3.1
In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan.
(i) [eiser] is eigenaar van het pand aan de [a-straat 1 en 2] te [plaats] (hierna: het pand). [verweerder] is een zwager van [eiser].
(ii) Partijen zijn in 1989 mondeling overeengekomen dat [eiser] het pand in economische eigendom overdraagt aan [verweerder], met als gevolg dat alle lusten (de huurinkomsten) en lasten (onder meer de zakelijke lasten) van het pand voor rekening van [verweerder] zijn, dat [verweerder] het pand voor eigen rekening opknapt, dat [eiser] de juridische eigendom van het pand geheel (volgens [verweerder]) dan wel gedeeltelijk (volgens [eiser]) aan [verweerder] zal overdragen nadat [verweerder] een bedrag van f. 150.000,-- aan [eiser] zal hebben voldaan, en dat [verweerder] over hetgeen hij aan [eiser] verschuldigd is, een rente van 7% op jaarbasis betaalt (hierna: de overeenkomst).
(iii) Partijen hebben na 1989 gedeeltelijk uitvoering gegeven aan de overeenkomst.
(iv) Per 1 mei 2007 was [verweerder] aan [eiser] verschuldigd € 88.724,16 uit hoofde van aflossingen en € 25.545,24 ter zake van door [eiser] voldane zakelijke lasten; het totaal inclusief rente tot 30 juni 2007 was € 114.269,40.
(v) Begin 2007 heeft [eiser] voorgesteld dat hij het pand volledig (juridisch) aan [verweerder] zou overdragen tegen betaling van € 250.000,--, welk bedrag volgens [eiser] was opgebouwd uit ruim € 100.000,-- die [verweerder] reeds aan [eiser] verschuldigd was, vermeerderd met € 150.000,-- als koopsom voor het resterende deel van de juridische eigendom. [verweerder] heeft dit aanbod niet aanvaard.
(vi) Op 27 april 2007 heeft [verweerder] conservatoir beslag op het pand doen leggen.
(vii) Bij brief van 20 augustus 2007 heeft de advocaat van [eiser] [verweerder] gesommeerd tot betaling van € 115.693,85 en heeft hij, voor het geval betaling niet tijdig zou plaatsvinden, [verweerder] in gebreke gesteld en de overeenkomst buitengerechtelijk ontbonden.
3.2.1
In dit geding vordert [verweerder] in conventie een verklaring voor recht dat de voor het pand overeengekomen koopprijs f. 150.000,-- bedraagt, en veroordeling van [eiser] om het pand aan [verweerder] te leveren tegen het door [verweerder] per saldo nog verschuldigde gedeelte van de koopprijs. [eiser] vordert in reconventie onder meer opheffing van het beslag, ontbinding van de overeenkomst, en veroordelingen die strekken tot afwikkeling van het geschil over (de gevolgen van) de (ontbonden) overeenkomst.
3.2.2
De rechtbank heeft de vorderingen in conventie afgewezen. In reconventie heeft de rechtbank voor recht verklaard dat de tussen partijen gesloten overeenkomst met ingang van 20 augustus 2007 rechtsgeldig is ontbonden, en bepaald dat partijen door elkaar dienen te worden gebracht in de toestand waarin zij verkeerden voor de totstandkoming van de overeenkomst en de gedeeltelijke uitvoering daarvan.
3.2.3
Het hof heeft de vonnissen van 28 januari 2009 en 28 september 2011 vernietigd en [eiser] veroordeeld om binnen 60 dagen na de datum van zijn arrest mee te werken aan de levering van het pand bij notariële akte, tegen voldoening van de door [verweerder] aan [eiser] verschuldigde bedragen. Het heeft onder meer geoordeeld dat [eiser] de overeenkomst niet rechtsgeldig heeft ontbonden, dat de vordering in conventie toewijsbaar is en dat de vorderingen in reconventie niet toewijsbaar zijn. Het hof heeft daartoe onder meer als volgt overwogen:
“(…) Daarbij is van belang (…) dat tussen partijen geen geschil bestaat over de vraag wat [verweerder] aan [eiser] verschuldigd is, althans hoe dit moet worden berekend (…).” (rov. 3.3 van het tussenarrest van 25 september 2012)
“(…) Partijen zijn het er (…) over eens dat [verweerder] per ultimo 2006 een bedrag van € 85.723,82 verschuldigd was, dat dit bedrag vermeerderd dient te worden met rente ad 7% (samengesteld per jaar te berekenen) tot aan de leveringsdatum en dat [verweerder] tevens aan [eiser] dient te vergoeden de aan het pand verbonden zakelijke lasten die [eiser] tot aan de leveringsdatum voor zijn rekening heeft genomen, welke bedragen eveneens zijn te vermeerderen met de (per jaar samengestelde) rente ad 7% op de wijze waarop [eiser] deze rente berekent (waarbij [verweerder] zich in de conclusie van antwoord in reconventie (…) heeft aangesloten). Dit betekent dat het hof ermee kan volstaan [eiser] te veroordelen het pand aan [verweerder] in eigendom over te dragen tegen betaling van al hetgeen [verweerder] tot aan de leveringsdatum nog aan [eiser] verschuldigd is.” (rov. 1.10 van het eindarrest)