2.1
Het verloop van de procedure is als volgt:
- het beroepschrift (tevens inhoudende wijziging c.q. aanvulling verzoek en aanvulling gronden) met producties, ter griffie ontvangen op 7 januari 2020;
- het verweerschrift met producties;
- de bij brief van mr. Vos van 27 februari 2020 gestuurde (aanvullende) productie 4;
- de bij brief van mr. Hamelink van 27 mei 2020 toegestuurde (aanvullende) producties 4 tot en met 7;
- de bij brief van mr. Vos van 28 mei 2020 toegestuurde (aanvullende) producties 5 tot en met 7;
- de pleitnotities van mr. Hamelink en mr. Vos, in verband met een aanvankelijke skype-zitting op 5 juni 2020 op verzoek van het hof voorafgaand aan de mondelinge fysieke behandeling ontvangen op 3 en 4 juni 2020;
- de op 9 juni 2020 gehouden mondelinge behandeling (nadat de oorspronkelijk geplande digitale zitting op 5 juni 2020 wegens verbindingsproblemen geen doorgang had gevonden).
2.3
[verzoekster] verzoekt, verkort weergegeven, in haar hoger beroepschrift het hof, bij arrest, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
I. te bepalen dat het verzoek tot vernietiging van de opzegging van [verzoekster] bij de beschikking waarvan beroep ten onrechte is afgewezen, de bestreden beschikking te vernietigen en opnieuw rechtdoende:
Primair:
a. op grond van artikel 7:683 lid 3 BW (Van Haren te verplichten) de arbeidsovereenkomst te herstellen met terugwerkende kracht vanaf 3 juli 2019 of tot een door het hof te bepalen andere datum, onder toekenning van een voorziening over de rechtsgevolgen van de onderbreking van de arbeidsovereenkomst als bedoeld in artikel 7:683 lid 4 jo. artikel 7:682 lid 6 BW;
b. te bepalen dat [verzoekster] per ommegaande (maar in ieder geval binnen drie dagen na betekening van het te wijzen arrest) in de gelegenheid wordt gesteld haar werk te hervatten, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 500,- voor iedere dag dat Van Haren nalatig blijft aan deze veroordeling te voldoen, tot een maximum van € 25.000,-;
c. Van Haren te veroordelen om aan [verzoekster] te voldoen (i) het netto-equivalent van het achterstallig salaris van € 860,63 bruto per maand exclusief emolumenten, vermeerderd met de wettelijke verhoging en de wettelijke rente en (ii) het netto-equivalent van het bruto-maandsalaris van € 860,63 bruto per maand exclusief emolumenten, totdat de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig zal zijn geëindigd, alles onder overlegging van deugdelijke bruto-netto specificaties;
Subsidiair:
op grond van artikel 7:683 lid 3 BW ten laste van Van Haren aan [verzoekster] een billijke vergoeding toe te kennen;
II. Van Haren te veroordelen:
a. om binnen drie dagen na betekening van het te wijzen arrest op haar Nieuwsbulletin en in de groepsapp de volgende tekst te plaatsen:
“Rectificatie
Ontslag [verzoekster]
Op 3 juli 2019 hebben wij ten onrechte onze werkneemster [verzoekster] , werkzaam op de vestiging [B] , op staande voet ontslagen. De rechter heeft bij arrest d.d…..geoordeeld dat Van Haren ten onrechte ontslag op staande voet heeft verleend en heeft ons bevolen deze tekst te plaatsen. Wij betreuren deze situatie bijzonder.
Het bestuur/ de directie van VanHaren.”
b. om - voor zover er door Van Haren melding is gedaan - het Waarschuwingsregister beheerd door de Stichting Fraude Aanpak Detailhandel overeenkomstig te berichten, een en ander op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 1.000,- voor iedere dag dat Van Haren nalatig blijft aan deze veroordeling te voldoen, tot een maximum van € 25.000,-;
met veroordeling van Van Haren in de kosten van beide instanties.