In dit hoger beroep kan worden uitgegaan van de volgende feiten.
Het betreft de navolgende zaken, waarbij ik verwijs naar het proces-verbaal dat is opgemaakt door deurwaarderskantoor [XX] :
1. een koffiezetapparaat van het merk Jura (vide randnummer 11);
2. een whiteboard (vide randnummer 18);
3. een televisietoestel van het merk Philips (vide randnummer 69);
4. een papierversnipperaar van het merk Rexel en een kopieerapparaat van het merk HP 9 (vide randnummer 71);
5. drie kopieerapparaten van het merk HP, een bureau, een doekjeshouder van het merk Franke (vide randnummer 72);
6. twee aangesloten gasflessen (vide randnummer 75);
7. twee doekjeshouders van het merk Franke (vide randnummer 76);
8. een bureau met daarop drie monitoren (vide randnummer 77);
9. een doekjeshouder van het merk Franke en rvs-prullenbak (vide randnummer 79);
10. twee monitoren, een toetsenbord en een verlengkabel (vide randnummer 81);
11. een vergadertelefoon van het merk Snom (vide randnummer 83);
12. op de zolder ontbreken diverse rekken (vide randnummer 89);
13. een wasmachine en droger met daarachter schotten (vide randnummer 90);
14. een kluis (vide randnummer 91);
15. een vaatwasser van het merk Winterhalter, twee doekjeshouders van het merk Propia, twee koelkasten, een koffiezetapparaat en een oven van het merk Eloma (vide randnummer 102);
16. rekken (vide randnummer 103);
17. twee bureaus met vier monitoren, een koelkast met vriezer en een behandelstoel (vide randnummer 104);
18. een koelkast (met glazen deur), tafels en stoelen, koffiezetapparaten en drinkwaterautomaat (vide randnummer 105);
19. sanitisers aan de muren (vide randnummer 107);
20. een spoelstoel en sanitisers (vide randnummer 109);
21. een sanitiser, doekjeshouder van het merk Franke en een apparaat van het merk Hämed (vide randnummer 110);
22. sanitisers, doekjeshouders van het merk Franke en televisietoestellen aan de muren (vide randnummer 111);
23. whiteboards (vide randnummer 115).”
3.2.1.
In de onderhavige procedure vordert [appellanten] in eerste aanleg in conventie in de inleidende dagvaarding de terugplaatsing / installatie van alle onder het beslag vallende zaken welke zijn onttrokken en/of verborgen worden gehouden op straffe van verbeurte van een dwangsom, alles met de gebruikelijke nevenvorderingen. Bij brief van 7 april 2022 schrijft de advocaat van [appellanten] vervolgens onder meer:
“
Vermindering eis:
[appellanten] wenst diens primaire eis te verminderen, waarbij de verminderde eis als volgt zal luiden:
Het U Edelachtbare Voorzieningenrechter behage bij vonnis, voor zover de wet toelaat uitvoerbaar bij voorraad, om:
I HSI te bevelen om, binnen 2 dagen na het wijzen van het door U Edelachtbare Voorzieningenrechter te wijzen vonnis, alle roestvrijstalen (RVS) dispensers/bakken uit het Landhuis en Souterrain, afkomstig van [firma 1] in [vestigingsplaats] onbeschadigd terug te plaatsen, alsook de inbouw apparatuur en trolleys toebehorende aan de [firma 2] terug te plaatsen/ te instaleren (derhalve terug te brengen naar de staat gedurende het beslag), voormelde onder verbeurte van een dwangsom van € 5.000,- of per dag of dagdeel (met een maximum van € 100.000,-.), dat niet aan dit vonnis wordt voldaan dan wel een dwangsom door U Edelachtbare Voorzieningenrechter in goede justitie te bepalen.
II HSI te voordelen in de kosten van deze procedure.”
3.2.2.
Aan deze vordering heeft [appellanten] , kort samengevat, aanvankelijk het volgende ten grondslag gelegd. De zaken die staan vermeld op de lijst in de e-mail van 5 januari 2022 vielen onder het conservatoir beslag en zijn daarom ten onrechte door HSI uit het gehuurde meegenomen. In de brief van 7 april 2022 voert [appellanten] als grond voor de vermindering van eis aan dat de genoemde RSV dispensers/bakken, die onder het beslag vielen, op geen enkele overnamelijst voorkomen en dat HSI geen belang heeft bij deze zaken, die zij heeft opgeslagen. [appellanten] heeft belang bij terugplaatsing, omdat het gehuurde nu vol gaten zit op die plaatsen waar de dispensers en bakken gemonteerd zijn geweest. De trolleys en inbouwapparatuur maken volgens [appellanten] onlosmakelijk deel uit van de aanwezige keuken, die een bestanddeel is van het pand.