De rechtbank heeft de beschikking van de rechter-commissaris vernietigd voor zover daarin het zojuist genoemde bevel is gegeven. De rechtbank heeft de curator toegestaan de woning na afloop van de gestelde termijn op te eisen en op de voet van art. 176 Fw te verkopen, en heeft de genoemde beschikking voor het overige bekrachtigd.
Voor zover in cassatie van belang heeft de rechtbank, na in rov. 2.6 te hebben vastgesteld dat SNS Bank op 4 april 2014 heeft laten weten dat zij de veiling heeft ingetrokken, haar beslissing als volgt gemotiveerd.
Indien SNS Bank niet binnen de daarvoor gestelde termijn tot verkoop overgaat, is de curator bevoegd om de woning op te eisen en met toepassing van de art. 101 of 176 Fw te verkopen (art. 58 lid 1 Fw). De uitoefening van deze bevoegdheid dient het belang van de boedel dan wel de gezamenlijke schuldeisers te dienen. Het belang van de boedel wordt onder meer gediend “indien en voor zover de vervreemding noodzakelijk is ter bestrijding der kosten van het faillissement” (art. 101 lid 1 Fw). (rov. 4.5)
De curator heeft gesteld dat de verkoop van de woning noodzakelijk is ter bestrijding van de kosten van het faillissement, omdat de boedel thans negatief is en de verkoop van de woning door de curator zal leiden tot dekking van de faillissementskosten. De stelling dat de boedel thans negatief is, is voldoende onderbouwd.
(rov. 4.6)
Indien de curator op de voet van art. 58 Fw zelf tot verkoop overgaat, wordt SNS Bank in de omslag van de algemene faillissementskosten betrokken in die zin dat die kosten eerst uit de verkoopopbrengst worden voldaan, alvorens SNS Bank haar vordering hieruit voldaan krijgt. Gelet op de negatieve boedel is de verkoop noodzakelijk ter bestrijding van de faillissementskosten en aldus in overeenstemming met art. 101 Fw. Daarom is de curator op grond van de art. 58 lid 1 en 101 lid 1 Fw bevoegd tot verkoop over te gaan en heeft hij ook een redelijk te respecteren belang bij de uitoefening van deze bevoegdheid. Daaraan doet niet af dat [verzoeker] en zijn echtgenote met een restschuld blijven zitten, de woning verlaten zal moeten worden, dat geen achterstand in de betaling van de hypotheeklasten bestaat en dat nieuwe woonkosten gemaakt zullen moeten worden. Het systeem van de Faillissementswet brengt mee dat de betaling van de algemene faillissementskosten voorgaat. (rov. 4.7)
Met betrekking tot het verzoek van de curator tot afwijzing van het oorspronkelijke verzoek van [verzoeker] om de termijnstelling aan SNS Bank ongedaan te maken, wordt overwogen dat de rechter-commissaris in de bestreden beschikking dit oorspronkelijke verzoek reeds heeft afgewezen, en dat, nu [verzoeker] tegen die afwijzing geen bezwaar heeft gericht, de beslissing op dit punt in stand kan blijven (rov. 4.10).