Het hof heeft bepaald dat de boerderij aan de man wordt toegedeeld met overneming van de met de boerderij verband houdende schulden, en dat de vrouw aan de man een bedrag van € 725.000,-- dient te betalen wegens onderbedeling van de man. Het hof heeft, samengevat, het volgende overwogen.
De vrouw stelt dat de beperkte gemeenschap niet de boerderij in haar geheel omvat, maar alleen het woonhuis. Ook als deze stelling juist is, geldt dat het deel van de boerderij dat niet tot de beperkte gemeenschap behoort, aan partijen samen toebehoort. Ook voor dat deel is sprake van een gemeenschap, zij het niet een beperkte gemeenschap, maar een eenvoudige gemeenschap in de zin van art. 3:166 lid 1 BW. (rov. 5.1)
De vrouw richt zich met haar tweede grief tegen de beslissing van de rechtbank dat de beperkte gemeenschap de hypothecaire schulden aan Direktbank N.V. en MMS omvat en dat partijen ieder de helft van deze schulden moeten dragen.
Partijen zijn het erover eens dat de schuld aan Direktbank N.V. van € 2.350.000,-- gemeenschappelijk is. De schuld aan MMS van € 2.100.000,-- behoort volgens de man tot de beperkte gemeenschap; de vrouw erkent dat voor een gedeelte ter grootte van € 1.146.827,-- en betwist dat voor het overige.
Het hof stelt vast dat de schuld van € 2.100.000,-- aan MMS tot de beperkte gemeenschap behoort en baseert dit op de stukken die de man bij brief van 28 april 2016 in het geding heeft gebracht (grootboekkaarten, bankafschriften en facturen), waaruit de opbouw van het bedrag van € 2.100.000,-- is af te leiden. De vrouw heeft de juistheid van deze stukken en de daaraan door de man verbonden gevolgen voor de omvang van de schuld aan MMS onvoldoende gemotiveerd weersproken. Dat onder de betalingen ook cashopnames of betalingen voor roerende zaken en overboekingen tussen de vennootschappen voorkomen, doet aan de omvang van de schuld niet af. (rov. 5.3)
Het hof heeft vervolgens (in rov. 5.3) overwogen:
“De vrouw betwist niet dat deze cashopnames en roerende zaken ten goede zijn gekomen aan (de gemeenschappelijke huishouding van) beide partijen. Ook als deze bedragen, zoals de vrouw naar voren brengt, thuishoren op de rekening courant van de man in [MMS] leidt dat niet ertoe dat de schuld niet in de beperkte gemeenschap is gevallen of niet anderszins door beide partijen moeten worden gedragen. (…)”