3.1.
In dit hoger beroep kan worden uitgegaan van de volgende feiten.
3.1.1
[geïntimeerde] is zelfstandig boomkweker. Op 19 januari 1989 heeft [geïntimeerde] bij Delta Lloyd een aanvraag gedaan voor een arbeidsongeschiktheidsverzekering (hierna: AOV). Delta Lloyd heeft deze aanvraag op 21 februari 1989 geaccepteerd en de AOV is op 24 februari 1989 ingegaan.
3.1.2
Op 13 september 1991 heeft [geïntimeerde] zijn toenmalige huisarts bezocht. Van dat bezoek heeft de huisarts blijkens het huisartsenjournaal (onderdeel van productie 12 bij dagvaarding) het volgende opgetekend:
“ (…) S Overspanningsverschijnselen, maagklachten, surmenage, vaker vroeg wakker.
O RR 160/95
P R/Ludiomil.”
3.1.3
Op 1 juli 1994 heeft [geïntimeerde] een aanvraag gedaan voor een verhoging van de dekking van de AOV. Ten behoeve van de beoordeling van de aanvraag heeft [geïntimeerde] op 30 juni 1994 een gezondheidsverklaring ingevuld (productie 2 bij dagvaarding). De volgende in de gezondheidsverklaring opgenomen vragen zijn door [geïntimeerde] beantwoord als hieronder cursief weergegeven (in de gezondheidsverklaring is het desbetreffende vakje aangekruist):
1 Bent u thans gezond en is uw gezondheid gewoonlijk ongestoord Ja
2 Lijdt of leed u aan of had u klachten ter zake van : Zo ja, welke, wanneer en hoelang
( zie toelichting onder punt q2)
(…)
k Zenuwachtigheid, overwerktheid, oververmoeidheid, depressie, overspanning,
zenuwziekte, hyperventilatie Nee
(…)
q Enige aandoening, ziekte of gebrek, hier niet genoemd Nee
Toelichting
(
Wanneer
,
hoelang
, door
wie
behandeld, geopereerd,
röntgenfoto’s,
arbeidsongeschikt geweest!
e.d.)
(…)
15 Wanneer hebt u voor het laatst een arts geraadpleegd Niet voor ernstige zaken
Wie, wanneer en waarvoor
(…)
25 Gebruikt u geneesmiddelen Nee
Welke, waarvoor en in welke dosis
(…)
27 Hoe is de slaap. De eetlust. De ontlasting. De urinelozing Zeer goed
(…)”.
3.1.4
Op 30 september 1994 heeft [geïntimeerde] een keuringsarts bezocht. Op het keuringsformulier is het volgende ingevuld (onderdeel van productie 12 bij dagvaarding):
1 Hoe is uw gezondheid goed
(…)
6 Wanneer hebt u voor het laatst een arts geraadpleegd
Welke arts en waarvoor 2,5 jaren re-schouder
gekneusd bij: huisartsen in [plaats]
(…)
12 Hebt u of hebt u ooit gehad:
(…)
k zenuwachtigheid, overwerktheid, oververmoeidheid, overspanning, depressie,
zenuwziekte, hyperventilatie nee
(…)
q enige aandoening, ziekte of gebrek, hier niet genoemd nee
Toelichting
(Wanneer, hoelang, door wie behandeld, geopereerd, röntgenfoto’s,
arbeidsongeschikt geweest e.d.)
(…)
14 Gebruik(te) u (ooit) geneesmiddelen. Welke, waarvoor en wanneer
-
Let op bloeddruk verlagende middelen
neen
24 Hebt u klachten over slaap, eetlust, ontlasting, urinelozing neen
(…)”.
3.1.5
Per brief van 11 oktober 1994 heeft Delta Lloyd [geïntimeerde] bericht de risico’s acceptabel te vinden, met dien verstande dat een beperkende bepaling wordt opgenomen voor arbeidsongeschiktheid door of verband houdende met letsels en/of aandoeningen van de rechterschouder (productie 1 bij conclusie van antwoord tevens houdende eis in reconventie).
