Het hof heeft het vonnis van de rechtbank bekrachtigd. Daartoe heeft het, samengevat en voor zover in cassatie van belang, het volgende overwogen.
Degene die inzage, afgifte of uittreksel van bewijsmateriaal verlangt, dient zodanige feiten en omstandigheden te stellen en met reeds voorhanden bewijsmateriaal te onderbouwen, dat de gestelde onrechtmatigheid/inbreuk voldoende aannemelijk is.
De vraag wat in het kader van een vordering uit hoofde van art. 843a Rv respectievelijk artikel 1019a Rv als een ‘voldoende’ mate van aannemelijkheid kan worden beschouwd, kan niet in algemene zin worden beantwoord. Het komt steeds aan op een waardering van de stellingen en verweren van partijen en de overtuigingskracht van het eventueel reeds overgelegde bewijsmateriaal. Daarbij is uitgangspunt dat niet behoeft te zijn voldaan aan de mate van aannemelijkheid die is vereist voor toewijzing in kort geding van een op (dreigend) onrechtmatig handelen c.q. een (dreigende) inbreuk gebaseerde (verbods)vordering (HR 13 november 2015, ECLI:NL:HR:2015:3304; HR 9 december 2016, ECLI:NL:HR:2016:2834; HR 28 september 2018, ECLI:NL:HR:2018:1775). (rov. 6.5.5)
Semtex heeft geen grief gericht tegen het oordeel van de rechtbank dat Semtex onvoldoende heeft onderbouwd dat zij IE-rechten heeft waarop [verweerster 1] en [verweerster 2] inbreuk zouden hebben gemaakt en ook in hoger beroep heeft zij onvoldoende concreet onderbouwd aangevoerd dat zij IE-rechten heeft waarop [verweerster 1] en [verweerster 2] inbreuk maken. Het hof komt daarom niet toe aan de vraag of in het kader van deze exhibitievordering een inbreuk op IE-rechten voldoende aannemelijk is geworden. (rov. 6.5.7 en 6.5.8)
Semtex heeft in het licht van de gemotiveerde betwisting door [verweerster 1] en [verweerster 2] onvoldoende feiten en omstandigheden gesteld, en het reeds voorhanden bewijsmateriaal is van onvoldoende onderbouwend gewicht, om te concluderen dat voldoende aannemelijk is dat [verweerster 1] en [verweerster 2] hun in hun arbeidsovereenkomst met Semtex opgenomen nevenwerkzaamheden- en geheimhoudingsbeding hebben geschonden. (rov. 6.5.11-6.5.17)
De grondslagen oneerlijke concurrentie en handelen in strijd met goed werknemerschap kunnen evenmin tot toewijzing van de exhibitievordering leiden. Semtex heeft onvoldoende concreet gesteld dat en waarom [verweerster 1] en [verweerster 2] , gebruikmakend van de bij Semtex opgedane kennis en gegevens, het duurzame bedrijfsdebiet van Semtex stelselmatig en in substantiële mate afbreken en/of in strijd met hun uit artikel 7:611 BW voortvloeiende verplichtingen hebben gehandeld. Ten overvloede geldt dat de rechtbank terecht heeft overwogen dat het [verweerster 1] en [verweerster 2] in beginsel is toegestaan om jegens Semtex concurrerende werkzaamheden te verrichten en zaken te doen met relaties van Semtex en daarbij gebruik te maken van de kennis, ervaring en persoonlijke goodwill die zij bij Semtex hebben opgedaan, nu hun arbeidsovereenkomst met Semtex geen concurrentiebeding en ook geen relatiebeding bevat. (rov. 6.5.18)
Het is duidelijk dat Semtex niet gelukkig is met het vertrek van [verweerster 1] en [verweerster 2] en met het feit dat zij een concurrerend bedrijf hebben opgezet. Semtex vermoedt dat [verweerster 1] en [verweerster 2] al tijdens hun dienstverband met Semtex bezig zijn geweest met het opzetten van een concurrerend bedrijf in kinderkleding. Dat vermoeden is, afgaande op de feiten en omstandigheden die Semtex heeft geschetst, op het eerste gezicht misschien voorstelbaar. [verweerster 1] en [verweerster 2] hebben die feiten en omstandigheden echter deels betwist en deels verklaard. Dat Semtex die verklaringen niet gelooft moge zo zijn, maar is op zichzelf onvoldoende voor een recht van Semtex op inzage in en afschrift van vele bescheiden uit de bedrijfsadministratie van [D]. Wat Semtex daarnaast heeft aangevoerd is onvoldoende om de gestelde schending van bedingen uit de arbeidsovereenkomst en van IE-rechten dan wel de gestelde oneerlijke concurrentie in zodanige mate als aannemelijk te kwalificeren dat dat tot toewijzing van de gevorderde exhibitie moet leiden. Het komt erop neer dat Semtex vermoedt dat in de bedrijfsadministratie van [D] digitale gegevens zijn te vinden waarvan Semtex vermoedt dat die steun kunnen geven aan haar stellingen. Daarvoor is artikel 843a Rv niet geschreven. (rov. 6.6.1)