Het hof heeft in het tussenarrest van 23 juni 2009, voor zover in cassatie van belang, als volgt overwogen.
Nadat partijen vanaf april 2009 tevergeefs pogingen hadden gedaan om in onderling overleg de arbeidsvermogensschade van [eiser] vast te stellen, heeft Achmea aanvankelijk voorgesteld om [betrokkene 1] als bindend adviseur op dit punt aan te stellen. [eiser] heeft dat afgewezen. Nadat [betrokkene 1] had voorgesteld dat hij, in plaats van als adviseur van één van partijen, ook als wederzijds adviseur kon optreden, is uiteindelijk na uitvoerig nader overleg tussen partijen door de advocaat van [eiser] mede namens de advocaat van Achmea aan [betrokkene 1] opdracht gegeven een onderzoek in te stellen naar het verlies aan verdienvermogen van [eiser]. (rov. 5.4.2.2)
Het rapport van [betrokkene 1] bindt [eiser] niet bij wijze van bindend advies, want partijen zijn geen bindend advies overeengekomen. Gezien de wijze van totstandkoming van het rapport van [betrokkene 1] is het echter ook niet zo dat het rapport slechts een vrijblijvend advies was dat [eiser] naast zich neer zou kunnen leggen op de enkele grond dat hij het er niet mee eens is. Partijen zijn immers na langdurige discussie overeengekomen om [betrokkene 1] als gezamenlijk adviseur in te schakelen nadat het niet was gelukt onderling tot overeenstemming te komen over de vaststelling van het verlies aan verdienvermogen van [eiser]. Dat hebben zij gedaan op grond van de door beide partijen bij [betrokkene 1] aanwezig geachte deskundigheid op dit gebied. [eiser] heeft een zeer aanzienlijke invloed gehad op de stukken waarop [betrokkene 1] zich heeft gebaseerd en er is ook voldaan aan de voorwaarde die [eiser] had gesteld, dat hij tenminste éénmaal in een gesprek de door hem verstrekte gegevens wilde toelichten. [betrokkene 1] heeft aan partijen een gedetailleerd plan van aanpak voorgelegd, waarbij hij eerst een concept-rapport zou produceren waarop partijen konden reageren alvorens hij een eindrapport zou opstellen. Zijn rapport is zeer uitvoerig en daarin zijn alle mogelijke aspecten meegewogen die bij de berekening van het verlies aan verdienvermogen een rol spelen. Al kan niet gezegd worden dat de bedoeling was dat dit rapport het laatste woord in de discussie tussen partijen zou zijn, het was zonder meer wel de bedoeling dat dit rapport de overeenstemming tussen partijen een heel stuk dichterbij zou brengen. Dit blijkt ook uit de zorgvuldige voorbereiding door partijen voordat zij de opdracht aan [betrokkene 1] gaven; het rapport was niet slechts een inventarisatie of een oriënterende verkenning. Het was dus voor partijen nog wel mogelijk bezwaar te maken tegen (onderdelen van) het rapport, maar dat alleen op grond van een stevige onderbouwing van die bezwaren. (rov. 5.4.2.3)
Van die laatste mogelijkheid heeft [eiser] in feite gebruik gemaakt door nadat het rapport van [betrokkene 1] was uitgebracht, met welk rapport hij zich op een aantal punten niet kon verenigen, evenmin als met de daarop gebaseerde berekeningen van Laumen, opdracht te geven aan [A] om een nieuw rapport op te stellen, waarin van de door [eiser] gewenste uitgangspunten is uitgegaan. Daarmee heeft [eiser] zijn bezwaren tegen het rapport van [betrokkene 1] (en dat van Laumen) voldoende onderbouwd om aanspraak te kunnen maken op een serieus nader onderzoek van die bezwaren. (rov. 5.4.2.4)
De rechtbank heeft dat terecht en op juiste gronden aldus gehonoreerd dat zij een deskundige heeft benoemd om te onderzoeken of [betrokkene 1] en Laumen, gelet op de door [eiser] naar voren gebrachte bezwaren, in redelijkheid tot hun bevindingen hebben kunnen komen. (rov. 5.4.2.5).
Nu de absolute waarheid omtrent bepaalde te hanteren uitgangspunten niet bestaat en er bij een schadeberekening als hier aan de orde zekere marges zijn waarbinnen een vakbekwame deskundige volgens een professionele standaard de schade kan vaststellen, heeft de rechtbank aan de deskundige terecht gevraagd om te toetsen of [betrokkene 1] en Laumen in redelijkheid tot hun bevindingen hebben kunnen komen (rov. 5.4.2.6).
Wel is het hof van oordeel dat op een aantal punten in het deskundigenrapport onvoldoende is gemotiveerd dat de rapporten van [betrokkene 1] en Laumen de toets der redelijkheid kunnen doorstaan. Het hof heeft behoefte aan een nadere uiteenzetting van de deskundige, waarin tevens de inhoud van het rapport [A] expliciet door de deskundige wordt beoordeeld. Aangezien Boers niet meer beschikbaar is, zal het hof Dubbers, kantoorgenoot van Boers, als deskundige benoemen. (rov. 5.4.2.7)