Uitspraken

Een deel van alle rechterlijke uitspraken wordt gepubliceerd op rechtspraak.nl. Dit gebeurt gepseudonimiseerd.

Deze uitspraak is gepseudonimiseerd volgens de pseudonimiseringsrichtlijn

ECLI:NL:HR:2015:310

Hoge Raad
13-02-2015
13-02-2015
14/06304
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2015:65, Gevolgd
Civiel recht
Cassatie

Procesrecht. Beoordeling verzoek tot verstekverlening. Betekeningsverordening II, Haags Betekeningsverdrag, art. 63 lid 1 Rv en art. 115 Rv. HR 15 april 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP4952, NJ 2011/369. Kantoorbetekening op de voet van art. 63 lid 1 Rv in de gevallen die worden genoemd in art. 115 lid 1 Rv; volstaan kan worden met de in art. 115 lid 3 Rv voorgeschreven termijn van ten minste een week. Verdedigingsbelang.

Rechtspraak.nl
RvdW 2015/312
JWB 2015/71
NJB 2015/415
NJ 2015/411 met annotatie van L. Strikwerda
JBPr 2015/21 met annotatie van Mr. M. Freudenthal
JIN 2015/61 met annotatie van M.C. van Rijswijk, P.H. Frerichs
TvPP 2015, afl. 2, p. 55

Uitspraak

13 februari 2015

Eerste Kamer

nr. 14/06304

LZ/TT

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

ORACLE NEDERLAND B.V.,
gevestigd te Utrecht,

EISERES tot cassatie,

advocaat: mr. J.P. Heering,

t e g e n

WESTINVEST GESELLSCHAFT FÜR INVESTMENTSFONDS MBH,
gevestigd te Düsseldorf, Duitsland,

VERWEERSTER in cassatie,

niet verschenen.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als Oracle en Westinvest.

1 Het geding in cassatie

1.1

Oracle heeft Westinvest gedagvaard te verschijnen ter terechtzitting van de Hoge Raad van 19 december 2014.

1.2

Het exploot is op de voet van art. 63 Rv uitgebracht aan het kantoor van mr. Ch.G.A. van Rijckevorsel, de advocaat bij wie Westinvest in de vorige instantie laatstelijk ter zake woonplaats heeft gekozen.

1.3

Op de dienende dag is Westinvest niet verschenen. Oracle heeft verzocht tegen Westinvest verstek te verlenen.

1.4

De Advocaat-Generaal Keus heeft ter terechtzitting van 23 januari 2015 schriftelijk geconcludeerd tot verstekverlening tegen Westinvest.

2 Beoordeling van het verzoek tot verstekverlening

2.1

Bij de beoordeling van het verzoek tot verstekverlening kan van het volgende worden uitgegaan.

(i) Westinvest is gevestigd te Düsseldorf, Duitsland, een lidstaat waar Verordening (EG) nr. 1393/2007 (hierna: Betekeningsverordening II) van toepassing is.

(ii) Het exploot waarbij Oracle beroep in cassatie heeft ingesteld en Westinvest heeft gedagvaard om in cassatie te verschijnen, is op de voet van art. 63 lid 1 Rv uitgebracht aan het kantoor van de advocaat bij wie Westinvest in de vorige instantie laatstelijk ter zake woonplaats heeft gekozen.

(iii) Het exploot is uitgebracht op 26 november 2014 en vermeldt als eerstdienende dag 19 december 2014.
De termijn van dagvaarding bedraagt derhalve 23 dagen.

2.2.1

Art. 63 lid 1 Rv bepaalt dat een exploot waarbij verzet wordt gedaan of waarbij hoger beroep of beroep in cassatie wordt ingesteld (hierna: rechtsmiddelexploot), ook kan worden gedaan aan het kantoor van de advocaat of deurwaarder bij wie degene voor wie het rechtsmiddelexploot is bestemd, laatstelijk ter zake woonplaats heeft gekozen (hierna: kantoorbetekening). Voorts bepaalt dit voorschrift dat een dergelijke kantoorbetekening ook mogelijk is indien degene voor wie het rechtsmiddelexploot is bestemd, een bekende woonplaats of bekend werkelijk verblijf heeft in een staat waar de Betekeningsverordening II van toepassing is. Ten slotte houdt deze bepaling in dat de advocaat of deurwaarder aan wiens kantoor het rechtsmiddelexploot wordt gedaan, bevordert dat dit degene voor wie het is bestemd, tijdig bereikt.