3.1.6
Op 15 januari 1998 heeft [geïntimeerde] een uitbreiding van de AOV aangevraagd. Voor de beoordeling van de acceptatie van deze uitbreiding heeft [geïntimeerde] een gezondheidsverklaring met als datum 15 januari 1998 (onderdeel van productie 12 bij dagvaarding) ingevuld. De volgende in de gezondheidsverklaring opgenomen vragen zijn door [geïntimeerde] beantwoord als hieronder cursief weergegeven (in de gezondheidsverklaring is het desbetreffende vakje aangekruist):
“(…)
Gegevens over kandidaat-verzekerde Toelichting
1 Bent u thans gezond en is uw gezondheid gewoonlijk
3 Lijdt of leed u aan of had u klachten ter zake van: Zo ja, welke, wanneer en
hoelang (zie ook nadere
bijzonderheden na vraag 3q)
(…)
k Zenuwachtigheid, overwerktheid, oververmoeidheid, depressie,
overspanning, zenuwziekte, hyperventilatie Nee
(…)
q Enige klacht, aandoening, ziekte of gebrek, hier niet
genoemd Nee
Nadere bijzonderheden
Wanneer, hoe lang, door wie behandeld, geopereerd,
röntgenfoto’s, arbeidsongeschikt geweest en dergelijke
(…)
10 Wanneer hebt u voor het laatst een arts geraadpleegd
Wie, wanneer en waarvoor
(…)
22 Gebruikt u geneesmiddelen Nee
Zo ja, welke, waarvoor en in welke dosis
(…)
25 Hoe is de slaap, eetlust, ontlasting, urinelozing Goed
(…)”.
3.1.7
Op 8 februari 1999 is de uitbreiding van de AOV goedgekeurd.
3.1.8
[geïntimeerde] heeft op 29 juli 1999 zijn toenmalige huisarts bezocht. Naar aanleiding van het bezoek heeft de huisarts blijkens het hiervoor al genoemde huisartsenjournaal het volgende opgetekend:
“(…) P geirriteerd, somber, gevoel van overbelasting, vaak angstig, gespannen”
3.1.9
Op 30 augustus 1999 heeft [geïntimeerde] opnieuw zijn toenmalige huisarts bezocht. De huisarts heeft blijkens het huisartsenjournaal toen opgetekend:
“(…) P Gesprek: Nog angst- en paniekstoornissen. Ludiomil 75mg, 1,5 tabl.a.n.”
3.1.10
Op 15 november 2005 heeft [geïntimeerde] opnieuw een gezondheidsverklaring ingevuld en op 29 november 2005 heeft [geïntimeerde] opnieuw bij Delta Lloyd een verhoging van de AOV aangevraagd. In deze gezondheidsverklaring (productie 3 bij dagvaarding) zijn onder andere de volgende vragen opgenomen:
3 Uw gezondheidstoestand
Lijdt u of heeft u geleden aan een of meer van de volgende
aandoeningen, ziekten en/of gebreken (hier vallen ook
klachten onder)?
Let op!
U moet ook een rubriek aankruisen als u:
- een huisarts, hulpverlener of arts heeft geraadpleegd;
- opgenomen bent geweest in het ziekenhuis, sanatorium,
psychiatrische inrichting of andere verpleeginrichting;
- geopereerd bent;
- nog medicatie gebruikt of
medicatie heeft gebruikt;
-nog onder controle staat.
(…)
B aandoeningen of klachten van psychische aard zoals depressie, overspannenheid,
overwerktheid, slapeloosheid, burnout?
(…)
L ziekten, aandoeningen en/of gebreken
(hier vallen ook klachten onder) die niet onder bovengenoemde
categorieën kunnen worden geplaatst?
(…)”.
[geïntimeerde] heeft vraag 3 sub B ontkennend beantwoord.
3.1.11
Bij brief van 10 april 2006 heeft Delta Lloyd [geïntimeerde] een acceptatievoorstel gedaan (productie 3 bij conclusie van antwoord tevens houdende eis in reconventie). In dit voorstel staat:
“(…) Op grond van de medische adviezen achten wij de risico’s voor de verhoging acceptabel (…)”.
In deze brief staat een beperkende bepaling voor de wervelkolom.
3.1.12
Op 28 januari 2013 heeft [geïntimeerde] aanspraak gemaakt op uitkering onder de polis op grond van psychische klachten. Delta Lloyd is vervolgens overgegaan tot uitkeringen onder de AOV inclusief de aanvullingen.
3.1.13
Bij brief van 2 januari 2015 heeft de huisarts in opleiding [huisarts in opleiding] Delta Lloyd het volgende bericht (onderdeel van productie 12 bij dagvaarding):
“(…)
In uw brief van 12-12-2014 vraagt u om aanvullende informatie omtrent psychische klachten vanaf 10 oktober 2014.
