € 1.856,16 bruto per vier weken. Op de arbeidsovereenkomst zijn de cao Groothandel en Levensmiddelen en de Deli XL aanvullende collectieve arbeidsovereenkomst van toepassing.
3.2
Bidfood heeft een reorganisatie doorgevoerd, aangeduid als het project “Hart van Nederland”. Op 23 juni 2017 heeft Bidfood in het kader van deze reorganisatie een adviesaanvraag aan de ondernemingsraad voorgelegd betreffende het per 1 januari 2018 staken van haar distributieritten vanuit de locatie Ede (waar [Geïntimeerde] werkzaam was). Als gevolg hiervan is het werk van alle 21 bij deze locatie werkzame chauffeurs komen te vervallen. De ondernemingsraad van Bidfood heeft ingestemd met deze reorganisatie.
3.3
Bidfood heeft de door de reorganisatie vervallen distributieritten ondergebracht bij een extern vervoersbedrijf, het transportbedrijf Cornelissen Groep (Cornelissen). Met Cornelissen is door Bidfood afgesproken dat alle 21 chauffeurs een aanbod tot indiensttreding zouden krijgen, met behoud van hun anciënniteit.
3.4
In verband met de reorganisatie is Bidfood in overleg getreden met CNV Vakmensen.nl (CNV) over een sociaal plan. Op 22 september 2017 is er een sociaal plan tot stand gekomen tussen Bidfood en CNV. Tijdens de ledenvergadering van 26 september 2017 hebben de leden van CNV ingestemd met het sociaal plan.
In het sociaal plan staat onder meer het volgende:
“3.3 Wijziging
Indien tijdens de werkingsduur van dit Sociaal Plan wijzigingen en/of onvoorziene omstandigheden plaatshebben, bijvoorbeeld relevante wijzigingen in wet- en regelgeving, en die effect hebben op de uitvoering van dit Sociaal Plan zullen partijen tijdig in overleg treden over wijziging van dit Sociaal Plan en het treffen van een voor alle partijen aanvaardbare oplossing.
4.1
Boventalligheid
Bij het vaststellen van boventalligheid van de medewerker kunnen de volgende situaties zich
voordoen:
4.2
Aanzegging boventalligheid
De medewerker die als gevolg van de organisatiewijzigingen boventallig wordt, wordt van die boventalligheid zowel mondeling als schriftelijk zo tijdig als mogelijk op de hoogte gesteld. De medewerker wordt formeel als boventallige aangemerkt vanaf de datum van de schriftelijke bevestiging van het aanzeggingsgesprek.
7 Beëindiging dienstverband
7.1
Procedure
Indien intern herplaatsing niet mogelijk is, Bidfood evenmin een passende functie buiten Bidfood kan aanbieden of een aangeboden functie om gegronde redenen is geweigerd door de medewerker, dan zal Bidfood de arbeidsovereenkomst met de boventallige medewerker
beëindigen. De arbeidsovereenkomst wordt bij voorkeur met wederzijds goedvinden, via een
vaststellingsovereenkomst beëindigd onder de voorwaarden als in dit Sociaal Plan beschreven.
In voorkomende gevallen en/of indien de medewerker niet instemt met een beëindiging met
wederzijds goedvinden, zal Bidfood het UWV om toestemming vragen om de
arbeidsovereenkomst te mogen opzeggen.
Mocht zich tijdens de opzegtermijn alsnog een passende functie voordoen welke leidt tot een
plaatsing, zullen reeds gemaakte afspraken komen te vervallen.
7.2
Beëindigingsregeling
De beëindigingsregeling die Bidfood de boventallige medewerker zal aanbieden, zal in ieder geval de volgende elementen bevatten:
1.
Einddatum
: Bij bepaling van de einddatum van de arbeidsovereenkomst zal rekening
worden gehouden met de in acht te nemen opzegtermijn;
2.
Transitievergoeding
: De boventallige medewerker die voldoet aan de vereisten van
artikel 7:673 BW komt in aanmerking voor de transitievergoeding als bedoeld in dit artikel.”
3.5
Bij brief van 3 oktober 2017 heeft Bidfood haar chauffeurs (onder wie [Geïntimeerde] ) onder meer het volgende bericht:
“Inmiddels heeft de ondernemingsraad (OR) van Bidfood positief geadviseerd over het voornemen om de klantdistributie verder te decentraliseren. Naar aanleiding van dit advies heeft de directie definitief besloten om de voorgenomen wijzigingen ook daadwerkelijk door te voeren. Met vakbond CNV vakmensen is een Sociaal Plan opgesteld, wat door de leden van het CNV is geaccordeerd.