2.2.2

Art. 115 Rv onderscheidt drie termijnen van dagvaarding:

(i) de termijn van dagvaarding is ten minste vier weken indien de gedaagde een bekende woonplaats of een bekend werkelijk verblijf buiten Nederland heeft in een lidstaat waar de Betekeningsverordening II van toepassing is, dan wel in een staat die in Europa is gelegen en die partij is bij het Haags Betekeningsverdrag (Verdrag van 15 november 1965, Trb. 1966, 91, en 1969, 55) (lid 1);

(ii) de termijn van dagvaarding is ten minste drie maanden indien de gedaagde noch in Nederland, noch in een lidstaat waar de Betekeningsverordening II van toepassing is, noch in een staat die in Europa is gelegen en die partij is bij het Haags Betekeningsverdrag, een bekende woonplaats of een bekend werkelijk verblijf heeft (lid 2);

(iii) de termijn van dagvaarding is, in afwijking van de hiervoor genoemde gevallen, ten minste een week indien de gedaagde in Nederland geen bekende woonplaats of bekend werkelijk verblijf heeft, en het exploot in Nederland wordt gedaan aan de gedaagde in persoon, dan wel aan een door de gedaagde voor deze zaak gekozen woonplaats (lid 3).

2.3

In de rechtspraak van de Hoge Raad is tot dusverre het navolgende beslist omtrent de verhouding tussen de Betekeningsverordening II en het Haags Betekeningsverdrag enerzijds en de art. 63 lid 1 en 115 Rv anderzijds.

(i) Kantoorbetekening van een rechtsmiddelexploot op de voet van art. 63 lid 1 Rv volstaat om verstek te verlenen tegen degene voor wie dit exploot is bestemd, indien deze persoon een bekende woonplaats of een bekend werkelijk verblijf heeft in een lidstaat waar de Betekeningsverordening II van toepassing is. In een dergelijk geval behoeft niet de weg van de Betekeningsverordening II te worden gevolgd. (Vgl. HR 18 december 2009, ECLI:NL:HR:2009:BK3078, NJ 2010/111 (Demerara/[…])

(ii) Kantoorbetekening van een rechtsmiddelexploot op de voet van art. 63 lid 1 Rv volstaat eveneens om verstek te verlenen tegen degene voor wie dit exploot is bestemd, indien deze persoon een bekende woonplaats of een bekend werkelijk verblijf heeft in een (al dan niet in Europa gelegen) staat die partij is bij het Haags Betekeningsverdrag. In een dergelijk geval behoeft niet de weg van het Haags Betekeningsverdrag te worden gevolgd. (Vgl. HR 4 februari 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP0006, NJ 2011/368 ([.../...]), en HR 4 februari 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP3105 (Stichting Evangeliegemeente De Weg/X))

(iii) Indien de persoon voor wie het exploot is bestemd, een bekende woonplaats heeft in een buiten Europa gelegen staat die partij is bij het Haags Betekeningsverdrag, kan het kantooradres van de advocaat bij wie die persoon op de voet van art. 63 lid 1 Rv in de vorige instantie laatstelijk ter zake woonplaats heeft gekozen, gelden als een door die persoon voor deze zaak gekozen woonplaats in de zin van art. 115 lid 3 Rv. In een dergelijk geval bedraagt de termijn van dagvaarding ten minste een week, en behoeft niet de in art. 115 lid 2 Rv voorgeschreven termijn van dagvaarding van ten minste drie maanden in acht te worden genomen. (Vgl. HR 15 april 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP4952, NJ 2011/369 ([.../...]))

2.4.1

De beslissing in het hiervoor in 2.3 onder (iii) genoemde arrest van 15 april 2011 ([.../...]) berust blijkens rov. 2.3 daarvan op de overweging dat de kantoorbetekening strookt met het doel en de strekking van zowel het Haags Betekeningsverdrag als de Betekeningsverordening II om op eenvoudige en snelle wijze te bewerkstelligen dat de geadresseerde die in een andere verdragstaat of lidstaat zijn woonplaats of bekend werkelijk verblijf heeft, van het stuk kennis neemt, nu zij beoogt een waarborg te scheppen dat het exploot ook werkelijk tijdig degene bereikt voor wie het is bestemd. Ook heeft de Hoge Raad in dit verband overwogen dat de advocaat aan wiens adres op de voet van art. 63 lid 1 Rv het exploot wordt betekend, is gehouden te bevorderen dat het exploot tijdig degene bereikt voor wie het is bestemd, hetgeen met de moderne communicatiemiddelen binnen de korte termijn van een week in de regel mogelijk zal zijn.