Er heeft evaluatie plaatsgevonden door [psychiater] , de conclusie kunt u hieronder inzien.
Voorlopige conclusie:
Recidiverende stemmingswisselingen (eerste depressieve episode 1983).
Anamnese passend bij bipolaire stemmingsstoornis type II, bij familiaire belasting.
(…)”.
3.1.14
Bij brief van 26 februari 2015 heeft de medisch adviseur van Delta Lloyd aan [geïntimeerde] bericht dat Delta Lloyd hem om advies heeft gevraagd over de gezondheidssituatie van [geïntimeerde] (productie 4 bij dagvaarding). Ook heeft de medisch adviseur aan [geïntimeerde] verzocht om: 1) een machtiging af te geven om informatie op te vragen bij de arts of specialist die hem voor 1989 heeft behandeld, en 2) een vragenlijst in te vullen.
3.1.15
De volgende in de vragenlijst van 26 februari 2015 (onderdeel van productie 12 bij dagvaarding) opgenomen vragen zijn door [geïntimeerde] beantwoord als hieronder volgt op de lijnen.
“(…)
Vragen over de psychische klachten in de periode vóór 24 februari 1989
1.Welke medische klachten hebt u (gehad)? Beschrijf deze zo uitgebreid mogelijk. Hebt u meer ruimte nodig, ga dan verder op de achterkant van dit formulier.
burn out op dit moment kan ik nog moeilijk omgaan met druk en verantwoording
en in het verleden me ook wel eens depressief gevoeld alleen wist ik toen niet dat het depressief was ik kon slecht slapen en voelde mij niet lekker (…)
4. Hebt u daarna nog vaker klachten gehad?
Ja > Vul in wanneer en hoelang u klachten had
najaar 1991 zomer 1999 voorjaar 2011 voorjaar 2012 januari 2013
verder weet ik niet meer
(…)”.
3.1.16
Op 2 april 2015 heeft [huisarts] van [huisartsenpraktijk] , de opvolger van de huisarts die [geïntimeerde] in 1991 en 1999 bezocht, met betrekking tot [geïntimeerde] het volgende per brief aan de medisch adviseur van Delta Lloyd bericht (onderdeel van productie 12 bij dagvaarding):
“(…)
U vroeg mj om gegevens van voor 1989: hierover beschik ik niet meer.
Teruglezende in de brief die collega [psychiater] , psychiater u in 2014 deed toekomen, lees ik dat hij een eerste depressieve periode in 1983 meldt. Naar ik begreep van mijn patient, is hem dit zelf onbekend.
Mijn eerste gegevens over de depressie dateren van 1991. (…)”.
3.1.17
Op 19 mei 2015 heeft [huisarts in opleiding] , behorend tot [huisartsenpraktijk] , het volgende aan de medisch adviseur van Delta Lloyd bericht (onderdeel van productie 12 bij dagvaarding):
“(…)
30-08-1999 P Gesprek: Nog angst- en paniekstoornissen. Ludiomil 75mg, 1,5 tabl.a.n.
29-07-1999 P geirriteerd, somber, gevoel van overbelasting, vaak angstig, gespannen
13-09-1991 S Overspanningsverschijnselen, maagklachten, surmenage, vaker vroeg
wakker.
O RR 160/95
P R/Ludiomil.
(…)”.
3.1.18
Bij brief van 17 september 2015 heeft de psychiater van [geïntimeerde] de medisch adviseur van Delta Lloyd geïnformeerd (onderdeel van productie 12 bij dagvaarding).
In deze brief staat:
“(…) Tijdens het eerste poliklinisch gesprek wat ik had met de heer [geïntimeerde] in oktober 2014, heeft hij mij verteld dat hij in ± 1983-1984 een moeilijke periode gehad heeft, waarin hij wat slechter sliep, samenhangend met problematiek op het werk. Retrospectief is dat door mij geïnterpreteerd als een eerste depressieve episode. (…)”.
