Deze door Mourik aangevoerde feiten en omstandigheden zijn naar het oordeel van het hof – zowel ieder op zichzelf als in onderlinge samenhang – onvoldoende voor de conclusie dat Swartwoudt c.s. redelijkerwijs niet konden verwachten dat voor de problemen bij Nyrstar een oplossing zou worden gevonden.
Het hof constateert dat de stukken genoemd onder b en g niet zijn overgelegd. Dat geldt ook voor de onder l. genoemde reactie van Nyrstar. Aan de losse mededelingen van Mourik met betrekking tot deze stukken kan, gelet op de gemotiveerde betwisting door Swartwoudt c.s., geen betekenis worden gehecht. Wat de overige gestelde feiten en omstandigheden – die door Swartwoudt c.s. gemotiveerd worden betwist – betreft, geldt het volgende.
Ad a. Mourik stelt zich op het standpunt dat [appellant] willens en wetens heeft ingestemd met een contract waaruit corrosieproblemen moesten voortvloeien en dat [appellant] Control met dit onderhoudscontract in de gevarenzone heeft gebracht. Zij heeft echter nagelaten dit nader te onderbouwen. Dit had van haar verwacht mogen worden nu de brief expliciet vermeldt dat Nyrstar als klant vond dat eerst in de praktijk moest blijken dat meer onderhoud nodig was dan Control voorstond.
Ad c. en d. Mourik stelt dat sprake was van een ingebrekestelling en dat [appellant] door zijn reactie hierop de zaak onnodig op scherp heeft gezet. Volgens Mourik had [appellant] moeten voorzien dat Nyrstar zonder financiële compensatie de kwestie niet zou laten rusten en bij Control verhaal zou zoeken. Dit kan echter zonder nadere toelichting – die ontbreekt – niet uit de overgelegde correspondentie worden opgemaakt.
Weliswaar luidt de aanhef van de brief van 28 oktober 2009 “ingebrekestelling”, maar uit de inhoud daarvan volgt niet dat Swartwoudt c.s. redelijkerwijs niet kon verwachten dat voor de problemen van Nyrstar een oplossing gevonden zou worden. In de brief wordt het ongenoegen geuit over de door Control uitgevoerde reparatiewerkzaamheden aan de ventilatiekappen en medegedeeld dat de genoemde reparaties naar het inzicht van Nyrstar niet leiden tot een structurele oplossing. Verder wordt medegedeeld dat van Control een herzien plan van aanpak wordt verwacht dat zal moeten leiden tot een adequate en structurele verbetering van de gehele levering. De brief wordt afgesloten met de mededeling dat wordt gerekend op de welwillende medewerking van Control om dit project tot een voor beide partijen afdoende en juiste wijze af te ronden. In de reactie stelt Control voor om rond de tafel te gaan zitten en te praten over de gerezen problemen en de haalbaarheid van het oplossen hiervan. De reactie is weliswaar scherp, maar onvoldoende is onderbouwd dat de toonzetting daarvan bij Swartwoudt c.s. de verwachting moest wettigen dat het conflict daardoor zou oplopen en dat dit zou leiden tot een claim die zou uitstijgen boven de daarvoor reeds getroffen voorziening. Bovendien heeft Mourik de verklaring van [appellant] ter gelegenheid van de comparitie van partijen in eerste aanleg, dat het werk na de ingebrekestelling niet is stilgelegd en dat een en ander is uitgepraat, niet voldoende gemotiveerd betwist.
Ad f. In het verslag is opgenomen dat Control aangeeft dat de ventilatiekappen minimaal twee maal per jaar gereinigd moeten worden. Nyrstar is in principe bereid dit te doen, zij vindt echter dat het niet zo kan zijn dat de frequentie van het reinigen sterk verhoogd dient te worden omdat blijkt dat ongeschikte materialen (coating) toegepast zijn. Bij de komende inspectie zal blijken wat de vervuiling voorstelt over de afgelopen maanden.
Volgens Mourik blijkt uit dit verslag dat sprake is van gebruik van inferieure materialen, maar zonder nadere toelichting – die ontbreekt – kan dat uit het verslag niet worden opgemaakt. Evenmin kan uit dit verslag opgemaakt worden dat Nyrstar dreigde met een claim en dat deze “als een zwaard van Damocles boven Control hing”. Dat op 1 april 2010 een onderhoudsbeurt heeft plaatsgevonden en dat de gebreken toen niet adequaat zijn hersteld heeft Mourik niet nader geconcretiseerd.
Ad h. Deze e-mail betreft een herziening van het veiligheids- en gezondheidsplan en hierin geeft C.M. Struik aan [appellant] een advies op basis van de ervaringen van de afgelopen periode bij het uitvoeren van de inspectie- en onderhoudswerkzaamheden. Mourik heeft gesteld dat zij van dit advies niet in kennis is gesteld, maar zij verzuimt om te specificeren hoe de inhoud van deze mail van belang kan zijn voor de inschatting door Vastgoed dat het probleem met Nyrstar niet oplosbaar zou kunnen zijn, dan wel voor de aankoopbeslissing van Mourik.
Ad i. In deze mail wijst Nyrstar op zorgen die zij heeft over de platen. Voorts bevestigt zij een afspraak om een beugel in te zetten en deze over een bepaalde periode te evalueren en verzoekt zij thans loszittende platen met een overmaatsschroef vast te zetten. Bevestiging voor de stelling van Mourik dat Nyrstar hiermee het onderhoudsvoorstel van 2 september 2010 verwerpt en Control houdt aan de oorspronkelijke overeenkomst kan het hof hierin niet lezen.
Ad j. Op 7 oktober 2010 heeft een bespreking plaatsgevonden. Uit het besprekingsverslag blijkt dat gesproken is over een voorstel voor onderhoud op regiebasis voor een uurtarief van ± € 55. Voorts vermeldt het verslag dat een open begroting wordt opgesteld en dat de garantie wordt uitgezocht door juristen. Mourik heeft slechts opgemerkt dat zij hierover niet is geïnformeerd, maar heeft niet toegelicht waarom dat van belang zou kunnen zijn in het licht van de discussie met Nyrstar en haar aankoopbeslissing.
Ad k. Dit stuk is een open begroting voor inspectie en onderhoud, die verwijst naar de bespreking van 7 oktober 2010. De begroting komt uit op € 29.875,-. De reactie van Nyrstar is niet overgelegd. Ook van dit stuk heeft Mourik verzuimd te specificeren hoe het van belang kan zijn voor de inschatting dat de problemen met Nyrstar niet oplosbaar zouden kunnen zijn.