16.7
Alle op schrift gestelde bescheiden, van welke aard dan ook, die via de onderneming zijn verkregen, zijn en blijven eigendom van de onderneming. Het is verboden deze bescheiden mee naar huis te nemen, te vermenigvuldigen of aan derden te geven, één en ander voor zover de werkzaamheden dit niet noodzakelijk maken.’
( d) Dordtech heeft [werknemer] op 6 mei 2020 ervan in kennis gesteld dat zij het dienstverband om bedrijfseconomische redenen wil beëindigen. [werknemer] is op 7 mei 2020 vrijgesteld van werkzaamheden. Partijen zijn in gesprek gegaan over de voorwaarden van een vertrekregeling.
( e) Dordtech heeft bij het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV) een ontslagaanvraag voor [werknemer] ingediend op grond van bedrijfseconomische redenen. Het UWV heeft de ontslagaanvraag op 11 juni 2020 in behandeling genomen. [werknemer] heeft op 26 juni 2020 verweer gevoerd tegen de ontslagaanvraag. Dordtech heeft hierop gereageerd. Op 9 juli 2020 is [werknemer] door het UWV in de gelegenheid gesteld om uiterlijk op 16 juli 2020 op de door Dordtech ingediende reactie te reageren.
( f) Bij brief van 4 juli 2020 heeft Dordtech [werknemer] verzocht de bedrijfsauto, laptop, sleutel, mobiele telefoon en alle andere eigendommen van Dordtech op 8 juli 2020 bij haar in te leveren.
( g) Op 7 juli 2020 heeft [werknemer] meerdere bestanden van Dordtech gedownload en naar zijn privé e-mailadres gestuurd.
( h) [werknemer] heeft de laptop en mobiele telefoon op 8 juli 2020 bij Dordtech ingeleverd. De door [werknemer] ingeleverde laptop was geformatteerd en de mobiele telefoon was teruggezet naar fabrieksinstellingen.
( i) Bij e-mailbericht van 24 juli 2020 aan de gemachtigde van [werknemer] heeft de toenmalige gemachtigde van Dordtech [werknemer] erop gewezen dat hij aan meerdere klanten van Dordtech zijn nieuwe telefoonnummer heeft doorgegeven en dat hij daarmee in strijd handelt met art. 12 van de arbeidsovereenkomst. [werknemer] is verzocht Dordtech binnen vijf werkdagen te laten weten aan wie hij zijn nieuwe telefoonnummer heeft toegezonden.
( j) Bij beslissing van 4 augustus 2020 op de ontslagaanvraag heeft het UWV de toestemming om de arbeidsovereenkomst met [werknemer] op te zeggen geweigerd.
( k) Partijen hebben op 10 augustus 2020 overeenstemming bereikt over de voorwaarden voor een vertrekregeling. Op 14 augustus 2020 hebben partijen een vaststellingsovereenkomst ondertekend. De vaststellingsovereenkomst bevat onder meer de volgende artikelen:
‘Artikel 1. Beëindiging dienstverband
1. Partijen beëindigen met ingang van 1 november 2020 de arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden, dit op initiatief van Werkgever. Hiermee wordt de Einddatum van de overeenkomst bepaald op 31 oktober 2020.
2. Indien werknemer erin slaagt voor de Einddatum ander werk te aanvaarden, dan eindigt de arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden op de eerste datum dat dit andere werk aanvangt. Deze datum wordt dan de nieuwe Einddatum.
3. Werknemer zal dan niet aan de voor hem geldende opzegtermijn door Werkgever worden gehouden. In dat geval van de nieuwe Einddatum behoudt werknemer zijn aanspraken ingevolge deze Overeenkomst. Het verschil van het loon tussen de oorspronkelijke einddatum van 31 oktober en de eerdere einddatum zal in aanvulling op de in artikel 3 weergegeven vergoeding betaald worden.
Artikel 3. Vergoeding
In verband met de beëindiging van het dienstverband zal aan Werknemer een vergoeding ter grootte van € 24.398,64 bruto (= € 4* 6.099,66 bruto), hierna te noemen: de “Vergoeding”’ uitgekeerd worden. Betaling van de Vergoeding, na aftrek van (verplichte) inhoudingen vindt plaats binnen één maand na de in artikel 1 genoemde beëindigingsdatum (…). Enig mogelijk recht op een (transitie-) vergoeding waarop Werknemer eventueel recht zou kunnen doen gelden wordt geacht te zijn verdisconteerd in de Vergoeding.
Artikel 7. Finale kwijting
Behoudens voor wat betreft de verplichtingen van Werknemer als genoemd in het artikel 12 (Geheimhouding) en het daarop overeengekomen boetebeding van artikel 14 opgenomen in de arbeidsovereenkomst verlenen Partijen elkaar bij de uitvoering van deze overeenkomst over en weer finale kwijting ter zake van al hetgeen zij uit hoofde van de arbeidsovereenkomst en/of ter zake van de beëindiging daarvan te vorderen mochten hebben, (…) na voldoening aan hetgeen in deze overeenkomst is bepaald.
Artikel 9. Slotbepalingen
(…)
3. Partijen doen uitdrukkelijk afstand van ieder (eventueel) recht op (gedeeltelijke)
ontbinding, vernietiging of om anderszins beëindiging van de werking van deze overeenkomst te vorderen (…)’
( l) [werknemer] heeft Dordtech op 1 en 10 september 2020 geïnformeerd dat hij per 1 oktober 2020 in dienst treedt bij een nieuwe werkgever, waarbij [werknemer] erop heeft gewezen dat de einddatum van de arbeidsovereenkomst conform de vaststellingsovereenkomst 30 september 2020 wordt.
( m) Bij brief van 29 september 2020 (hierna: de ontslagbrief) is [werknemer] op staande voet ontslagen. De ontslagbrief houdt, voor zover hier van belang, het volgende in: