In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan.
(i) [betrokkene 1] en [verweerder] hebben op 31 december 1999 een overeenkomst gesloten. In die overeenkomst is opgenomen dat [verweerder] per 1 januari 2000 de aandelen in de besloten vennootschappen [A] B.V. en [B] B.V. (hierna gezamenlijk: [A+B]) om niet aan [betrokkene 1] zal overdragen. Verder is overeengekomen dat [verweerder] zijn opstallen aan de [a-straat] te Nieuwegein aan [A+B] verhuurt voor een periode van vijf jaar met een optie voor nog eens vijf jaar, waarbij de huur ƒ 50.000,-- per jaar per vennootschap bedraagt. Tevens heeft [verweerder] uit hoofde van deze overeenkomst aan [A+B] een bedrag van ƒ 500.000,-- geleend, welk bedrag in gelijke maandelijkse bedragen gedurende vijf jaar aan [verweerder] zou worden terugbetaald.
(ii) [betrokkene 1] is sinds 1 januari 2000 bestuurder van [A+B].
(iii) [A+B] heeft van 1 januari 2000 tot en met 31 december 2004 de huur voor de opstal aan [verweerder] voldaan. Verder heeft [A+B] in die periode het geleende bedrag van ƒ 500.000,-- aan [verweerder] terugbetaald.
(iv) [verweerder] en [A+B] hebben vervolgens mondeling afgesproken dat de opstal voor nog eens vijf jaar verhuurd zou worden aan [A+B], te weten voor de periode 2005 tot 2010. [verweerder] heeft van 2005 tot 2010 ieder kwartaal een factuur aan [A+B] gestuurd waarbij voor de opstal een kwartaalhuur van ruim € 11.000,-- exclusief btw per vennootschap in rekening werd gebracht.
(v) [A+B] heeft aan [verweerder] vanaf 1 januari 2005 tot 1 januari 2010 maandelijks een bedrag overgemaakt waarbij in de omschrijving is vermeld “maandhuur”. In totaal heeft [A+B] aan [verweerder] in deze periode een bedrag van € 543.373,20 inclusief btw betaald.
(vi) [verweerder] heeft in de periode 2005 tot 2010 jaarlijks btw aan de belastingdienst afgedragen over de door [A+B] gedane huurbetalingen.
[A+B] en [verweerder] hebben in oktober 2009 een overeenkomst gesloten op grond waarvan [A+B] de opstal voor de periode van 1 januari 2010 tot 31 december 2010 huurde van [verweerder].
(vii) [A+B], [verweerder] en [C] B.V. zijn blijkens een schriftelijke overeenkomst tot indeplaatsstelling van 7 juli 2011 overeengekomen dat [C] B.V. met ingang van 1 juli 2011 de tussen [verweerder] als verhuurder en [A+B] als huurster gesloten huurovereenkomst heeft overgenomen en ten opzichte van [A+B] in de plaats is getreden van [verweerder].
In art. 5 van die overeenkomst (hierna: het kwijtingsbeding) is bepaald:
(viii) Bij brief van 17 oktober 2012 heeft [A+B] aan [verweerder] geschreven dat op 1 januari 2010 de huur van de opstal is verhoogd van € 91.323,-- per jaar naar € 134.000,-- per jaar en dat [A+B] die huurverhoging (ruim 46%) heeft geaccepteerd omdat door [verweerder] toezeggingen aan [A+B] zijn gedaan dat met de extra huuropbrengst het achterstallig onderhoud zal worden gefinancierd.
(ix) Bij brief van 26 november 2012 heeft [A+B] aan [verweerder] geschreven dat de huur van de opstal door [verweerder] op 1 januari 2010 is verhoogd van € 56.740,-- per jaar naar € 134.000,-- per jaar. In deze brief is tussen haakjes opgenomen dat het bedrag van € 91.323,-- zoals genoemd in de brief van 17 oktober 2012, € 56.740,-- moet zijn. Vervolgens heeft [A+B] in die brief [verweerder] verzocht de drastische huurverhoging van 1 januari 2010 in te zetten voor het herstel van gebreken aan de opstallen.
(x) Op 18 januari 2013 heeft [A+B] een e-mail aan [C] B.V. verzonden waarin staat vermeld dat in de huurovereenkomst die [A+B] en [verweerder] op 1 januari 2010 hebben gesloten, een huur is overeengekomen van in totaal € 134.000,-- per jaar, hetgeen neerkomt op een huurverhoging van 136% ten opzichte van de huur tot 1 januari 2010. De e-mail vermeldt voorts dat [A+B] deze huurverhoging heeft geaccepteerd als [verweerder] de enorme achterstand van het groot onderhoud zou aanpakken.
(xi) [A+B] is in staat van faillissement verklaard. Op 17 oktober 2013 hebben de curator in dat faillissement en [eiseres] een akte van overdracht getekend waarin aan [eiseres] alle vorderingen zijn overgedragen die [A+B] op [verweerder] mocht hebben.