Het hof heeft het vonnis van de rechtbank bekrachtigd. Daartoe heeft het, voor zover in cassatie van belang, als volgt overwogen.
Uit de onherroepelijke veroordeling van [verzoekster] tot betaling van het boedeltekort volgt dat summierlijk is gebleken van het vorderingsrecht van Entzinger c.s. (rov. 3.6)
Naast de vordering van Entzinger c.s. is in ieder geval het bestaan van één andere vordering gebleken. Het betreft de vordering van [de derde schuldeiser] die bij de curator in het faillissement van [verzoekster] is ingediend voor een bedrag van € 4.942.518,44. (rov. 3.9)
[verzoekster] heeft niet betwist dat [de derde schuldeiser] een vordering op haar had. Zij heeft tot verweer aangevoerd dat deze vordering teniet is gegaan door verrekening met de door haar van [B] B.V. overgenomen vordering op [de derde schuldeiser] van € 4.200.000,--, onderscheidenlijk met de door haar van [C] GmbH overgenomen vordering op [de derde schuldeiser] van € 400.000,--. (rov. 3.11)
Uit de stukken blijkt dat [de derde schuldeiser] op 20 oktober 2009 is toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling. [verzoekster] heeft haar beroep op verrekening onderbouwd met een cessieakte van maart 2012. Daaruit volgt dat [verzoekster] de vordering heeft overgenomen nadat [de derde schuldeiser] was toegelaten tot de schuldsaneringsregeling. Art. 54 lid 2 Fw, dat op grond van art. 313 Fw van overeenkomstige toepassing is tijdens de schuldsaneringsregeling, staat in de weg aan de verrekening. (rov. 3.12)
Van verrekening op een eerder tijdstip is niet summierlijk gebleken. (rov. 3.13)
De omstandigheid dat het gerechtshof te Leeuwarden in 2009, bij de afwijzing van een verzoek van [de derde schuldeiser] tot faillietverklaring van [verzoekster] , heeft geoordeeld dat niet summierlijk is gebleken van het bestaan van een vordering van [de derde schuldeiser] op [verzoekster] , betekent niet dat het hof ditmaal niet tot een ander oordeel kan komen. (rov. 3.15)
Het vorenstaande leidt tot de conclusie dat de vordering van [de derde schuldeiser] niet door verrekening teniet is gegaan. (rov. 3.16)
Aan het pluraliteitsvereiste is derhalve voldaan (rov. 3.17). Summierlijk is gebleken dat [verzoekster] in de toestand verkeert dat zij heeft opgehouden te betalen. (rov. 3.18)