Uitspraken

Een deel van alle rechterlijke uitspraken wordt gepubliceerd op rechtspraak.nl. Dit gebeurt gepseudonimiseerd.

Deze uitspraak is gepseudonimiseerd volgens de pseudonimiseringsrichtlijn

ECLI:NL:GHSHE:2017:5493

Gerechtshof 's-Hertogenbosch
12-12-2017
18-09-2019
200.220.218_01
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBLIM:2017:3680
Einduitspraak: ECLI:NL:GHSHE:2019:3436
Civiel recht
Hoger beroep

formele procespartij

Rechtspraak.nl

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Afdeling civiel recht

zaaknummer 200.220.218/01

arrest van 12 december 2017

in de zaak van

[appellant] ,

wonende te [woonplaats] ,

appellant,

hierna aan te duiden als: [appellant] ,

advocaat: mr. J. Cortet te Utrecht,

tegen

Stichting Weller Wonen,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

geïntimeerde,

hierna aan te duiden als: Weller Wonen,

advocaat: mr. M.W.M. van Doorn te Maastricht,

als vervolg op de door het hof gegeven rolbeslissing van 5 september 2017 in het hoger beroep van het – onder zaaknummer 5393788\CV EXPL 16-8734 – gewezen vonnis van de kantonrechter van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht van 19 april 2017.

1 Het verloop van de procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de rolbeslissing van 5 september 2017;

  • -

    de akte uitlaten van [appellant] ;

  • -

    de akte uitlating van Weller Wonen.

Het hof heeft daarna een datum voor arrest bepaald.

2 De verdere beoordeling

2.1.

In genoemde rolbeslissing is overwogen dat uit het bestreden vonnis blijkt dat de procedure in eerste aanleg is gevoerd tussen de Stichting Weller Wonen en [de bewindvoerder] in haar hoedanigheid van bewindvoerster over de goederen van [appellant] , terwijl de procedure in hoger beroep aanhangig is gemaakt door [appellant] zelf en niet door de bewindvoerster. Gezien Hoge Raad 7 maart 2014, ECLI:NL:HR:2014:525, is appellant ( [appellant] ) in de gelegenheid gesteld toe te lichten waarom de bewindvoerster in hoger beroep niet als formele procespartij optreedt.

2.2.

In zijn akte uitlaten voert [appellant] aan dat hij in eerste aanleg door Weller Wonen als gedaagde is aangemerkt en gedagvaard. Omdat hij ook is veroordeeld, meent [appellant] dat (ook) hij als formele procespartij heeft te gelden. Volgens [appellant] heeft de bewindvoerder zich in de procedure in eerste aanleg niet gesteld als formele procespartij, maar als gemachtigde van hem, [appellant] , en heeft zij namens hem verweer gevoerd. In de visie van [appellant] laat dit echter onverlet dat hij zelf ook bevoegd is om rechtshandelingen te verrichten.

Verder voert [appellant] aan dat de uitspraak van de Hoge Raad van 7 maart 2014 ziet op de positie en bevoegdheden van de bewindvoerder en niet betekent dat de rechthebbende in het geheel niet meer bevoegd zou zijn om rechtshandelingen te verrichten in situaties waarin de bewindvoerder daartoe ook bevoegd is. Bovendien heeft de bewindvoerder [appellant] (voor zover vereist) toestemming gegeven om in hoger beroep te komen tegen de uitspraak in eerste aanleg.

Voor het geval aangenomen zou moeten worden dat de bewindvoerder wel als formele procespartij in eerste aanleg zou hebben te gelden, stelt [appellant] zich op het standpunt dat dan ook geldt dat de bewindvoerder in rechte kan verschijnen om dit als formele procespartij over te nemen. Hetgeen de bewindvoerder ook zal doen wanneer het hof van oordeel mocht zijn dat de bewindvoerder als formele procespartij heeft te gelden.

2.3.

In reactie op de akte van [appellant] voert Weller Wonen aan dat zij [appellant] en niet diens beschermingsbewindvoerder in rechte heeft betrokken omdat zij niet van het beschermingsbewind op de hoogte was en ook niet kon zijn, nu dit tot op heden (28 september 2017) niet blijkt uit het curatele- en bewindregister. Weller Wonen is van mening dat de onderhavige kwestie, een geldvordering van Weller Wonen op [appellant] , de onder bewind gestelde goederen raakt en dat daarom enkel de beschermingsbewindvoerder als formele procespartij hoger beroep kan instellen en niet de rechthebbende. Zij refereert zich aan het oordeel van het hof.

2.4.

Bij de beoordeling stelt het hof voorop dat vast staat dat sprake is van onderbewindstelling en dat de onderhavige vordering tot betaling van herstel- en of reparatiekosten betrekking heeft op het vermogen van [appellant] waarover het ingestelde bewind zich uitstrekt. Een gerechtelijke procedure over zo'n vordering kan op grond van het bepaalde in artikel 1:441 BW slechts door of tegen de bewindvoerder, die [appellant] als onderbewindgestelde in en buiten rechte vertegenwoordigt, worden ingesteld. De bewindvoerder treedt dan in het geding op als formele procespartij ten behoeve van de rechthebbende ( [appellant] ).

2.5.

In eerste aanleg heeft Weller Wonen [appellant] gedagvaard, maar heeft de kantonrechter kennelijk, zonder daar een overweging aan te wijden, in lijn met HR 7 maart 2014, ECLI:NL:HR:2014:525 de bewindvoerder van [appellant] , die in de procedure schriftelijk verweer heeft gevoerd tegen de vordering, in plaats van [appellant] als formele procespartij aangemerkt. Zoals uit het rechtsoverweging 2.4 volgt, had de bewindvoerder als formele procespartij ook het hoger beroep moeten instellen. Dat als niet betwist moet worden aangenomen dat de bewindvoerder [appellant] toestemming heeft gegeven om zelf hoger beroep in te stellen, maakt dat niet anders. Het hof zal [appellant] in de gelegenheid stellen bij akte een verklaring in het geding te brengen waaruit blijkt dat de bewindvoerder de procedure als formele procespartij overneemt. Voor enig ander doel is deze akte niet bestemd. Een antwoordakte wordt niet verwacht.

2.6.

Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

3 De uitspraak

Het hof:

verwijst de zaak naar de rol van dinsdag 9 januari 2018 voor akte aan de zijde van [appellant] met het hiervoor onder 2.5 vermelde doel (geen antwoordakte);

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit arrest is gewezen door mrs. S.M.A.M. Venhuizen, O.G.H. Milar en P.P.M. Rousseau en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 12 december 2017.

griffier rolraadsheer

De gegevens worden opgehaald

Hulp bij zoeken

Er is een uitgebreide handleiding beschikbaar voor het zoeken naar uitspraken, met onder andere uitleg over:

Selectiecriteria

De Rechtspraak, Hoge Raad der Nederlanden en Raad van State publiceren uitspraken op basis van selectiecriteria:

  • Uitspraken zaken meervoudige kamers
  • Uitspraken Hoge Raad en appelcolleges
  • Uitspraken met media-aandacht
  • Uitspraken in strafzaken
  • Europees recht
  • Richtinggevende uitspraken
  • Wraking

Weekoverzicht

Selecteer een week en bekijk welke uitspraken er in die week aan het uitsprakenregister zijn toegevoegd.