Het middel richt zich tegen de bewezenverklaring van het onder 1 tenlastegelegde met de klacht dat het voor medeplichtigheid vereiste opzet niet uit de bewijsvoering kan worden afgeleid.
2.2.1.
Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat:
"een of meer onbekend gebleven personen in de periode van 1 oktober 2015 tot en met 5 februari 2016 te Pijnacker, gemeente Pijnacker-Nootdorp met elkaar, althans één van hen, opzettelijk heeft/hebben geteeld in een pand aan [verdachte] een hoeveelheid van 243 hennepplanten, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, tot het plegen van welk misdrijf verdachte in de periode van 1 februari 2016 tot en met 5 februari 2016 te Pijnacker, gemeente Pijnacker-Nootdorp, opzettelijk gelegenheid heeft verschaft, door aan die onbekend gebleven persoon/personen voornoemd pand voor de teelt van hennepplanten ter beschikking te stellen."
2.2.2.
Deze bewezenverklaring steunt op de volgende bewijsmiddelen:
"1. De verklaring van de verdachte. De verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep van 25 oktober 2017 verklaard - zakelijk weergegeven - :
Ik had geen wetenschap van de hennepplantage die in het pand aan de [verdachte] te Pijnacker is aangetroffen, totdat ik op 1 februari 2016 werd gebeld. Ik ben op die datum naar het pand gegaan. Binnen heb ik de hennepkwekerij aangetroffen.
Ik heb vervolgens contact opgenomen met degene aan wie ik het pand onderverhuurde. Ik had de onderhuurder een sleutel van het pand gegeven.
2. Een proces-verbaal van verhoor verdachte van de politie, eenheid Den Haag, d.d. 21 juni 2016, nr. PL1500-2016031457-20. Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - :
als verklaring van verdachte (p. 163 e.v.):
In oktober 2015 kwam ik een vriend tegen. Ik hoorde van hem dat hij op zoek was naar een bedrijfsruimte. Ik zei dat hij mijn bedrijfspand aan de [verdachte] te Pijnacker wel mocht huren.
3. Een proces-verbaal van bevindingen van de politie, eenheid Den Haag, d.d. 30 juni 2016, nr. PL1500-2016031457. Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - : als relaas van [verbalisant 1]
(p. 6 e.v.):
Op 5 februari 2015 (het hof begrijpt: 5 februari 2016) werd - na een melding over mogelijke aanwezigheid van hennep op 1 februari 2016 - in het pand op de [verdachte] te Pijnacker ter opsporing en inbeslagneming op grond van artikel 9, lid 1 onder b van de Opiumwet en artikel 96 van het Wetboek van Strafvordering, binnengetreden.
Op de eerste etage van het pand trof [verbalisant 2] in een kweekruimte een in bedrijf zijnde hennepkwekerij met 243 hennepplanten aan. [verbalisant 2] constateerde gezien de waargenomen uiterlijke kenmerken, kleur en vorm en daarnaast de herkenbare geur, dat de aangetroffen planten hennepplanten betroffen. De hennep is vermeld op lijst II behorende bij de Opiumwet.
4. Een proces-verbaal van de politie Den Haag, team forensische opsporing, ploeg Narcotica, d.d. 12 februari 2016, nr. PL1500-2016031457-N. Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - :
als relaas van brigadier en narcotica specialist [betrokkene 1] (p. 97 e.v.):
Ik heb in een onderzoeksruimte een gedeelte van de op
5 februari 2016 in het perceel [verdachte] te Pijnacker in beslag genomen hennepplanten en hennepresten onderzocht. In ruimte 1 zag ik twee vrouwelijke hennepplanten van het geslacht Cannabis. In ruimte 2 zag ik hennepresten van kennelijk geoogste vrouwelijke hennepplanten.
Met hennep wordt bedoeld elk deel van de plant van het geslacht Cannabis (hennep), waaraan de hars niet is onttrokken, met uitzondering van de zaden. De bovenstaande hennep is vermeld op lijst II behorende bij de Opiumwet."