3.1.19
Bij brief van 8 oktober 2015 (productie 5 bij conclusie van antwoord tevens houdende eis in reconventie) heeft de medisch adviseur aan [geïntimeerde] bericht:
“(…)
Uw medische gegevens
Inmiddels heb ik het onderzoek afgerond. [psychiater] geeft aan dat u in ±1983-1984 een moeilijke periode hebt gehad waarin u slechter sliep, samenhangend met problematiek op werk. Uw huisarts spreekt van overspanningsverschijnselen, maagklachten en surmenage in 1991. Hiervoor hebt u medicatie gekregen. In 1999 is er sprake van angst- en paniekstoornissen waarvoor medicatie. In uw gezondheidswaarborgen die u hebt ingevuld bij de aanvraag in 1989 en bij de wijzigingen in 1994 en 2006 hebt u dit niet vermeld. Bij deze brief ontvangt u een kopie van de gezondheidswaarborgen samen met de gegevens van de huisarts en de psychiater.
Welk advies heb ik gegeven?
Als ik bij aanvraag van uw arbeidsongeschiktheidsverzekering in 1989 op de hoogte was geweest van uw medische klachten, dan zou ik geadviseerd hebben u op normale voorwaarden te accepteren.
Als ik bij de wijziging van uw arbeidsongeschiktheidsverzekering in 1994 op de hoogte was geweest van de psychische klachten in 1991, dan zou ik geadviseerd hebben u een aanbieding te doen met deze beperkende bepaling:
IM 130 Psychische aandoeningen
U ontvangt geen uitkering als de arbeidsongeschiktheid van verzekerde ontstaat door of te maken heeft met psychische aandoeningen of klachten. Deze beperking geldt ook voor psychische en psychosomatische stoornissen en klachten door psycho-sociale problemen in of buiten de werksituatie, bijvoorbeeld surmenage, overspanning en overwerktheid.
Ik zou u hierbij 5 jaar na de wijziging in 1994 een mogelijkheid tot herbeoordeling hebben aangeboden. Vervolgens zou ik vanwege de psychische klachten in 1999 hebben geadviseerd de bovenstaande beperkende bepaling te handhaven. Dit betekent dat ik ook voor de wijziging in 2006 deze beperkende bepaling zou hebben geadviseerd. De reden hiervoor is dat u een grotere kans hebt op schade bij uw arbeidsongeschiktheidsverzekering.
Zorgvuldigheidshalve is uw dossier ook beoordeeld door een andere medisch adviseur. Hij komt tot hetzelfde advies. Ik heb dit advies nu aan Delta Lloyd Schadeverzekering N.V. uitgebracht.(…)”.
3.1.20
Bij brief van 15 oktober 2015 (productie 6 bij dagvaarding) heeft Delta Lloyd [geïntimeerde] bericht:
“(…)
Resultaat uit het onderzoek
Heracceptatie
Uit het onderzoek van de medisch adviseur blijkt dat u vragen over uw gezondheid bij de aanvraag niet juist of niet volledig hebt beantwoord. U hebt u niet gehouden aan de mededelingsplicht.
Daardoor is uw Delta Lloyd Arbeidsongeschiktheidsverzekering niet op basis van de juiste gegevens tot stand gekomen. Na het beoordelen van de nieuwe gegevens heeft de medisch adviseur Delta Lloyd een nieuw acceptatieadvies gegeven. Dit betekent dat wij bereid zijn de verzekering voort te zetten met opname van de volgende bepaling:
IM 130 Psychische aandoeningen
U ontvangt geen uitkering als de arbeidsongeschiktheid van verzekerde ontstaat door of te maken heeft met psychische aandoeningen of klachten. Deze beperking geldt ook voor psychische en psychosomatische stoornissen en klachten door psycho-sociale problemen in of buiten de werksituatie, bijvoorbeeld surmenage, overspanning en overwerktheid.
Gevolgen voor recht op uitkering
Gevolgen voor uw huidige uitkering
Met de opname van de beperkende bepaling is uw recht op uitkering komen te vervallen.
Het gevolg daarvan is dat we uw uitkering stopzetten.
Gevolgen voor uitkeringen in het verleden
U hebt in het verleden ook uitkeringen van ons ontvangen. Vanwege de beperkende bepaling hebben in het verleden onterecht uitkeringen plaats gevonden. U ontvangt van de schadebehandelaar nog informatie om welke uitkeringen het gaat, welk bedrag u moet terugbetalen en hoe u dat kunt doen. (…)”.
3.1.21
Bij brief van 6 juni 2016 (productie 9 bij dagvaarding) heeft Delta Lloyd de rechtsbijstandsverzekeraar van [geïntimeerde] bericht dat de schending van de mededelingsplicht geldt ten aanzien van de verhoging van de dekking van 1994 en 2006 en dat zij bereid is de verzekering voort te zetten met opname van twee clausules.
