Het hof heeft het vonnis van de rechtbank en het verstekvonnis van 25 mei 2011 vernietigd en heeft de vorderingen van Continental Automaten alsnog afgewezen. Voor zover in cassatie van belang heeft het daartoe als volgt overwogen.
Art. 143 lid 2 Rv houdt in dat verzet tegen een veroordeling bij verstek moet worden gedaan binnen vier weken na betekening van het vonnis of van enige uit kracht daarvan opgemaakte of ter uitvoering daarvan strekkende akte aan de veroordeelde in persoon, óf na het plegen door deze van enige daad waaruit noodzakelijk voortvloeit dat het vonnis of de aangevangen tenuitvoerlegging aan hem bekend is (rov. 3.3 eerste tussenarrest).
Niet in geschil is dat een rechtsgeldige betekening van het verstekvonnis heeft plaatsgevonden op het daartoe door de Ontvanger voorgeschreven adres. Ter discussie staat uitsluitend of deze betekening aan de Ontvanger rechtens heeft te gelden als een betekening aan ‘de veroordeelde in persoon’ als bedoeld in art. 143 lid 2 Rv, die de verzettermijn doet aanvangen. (rov. 3.4 eerste tussenarrest)
Teneinde de – kennelijk ook in de visie van de Ontvanger onwenselijk te achten – situatie te vermijden dat alleen aan de directeur van de Belastingdienst/Centrale Administratie kan worden betekend, dient volgens de Ontvanger art. 49 Rv naar analogie te worden toegepast. (rov. 3.5 van het eerste tussenarrest)
De betekening van het verstekvonnis waarbij de deurwaarder een afschrift van het exploot heeft uitgereikt aan de receptioniste op het adres Stationsplein 50 te Apeldoorn, kan niet worden aangemerkt als een betekening aan de Ontvanger ‘in persoon’.
De receptioniste was niet gemandateerd stukken in ontvangst te nemen voor de Belastingdienst. Door Continental Automaten zijn onvoldoende feiten en omstandigheden gesteld die zouden rechtvaardigen dat zij erop mocht vertrouwen dat de receptioniste een dergelijke bevoegdheid wel had. Alleen een betekening aan de toenmalige directeur van de Belastingdienst/CA zelf, [betrokkene 2], kantoorhoudend op genoemd adres, zou een betekening aan de Ontvanger ‘in persoon’ hebben opgeleverd. Daarvan is in dit geval geen sprake geweest. (rov. 2.2 tweede tussenarrest)
Er is geen sprake geweest van een (latere) daad van de Ontvanger waaruit noodzakelijk voortvloeit dat het vonnis of de aangevangen tenuitvoerlegging aan hem bekend was (rov. 2.3 tweede tussenarrest).
De Ontvanger heeft tijdig verzet ingesteld tegen het verstekvonnis (rov. 2.5 tweede tussenarrest).
Het hof ziet geen aanleiding om terug te komen van het oordeel in het tweede tussenarrest over de ontvankelijkheid van het verzet. Het ziet evenmin aanleiding om Continental Automaten alsnog toe te laten tot levering van bewijs dat de receptioniste was ‘aangewezen’ om namens de Ontvanger stukken in ontvangst te nemen. (rov. 2.4 eindarrest)