2.4.2

De hiervoor in 2.4.1 weergegeven overwegingen waarop de beslissing in het arrest van 15 april 2011 ([.../...]) berust, doen niet slechts opgeld in het in dat arrest aan de orde zijnde geval dat degene voor wie het stuk is bestemd, een bekende woonplaats heeft in een buiten Europa gelegen staat die partij is bij het Haags Betekeningsverdrag (een geval dat wordt bestreken door art. 115 lid 2 Rv).
Op grond van diezelfde overwegingen is een beslissing als in dat arrest gegeven eveneens gerechtvaardigd in de gevallen dat degene voor wie het stuk is bestemd, een bekende woonplaats of een bekend werkelijk verblijf heeft in een lidstaat waar de Betekeningsverordening II van toepassing is, dan wel in een binnen Europa gelegen staat die partij is bij het Haags Betekeningsverdrag (gevallen die worden genoemd in art. 115 lid 1 Rv). Daarbij is met name van belang dat mag worden aangenomen dat in alle hiervoor genoemde gevallen de moderne communicatiemiddelen het mogelijk maken dat de advocaat aan wiens kantoor op de voet van art. 63 lid 1 Rv het rechtsmiddelexploot wordt gedaan, in de regel erin zal slagen om binnen de termijn van een week te bewerkstelligen dat dit stuk degene bereikt voor wie het is bestemd.

2.4.3

Het vorenstaande betekent dat bij kantoorbetekening van een rechtsmiddelexploot op de voet van art. 63 lid 1 Rv kan worden volstaan met de in art. 115 lid 3 Rv voorgeschreven termijn van dagvaarding van ten minste een week, indien degene voor wie het stuk is bestemd, een bekende woonplaats of een bekend werkelijk verblijf heeft in een lidstaat waar de Betekeningsverordening II van toepassing is, dan wel in een (al dan niet in Europa gelegen) staat die partij is bij het Haags Betekeningsverdrag.

In deze gevallen dient de rechter met inachtneming van het verdedigingsbelang te beslissen over verstekverlening. Indien degene voor wie het rechtsmiddelexploot is bestemd, op de dienende dag niet verschijnt en er aanleiding bestaat eraan te twijfelen of het stuk de buitenlandse geadresseerde heeft bereikt, dient de rechter het verstek niet terstond te verlenen. De rechter kan zo nodig inlichtingen hieromtrent (doen) inwinnen bij de advocaat aan wiens kantoor het rechtsmiddelexploot is gedaan.

Indien de advocaat aan wiens kantoor het rechtsmiddelexploot is gedaan, eigener beweging of desgevraagd meedeelt dat hij (nog) niet erin is geslaagd zijn (voormalige) cliënt op de hoogte te stellen van de inhoud van het stuk, dient de rechter dit in zijn oordeelsvorming te betrekken.

2.5

Oracle heeft het exploot waarbij zij beroep in cassatie heeft ingesteld en Westinvest heeft gedagvaard om in cassatie te verschijnen, op de voet van art. 63 lid 1 Rv doen uitbrengen aan het kantoor van de advocaat bij wie Westinvest in de vorige instantie laatstelijk ter zake woonplaats heeft gekozen. Daarbij heeft Oracle gedagvaard op een termijn van 23 dagen en dus de termijn van art. 115 lid 3 Rv in acht genomen.

Nu er geen aanleiding bestaat eraan te twijfelen dat het stuk Westinvest heeft bereikt, dient het gevraagde verstek te worden verleend.

3 Beslissing

De Hoge Raad verleent het gevraagde verstek.

Dit arrest is gewezen door de vice-president E.J. Numann als voorzitter en de raadsheren C.A. Streefkerk, G. Snijders, G. de Groot en M.V. Polak, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 13 februari 2015.

De gegevens worden opgehaald

Hulp bij zoeken

Er is een uitgebreide handleiding beschikbaar voor het zoeken naar uitspraken, met onder andere uitleg over:

Selectiecriteria

De Rechtspraak, Hoge Raad der Nederlanden en Raad van State publiceren uitspraken op basis van selectiecriteria:

  • Uitspraken zaken meervoudige kamers
  • Uitspraken Hoge Raad en appelcolleges
  • Uitspraken met media-aandacht
  • Uitspraken in strafzaken
  • Europees recht
  • Richtinggevende uitspraken
  • Wraking

Weekoverzicht

Selecteer een week en bekijk welke uitspraken er in die week aan het uitsprakenregister zijn toegevoegd.