In het kader van de uitvoering van het besluit heeft Bidfood een externe partij gevonden die de overgebleven pendelritten gaat rijden. Deze externe transporteur biedt alle chauffeurs de mogelijkheid om bij hen te worden herplaatst. Voor de chauffeurs geldt dat zij de werkzaamheden als chauffeur kunnen voortzetten; naast de pendelritten zullen andere ritten worden aangeboden vanuit de standplaats Ede. Verder biedt men de keuzemogelijkheid om opgebouwde TVT-/vakantierechten over te dragen. De externe transporteur is het transportbedrijf Cornelissen Groep.
De firma Cornelissen zal zich
donderdagmiddag 5 oktober 2017
komen presenteren. Je bent van harte uitgenodigd om hier bij aanwezig te zijn
.”
3.6
Bij brief van 11 oktober 2017 heeft Bidfood aan [Geïntimeerde] het volgende bericht:
“Als gevolg van het besluit om de werkzaamheden van de afdeling Transport bij Bidfood in Ede te beëindigen moeten wij je helaas mededelen dat je functie als Chauffeur bij Bidfood in Ede met ingang van 1 januari 2018 komt te vervallen.
Conform het Sociaal Plan zul je per 1 januari 2018 extern worden herplaatst in de functie van chauffeur bij de Cornelissen Groep. Concreet betekent dit dat je dienstverband bij Bidfood met ingang van 1 januari 2018 eindigt, per dezelfde datum treedt je in dienst bij de Comelissen Groep. Je nieuwe arbeidsovereenkomst tref je aan in de bijlage.
Conform artikel 5.2.2 van het Sociaal Plan zul je worden gecompenseerd voor de afwijkende
arbeidsvoorwaarden extern. Voor het vaststellen van de hoogte van het compensatiebedrag zijn je huidige arbeidsvoorwaarden bij Bidfood vergeleken met de nieuwe arbeidsvoorwaarden bij de Cornelissen Groep. (…)
Het verschil wordt volledig gecompenseerd voor de periode van drie jaar. (…)
Bij de beëindiging van het dienstverband wordt een eindafrekening opgemaakt. Hierin worden opgebouwde (salaris)aanspraken en eventuele schulden (zoals het loonvoorschot) met elkaar verrekend. Voor jou bestaat de keuzemogelijkheid om je tegoed aan vakantie- en TVT-uren al dan niet mee te nemen naar je nieuwe werkgever. Je kunt jouw keuze hierin aangeven op het bijgevoegde antwoordformulier.
Wij vertrouwen erop je hiermee een passend aanbod te hebben gedaan. Wij verzoeken je binnen 14 dagen na dagtekening bij wijze van acceptatie een getekend exemplaar van de nieuwe arbeidsovereenkomst te retourneren en het antwoordformulier vakantie- en TVT-uren.”
3.7
Op 4 december 2017 heeft Bidfood aan de chauffeurs onder meer het volgende geschreven:
“Inmiddels heb je een akkoord bereikt met de Cornelissen Groep omtrent je indiensttreding op 1 januari 2018 in de functie van chauffeur. Zoals in onze brief van 11 oktober j.l. vermeld ga je met het ondertekenen van de arbeidsovereenkomst tevens akkoord met de externe herplaatsing, conform het Sociaal Plan. Dit betekent dat je dienstverband bij Bidfood op 31 december 2017 zal moeten eindigen. Ten blijke van je instemming daarmee vragen we je om deze brief voor akkoord te ondertekenen en in te leveren. (…) ”
3.8
Bij brief van 27 december 2017 heeft Bidfood aan de chauffeurs onder meer geschreven:
“Naar aanleiding van onze brief d.d. 13 december jl. waarin wij je nogmaals hebben verzocht de overeenkomst ter beëindiging van je arbeidsovereenkomst d.d. 4 december 2017 te retourneren hebben wij op de uiterlijke datum van 22 december 2017 geen reactie van je mogen ontvangen.
Wij concluderen hieruit dat je de arbeidsovereenkomst met Bidfood
niet
wenst te beëindigen en je dienstverband wilt voortzetten.