Deze clausules zijn de volgende:
“IM 130 Psychische aandoeningen
Verzekeringnemer ontvangt geen uitkering als de arbeidsongeschiktheid van verzekerde
ontstaat door of te maken heeft met psychische aandoeningen of klachten.
Deze beperking geldt ook voor psychische en psychosomatische stoornissen en klachten door psycho-sociale problemen in of buiten de werksituatie, bijvoorbeeld surmenage, overspanning en overwerktheid.
IM 139 Psychisch
Clausule IM130 heeft geen betrekking op de volgende verzekerde bedragen die vanaf 24.02.1989 zijn verzekerd:
Rubriek A € 13.613
Rubriek B € 5.445
Deze verzekerde bedragen klimmen elk jaar op de hoofdpremievervaldatum met 3 procent.”
De vorderingen en de beoordeling in eerste aanleg
3.2.1
In de onderhavige procedure heeft [geïntimeerde] , kort gezegd, in eerste aanleg in conventie gevorderd:
1. te verklaren voor recht dat [geïntimeerde] zijn precontractuele mededelingsplicht niet heeft geschonden en Delta Lloyd de verzekeringsovereenkomst zoals die ten tijde van de arbeidsongeschiktheid in 2013 bestond ongeclausuleerd dient voort te zetten.
2. Delta Lloyd te veroordelen om haar verbintenissen uit de verzekeringsovereenkomst met [geïntimeerde] na te komen, in het bijzonder om de uitkeringen met terugwerkende kracht vanaf 15 oktober 2015 te hervatten vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 15 oktober 2015 althans de dag van het verzuim over de achterstallige uitkeringen tot aan de dag der algehele voldoening;
3. Delta Lloyd te veroordelen om aan [geïntimeerde] , te vergoeden de kosten van buitengerechtelijke rechtsbijstand, ter hoogte van twee punten van het toepasselijke liquidatietarief, althans ter hoogte van een door uw rechtbank naar redelijkheid en billijkheid vast te stellen bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag der dagvaarding tot de dag der algehele voldoening;
4. Delta Lloyd te veroordelen in de kosten van de procedure vermeerderd met de nakosten en met de wettelijke rente over de proces- en nakosten.
3.2.2
Aan deze vorderingen heeft [geïntimeerde] , kort gezegd, ten grondslag gelegd:
- dat geen sprake is van schending van de precontractuele mededelingsplicht;
- dat Delta Lloyd niet heeft voldaan aan haar inspanningsverplichting op grond van artikel 7:929 lid 1 BW, omdat zij niet binnen twee maanden na ontvangst van de opgevraagde informatie, zijnde de op 2 april 2015 en 19 mei 2015 door de huisarts verstrekte patiëntenkaart en toelichting, maar [geïntimeerde] eerst op 15 oktober 2015 op de hoogte heeft gesteld van haar standpunt dat [geïntimeerde] zijn mededelingsplicht zou hebben geschonden. Nu artikel 7:929 lid 1 BW een vervaltermijn betreft kan Delta Lloyd zich niet meer op de gevolgen van de gestelde schending van de mededelingsplicht beroepen;
- dat niet is voldaan aan het relevantievereiste ex artikel 7:928 lid 4 BW respectievelijk 7:930 BW.
3.2.3
Delta Lloyd heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Dat verweer zal, voor zover in hoger beroep van belang, in het navolgende aan de orde komen.
3.2.4
In eerste aanleg in reconventie heeft Delta Lloyd, kort gezegd, na vermindering van
eis gevorderd:
- de vorderingen van [geïntimeerde] af te wijzen, althans te bepalen dat [geïntimeerde] slechts aanspraak maakt op een uitkering indien en voor zover deze niet valt onder een uitsluiting, die in de polis zou zijn opgenomen bij kennis van de ware stand van zaken en mits komt vast te staan dat [geïntimeerde] arbeidsongeschikt is in de zin van de polis;
- te verklaren voor recht dat de reeds betaalde uitkeringen onder de aanvullende verzekeringen door Delta Lloyd onverschuldigd zijn betaald;
- [geïntimeerde] te veroordelen de reeds betaalde uitkeringen onder de aanvullende verzekeringen van in totaal € 29.780,32 op 2 augustus 2017, uitgaande van de hervatting van de uitkeringen onder de oorspronkelijke AOV(1989), althans een door de rechtbank in goede justitie vast te stellen bedrag, aan Delta Lloyd terug te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag dat ze betaalbaar zijn gesteld;
- [geïntimeerde] te veroordelen in de kosten van dit geding, met bepaling dat deze kosten binnen veertien dagen na het in deze zaak te wijzen vonnis moeten zijn voldaan, bij gebreke waarvan [geïntimeerde] rechtstreeks in verzuim zal zijn;
- [geïntimeerde] te veroordelen in de nakosten, vermeerderd met de wettelijke rente over de nakosten vanaf veertien dagen na aanzegging van de nakosten aan [geïntimeerde] .
