1.3
De verminderde eis van Allure luidt, samengevat, vernietiging van het vonnis van de rechtbank Noord-Nederland, locatie Leeuwarden, van 15 november 2016 en opnieuw recht doende, bij arrest uitvoerbaar bij voorraad:
a. [geïntimeerde] te veroordelen tot het betalen aan Allure van een bedrag van € 50.000,- als verbeurde boetes wegens overtreding van het geheimhoudingsbeding, te vermeerderen met de wettelijke rente;
b. [geïntimeerde] te veroordelen tot het betalen aan Allure van een bedrag van € 20.000,- zijnde verbeurde boetes wegens overtreding van het verbod van nevenwerkzaamheden, vermeerderd met de wettelijke rente;
c. [geïntimeerde] te veroordelen tot het betalen aan Allure van een bedrag van € 2.475,- aan buitengerechtelijke kosten, althans het daarvoor redelijk te achten bedrag;
d. [geïntimeerde] te veroordelen in de kosten van beslaglegging ten bedrage van € 2.114, 46;
e. de vorderingen van [geïntimeerde] in reconventie alsnog integraal af te wijzen;
f. [geïntimeerde] te veroordelen in de proceskosten van beide instanties.
1.4
[geïntimeerde] vordert in incidenteel hoger beroep vernietiging van het bestreden vonnis voor zover daarbij de opheffing van de beslagen is afgewezen en, opnieuw rechtdoende, alle beslagen alsnog op te heffen met bevel aan Allure, kort weergegeven, daarvan aan alle betrokkenen mededeling te doen en beslagen door te halen in de registers op straffe van verbeurte van een dwangsom, onder veroordeling van Allure in de proceskosten van beide instanties.