Zoals aangekondigd zal Bidfood, bij voortzetting van het dienstverband, maar vervallen van je functie, zich inspannen om een passende functie binnen Bidfood voor je te vinden. (…)”
3.9
[Geïntimeerde] heeft gereageerd op 29 december 2017, onder meer als volgt:
“Met uw brief van 10 oktober 2017 hebt u mijn arbeidsovereenkomst per 31 december 2017 al opgezegd. Met dit schrijven informeer ik u dat ik akkoord ben gegaan met de externe plaatsing naar Cornelissen Groep, zoals door Bidfood is beoogd. Ik heb bij Cornelissen Groep een arbeidsovereenkomst getekend, zodat ik mijn werkzaamheden vanaf 1 januari 2018 zal aanvangen. Ten blijke van instemming met uw opzegging, als verzocht per brief van 4 december 2017, ontvangt u nu deze getekende brief. (…)”
3.10
[Geïntimeerde] is per 1 januari 2018 als chauffeur bij Cornelissen in dienst getreden.
4 De verzoeken aan de kantonrechter en de beoordeling daarvan
4.1
[Geïntimeerde] heeft de kantonrechter verzocht om bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren beschikking Bidfood te veroordelen:
primair:
a. tot betaling van transitievergoeding van € 22.040,48 bruto, dan wel het betalen van
een gelijkwaardige voorziening aan [Geïntimeerde] ten laste van Bidfood;
b. tot vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten;
c. tot betaling van de wettelijke rente over het onder sub a. bedoelde bedrag vanaf een
maand na de dag waarop de arbeidsovereenkomst is geëindigd tot aan de dag van
volledige betaling;
d. tot het verstrekken van een deugdelijke bruto/netto specificatie, waarin het bedrag en
betaling van het onder sub a. verzochte is verwerkt, op straffe van verbeurte van een
dwangsom ter hoogte van € 100,- netto per dag met een maximum van € 10.000,-
netto voor elke dag na betekening van de beschikking dat Bidfood niet voldoet aan
de beschikking;
e. in de proceskosten;
f. tot betaling van de nakosten van € 100,-, te vermeerderen, indien betekening van
de beschikking heeft plaatsgevonden, met de explootkosten van deze betekening;
subsidiair en meer subsidiair heeft [Geïntimeerde] in plaats van het onder a. genoemde bedrag bedragen gevorderd zoals in het verzoekschrift omschreven.
4.2
De kantonrechter heeft geoordeeld dat [Geïntimeerde] aanspraak heeft op de wettelijke transitievergoeding op de voet van artikel 7:673 lid 1 aanhef en onder a BW en heeft het primair verzochte bedrag aan transitievergoeding toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente. De buitengerechtelijke incassokosten zijn toegewezen tot een bedrag van € 432,96. De kantonrechter heeft daarnaast de vordering onder d. toegewezen (zonder oplegging van een dwangsom) en Bidfood veroordeeld in de kosten van de procedure.
5 De beoordeling in hoger beroep
5.1
[Geïntimeerde] voert aan dat Bidfood niet-ontvankelijk is in haar hoger beroep, omdat het beroepschrift geen duidelijke omschrijving van de gronden bevat waarop Bidfood haar beroep baseert. Dit verweer wordt verworpen. In het beroepschrift voert Bidfood drie grieven aan tegen de bestreden beschikking en in die grieven en de toelichting daarop staat op voldoende duidelijke wijze omschreven dat en om welke redenen Bidfood het met de bestreden beschikking niet eens is. [Geïntimeerde] heeft zich daartegen in zijn verweerschrift ook inhoudelijk verweerd. Dit betekent dat Bidfood ontvankelijk is in haar hoger beroep.
5.2
Het gaat in deze zaak om de vraag of Bidfood een transitievergoeding verschuldigd is aan de chauffeurs, van wie de functie als gevolg van de reorganisatie per 1 januari 2018 is komen te vervallen en die aansluitend in dienst zijn getreden bij Cornelissen. In dat verband twisten partijen over de vraag of de onder 3.6 vermelde brief van Bidfood aangemerkt moet worden als een opzegging van de arbeidsovereenkomst (visie [Geïntimeerde] ) of als een aanbod tot beëindiging van de arbeidsovereenkomst (visie Bidfood). De kantonrechter heeft geoordeeld dat de brief, met toepassing van de artikelen 3:33 en 3:35 BW, niet anders kan worden opgevat dan als een aankondiging van de zijde van Bidfood van het (onherroepelijke) einde van het dienstverband, en daarmee als een opzegging. In grief 1 richt Bidfood zich tegen dit oordeel van de kantonrechter. Bidfood betoogt dat de brief van
11 oktober 2017 gelezen moet worden in de context van het sociaal plan en dat, met name uit de slotalinea van de brief, duidelijk blijkt dat sprake is van een aanbod om met wederzijds goedvinden uit elkaar te gaan wegens externe plaatsing, welk aanbod door [Geïntimeerde] is aanvaard door akkoord te gaan met indiensttreding bij Cornelissen. Partijen zijn het erover eens dat geen sprake is van een overgang van de onderneming in de zin van artikel 7:662 BW. Bidfood beroept zich er niet op dat de voorzieningen van het sociaal plan hebben te gelden als een gelijkwaardige voorziening als bedoeld in artikel 7:673b BW.