3.2.5
Aan deze vorderingen heeft Delta Lloyd, kort gezegd, ten grondslag gelegd dat zij
wegens schending van de mededelingsplicht door [geïntimeerde] , in de periode 28 januari 2013 tot 2 augustus 2017 zonder rechtsgrond uitkeringen uit aanvullende AOV’s op grond van arbeidsongeschiktheid aan [geïntimeerde] heeft gedaan. Deze uitkeringen zijn daarom onverschuldigd betaald. Delta Lloyd zou bij kennis van de ware stand van zaken beperkende clausules hebben opgenomen, waardoor [geïntimeerde] geen recht zou hebben (gehad) op uitkeringen onder de aanvullende AOV’s als gevolg van arbeidsongeschiktheid wegens burn-out.
3.2.6
[geïntimeerde] heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Dat verweer zal, voor zover in hoger beroep van belang, in het navolgende aan de orde komen.
3.3.1
Op 13 september 2018 is een comparitie gehouden waarvan proces-verbaal is opgemaakt.
3.3.2
Bij vonnis van 2 oktober 2019 waarvan beroep heeft de rechtbank in conventie en reconventie geoordeeld:
- “(…) Aan de orde is allereerst of [geïntimeerde] in strijd met artikel 7:928 BW heeft gehandeld door bij het aanvragen van de verhoging(en) van de dekking van de AOV feiten te verzwijgen die hij kende of behoorde te kennen en waarvan hij wist of behoorde te begrijpen dat de beslissing van Delta Lloyd of, en zo ja, op welke voorwaarden zij de verzekering zou willen sluiten, daarvan af zou hangen of af kon (…) hangen (…)” (rov. 4.1.);
- “Tussen partijen is niet in geschil dat [geïntimeerde] op 13 september 1991, 29 juli 1999 en 30 augustus 1999 zijn huisarts heeft bezocht en dat zijn huisarts tweemaal het geneesmiddel ludiomil (antidepressivum) heeft voorgeschreven. Uit het journaal van de huisarts van [geïntimeerde] volgt dat de huisarts van [geïntimeerde] dit heeft voorgeschreven in verband met overspanningsverschijnselen, surmenage en angst- en paniekstoornissen. Bij de aanvraag voor de verhoging van de AOV op 1 juli 1994 en 15 januari 1998 heeft [geïntimeerde] op 30 september 1994 en 15 januari 1998 gezondheidsverklaringen ingevuld. In deze gezondheidsverklaringen heeft Delta Lloyd onder vraag 2 k (gezondheidsverklaring van 1 juli 1994) en vraag 12 k expliciet gevraagd of [geïntimeerde] lijdt of leed aan zenuwachtigheid, overwerktheid, overspanning of een zenuwziekte. [geïntimeerde] heeft deze vraag met nee beantwoord. Ook heeft Delta Lloyd in deze gezondheidsverklaringen gevraagd (vraag 15 bij de gezondheidsverklaring van 30 september 1994 en vraag 12q bij de gezondheidsverklaring van 15 januari 1998) wanneer en waarvoor [geïntimeerde] voor het laatst een arts heeft geraadpleegd. [geïntimeerde] heeft deze vragen ontkennend beantwoord, althans gesteld dat dit niet voor ernstige zaken was. Onder vraag 25 en 27 (gezondheidsverklaring 1 juli 1994) en vraag 14 en 24 (gezondheidsverklaring van 15 januari 1998) heeft Delta Lloyd gevraagd welke geneesmiddelen [geïntimeerde] gebruikt en hoe zijn slaap is. [geïntimeerde] heeft geantwoord dat hij geen geneesmiddelen gebruikt en dat zijn slaap zeer goed is althans dat hij geen klachten had over zijn slaap” (rov. 4.2.2.).
- “Doordat in de gezondheidsverklaringen onder andere expliciet is gevraagd naar klachten in verband overspannenheid, het bezoeken van een arts en geneesmiddelengebruik was het voor [geïntimeerde] voldoende duidelijk en kenbaar dat [geïntimeerde] , gelet op zijn bezoek aan zijn huisarts op 13 september 1991, onder vraag 2k en 12 k had dienen in te vullen dat hij te maken heeft gehad met overspanningsverschijnselen en surmenage. Ook was het voldoende duidelijk dat hij bij vraag 25 en 27 en vraag 14 en 24 had dienen in te vullen dat hij hiervoor een arts heeft bezocht en dat hem toen het geneesmiddel ludiomil is voorgeschreven. (…) [geïntimeerde] is zijn mededelingsplicht derhalve op genoemde onderdelen van deze vragenlijsten niet nagekomen. Dit geldt ook voor de door [geïntimeerde] ingevulde vragenlijst van 15 november 2005. Ook hierin zijn door Delta Lloyd onder vraag 3 B en L vragen gesteld met betrekking tot aandoeningen of klachten van psychische aard zoals depressie en overspannenheid en medicijngebruik, en ook hier heeft [geïntimeerde] ontkennend beantwoord dat hiervan sprake is geweest. Dit terwijl [geïntimeerde] in 1999 tweemaal zijn huisarts heeft bezocht met overspanningsverschijnselen en er toen wederom het geneesmiddel ludiomil aan hem is voorgeschreven”(rov. 4.2.3.).
- “Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat [geïntimeerde] niet heeft voldaan aan de op hem rustende mededelingsplicht” (rov. 4.2.4.).
- “De rechtbank heeft hiervoor vastgesteld dat [geïntimeerde] zijn mededelingsplicht heeft geschonden doordat hij een aantal feiten, zoals genoemd onder 4.2.3., niet bij de verzekeringsaanvragen van 1994 en 2005 heeft vermeld. Echter, naar het oordeel van de rechtbank heeft Delta Lloyd, gelet op de stellingen van [geïntimeerde] , onvoldoende onderbouwd waarom zij de AOV in 1994 en 2005 onder de door haar gestelde beperkende bepaling(en) zou hebben afgesloten. Aan de hand van de door [geïntimeerde] aangehaalde tabel, waarvan de toepasselijkheid niet door Delta Lloyd wordt betwist, heeft [geïntimeerde] immers aan de hand van de rapportage van [rapporteur] gemotiveerd gesteld waarom Delta Lloyd wel de verhogingen van de AOV’s onder dezelfde voorwaarden met [geïntimeerde] zou hebben moeten sluiten. (…) Nu Delta Lloyd op het punt van de “redelijk handelend verzekeraar” onvoldoende heeft gesteld wordt niet toegekomen aan het door haar aangeboden bewijs”(rov. 4.3.3.).
- “Gelet op het bovenstaande heeft [geïntimeerde] zijn mededelingsplicht niet geschonden nu dit feiten betreft, die niet tot een voor [geïntimeerde] ongunstigere beslissing zouden hebben geleid met betrekking tot de AOV’s van 1994 en 2005. Gelet hierop bestaat er geen grond voor Delta Lloyd om de betaalde uitkeringen aan [geïntimeerde] terug te vorderen. De vorderingen van [geïntimeerde] zullen derhalve gelet op het voorgaande worden toegewezen, hetgeen impliceert dat de reconventionele vorderingen van Delta Lloyd zullen worden afgewezen” (rov. 4.3.4.).
De rechtbank heeft in conventie voor recht verklaard dat [geïntimeerde] zijn precontractuele mededelingsplicht niet heeft geschonden en Delta Lloyd de verzekeringsovereenkomst zoals die ten tijde van de arbeidsongeschiktheid in 2013 bestond ongeclausuleerd dient voort te zetten.
Delta Lloyd is in conventie veroordeeld om haar verbintenissen uit de verzekeringsovereenkomst met [geïntimeerde] na te komen, in het bijzonder om de uitkeringen met terugwerkende kracht vanaf 15 oktober 2015 te hervatten, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf 15 oktober 2015.
In reconventie heeft de rechtbank de vorderingen van Delta Lloyd afgewezen.
Delta Lloyd is zowel in conventie als in reconventie in de proceskosten veroordeeld.