5.3
Het hof stelt voorop dat beoordeling van de vraag of een verklaring van de werkgever die door de werknemer als opzegging is opgevat, wel of niet als zodanig kwalificeert moet geschieden aan de hand van de maatstaf van de artikelen 3:33 en 3:35 BW. Dat betekent dat als de werkgever stelt dat het niet ging om een opzegging beoordeeld dient te worden of de werknemer die verklaring niettemin als zodanig heeft mogen opvatten. Daarbij moet worden gelet op alle omstandigheden van het geval (HR 10 juni 2005, ECLI:NL:HR:2005:AS8387).
5.4
Daarnaast stelt het hof het volgende voorop. In de brief van 11 oktober 2017 wordt verwezen naar, en wordt toepassing gegeven aan, het sociaal plan. Bidfood stelt (met recht) dat de brief daarom gelezen moet worden in de context van het sociaal plan. Als het gaat om de uitleg van het sociaal plan, bij de totstandkoming waarvan [Geïntimeerde] niet betrokken is geweest, geldt de zogenoemde cao-norm. Deze houdt in dat aan een bepaling van een cao een uitleg naar objectieve maatstaven moet worden gegeven, waarbij in beginsel de bewoordingen van die bepaling, gelezen in het licht van de gehele tekst van de cao, van doorslaggevende betekenis zijn, zodat het niet aankomt op de bedoelingen van de partijen die de cao tot stand hebben gebracht, voor zover deze niet uit de daarin opgenomen bepalingen kenbaar zijn, maar op de betekenis die naar objectieve maatstaven volgt uit de bewoordingen waarin de cao is gesteld. Bij deze uitleg kan onder meer acht worden geslagen op de elders in de cao gebruikte formuleringen en op de aannemelijkheid van de rechtsgevolgen waartoe de onderscheiden, op zichzelf mogelijke tekstinterpretaties zouden leiden. (Zie onder meer HR 25 november 2016, ECLI:NL:HR:2016:2687(FNV/Condor) en HR 20 februari 2004, ECLI:NL:HR:2004:AO1427, NJ 2005/493 (DSM/Fox)). Het sociaal plan kent geen aparte toelichting, zodat het in deze zaak aankomt op de bewoordingen van de bepalingen daarvan, gelezen in de context van het hele sociaal plan.
5.5
Voor beantwoording van de vraag of de brief van 11 oktober 2017 als een opzegging, dan wel als een aanbod tot beëindiging van de arbeidsovereenkomst heeft te gelden, zijn naar het oordeel van het hof de volgende omstandigheden van belang. Bidfood heeft het initiatief tot beëindiging van de arbeidsovereenkomst genomen in verband met een door haar beoogde reorganisatie. In de brief wordt vermeld dat de functie van [Geïntimeerde] komt te vervallen per 1 januari 2018, dat [Geïntimeerde] extern wordt herplaatst in de functie van chauffeur bij Cornelissen en dat het dienstverband met Bidfood met ingang van 1 januari 2018 eindigt. Deze bewoordingen duiden op een opzegging, en niet op een aanbod tot beëindiging van het dienstverband met wederzijds goedvinden. De woorden aan het einde van de brief “We vertrouwen erop je hiermee een passend aanbod te hebben gedaan. Wij verzoeken je binnen 14 dagen na dagtekening bij wijze van acceptatie een getekend exemplaar van de nieuwe arbeidsovereenkomst te retourneren en het antwoordformulier vakantie- en TVT-uren” maken dat niet anders. Uit die passage blijkt immers niet dat Bidfood instemming vraagt met beëindiging van het dienstverband met wederzijds goedvinden. Dit betekent dat [Geïntimeerde] de brief heeft mogen opvatten als een opzegging van de arbeidsovereenkomst.
5.6
Dit geldt evenzeer als de brief wordt beschouwd in de context van het sociaal plan, waarnaar in de brief uitdrukkelijk wordt verwezen. In dit geval is artikel 5.2 toegepast, betreffende de externe herplaatsing. In artikel 5.2 is niet geregeld op welke wijze de arbeidsovereenkomst met Bidfood eindigt in geval van externe herplaatsing. In artikel 5.2.3 wordt weliswaar benoemd hoe het aanbod voor een passende functie buiten Bidfood door Bidfood wordt gedaan, te weten door aanbieding van een arbeidsovereenkomst bij de nieuwe werkgever en dat dit aanbod door de werknemer binnen 14 dagen schriftelijk geaccepteerd dient te worden, maar uit die bewoordingen volgt niet (voldoende kenbaar) dat de werknemer daarmee (vrijwillig) instemt met beëindiging van de arbeidsovereenkomst met Bidfood. Datzelfde geldt als deze bepaling wordt gelezen in de context van het gehele sociaal plan. Het sociaal plan voorziet in artikel 7 in een beëindiging van het dienstverband voor het geval interne en externe herplaatsing niet mogelijk is, waarbij de voorkeur wordt benoemd om die beëindiging te bewerkstelligen met wederzijds goedvinden via een vaststellingsovereenkomst (met toekenning van een transitievergoeding). Uit deze systematiek volgt echter niet zonder meer (en in elk geval niet voldoende duidelijk) dat als de weg van externe herplaatsing van artikel 5.2 wordt bewandeld de beëindiging van het dienstverband met Bidfood niet door opzegging, maar door een overeenkomst met wederzijds goedvinden plaatsvindt. Toepassing van de compensatieregeling van artikel 5.2.2 van het sociaal plan, waarnaar in de brief ook wordt verwezen, gelezen in samenhang met artikel 5.2.3, maakt dit niet anders. In artikel 5.2.3 wordt bepaald dat de boventallige medewerker die extern wordt geplaatst geen aanspraken meer heeft op “de financiële regelingen en andere voorzieningen van het Sociaal plan behoudens het gestelde in de bepalingen hiervoor”. Daarin is niet het (wettelijk) recht op een transitievergoeding uitgezonderd. Dat uitzondering van de transitievergoeding in de situatie van externe herplaatsing wel de bedoeling is geweest van Bidfood (en mogelijk ook van de CNV) kan niet meewegen bij de beoordeling, omdat deze bedoeling naar objectieve maatstaven niet uit de tekst van het sociaal plan blijkt.
5.7
Nu [Geïntimeerde] de brief van 11 oktober 2017 heeft mogen begrijpen als een opzegging van de arbeidsovereenkomst, kan de omstandigheid dat de chauffeurs, onder wie [Geïntimeerde] , in december 2017 de arbeidsovereenkomsten met Cornelissen hebben ondertekend en in de richting van Bidfood schriftelijk hebben gereageerd op de brief van Bidfood van 4 december 2017 (3.9), er niet toe leiden dat daardoor (alsnog) een beëindigingsovereenkomst is gesloten. Deze schriftelijke reactie, waarop door Bidfood werd aangedrongen, kwalificeert als een berusting in de opzegging. Ook de brief van Bidfood van 27 december 2017 (3.8), waarin de mogelijkheid van interne herplaatsing wordt geopperd, maakt het voorgaande niet anders, nu in die brief de eerdere opzegging van 11 oktober 2017 niet is herroepen en die brief, zeker gelet op het tijdstip van verzending daarvan (te weten enkele dagen voor de beoogde indiensttreding bij Cornelissen) niet tot effect had dat [Geïntimeerde] een reële keuze had om alsnog bij Bidfood in een passende functie herplaatst te worden.
5.8
Het voorgaande brengt mee dat grief 1 faalt.
5.9
In grief 2 betoogt Bidfood subsidiair dat de arbeidsovereenkomst met [Geïntimeerde] niet is geëindigd, maar dat sprake is van een slapend dienstverband. Het hof verwerpt deze stelling. Hiervoor is immers geoordeeld dat Bidfood de arbeidsovereenkomst heeft opgezegd en dat [Geïntimeerde] in die opzegging heeft berust. Daarmee is de arbeidsovereenkomst geëindigd.
5.10
Grief 3, die zich richt tegen de toekenning van de transitievergoeding, mist zelfstandige betekenis en hoeft daarom niet apart beoordeeld te worden.
7 De beslissing
Het hof, beschikkende in het hoger beroep:
verwerpt het hoger beroep;
veroordeelt Bidfood in de kosten van de procedure, tot aan deze uitspraak aan de zijde van [Geïntimeerde] vastgesteld op € 318,- voor verschotten en op € 1.074,- voor salaris overeenkomstig het liquidatietarief;
verklaart deze proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mrs. A.E.F. Hillen, E.J. van der Poel en C. Hoogland en is in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 18 februari 2019.