Het hof heeft het tussenvonnis van de rechtbank vernietigd en voor recht verklaard dat Centraal Beheer uit hoofde van art. 7:961 lid 3 BW ten volle draagplichtig is jegens Reaal voor het bedrag van € 213.655,--.1 Hiertoe heeft het hof, voor zover in cassatie van belang, als volgt overwogen.
Een rechtsvordering tot vergoeding van schade verjaart op grond van art. 3:310 lid 1 BW door verloop van vijf jaren na de aanvang van de dag, volgende op die waarop de benadeelde zowel met de schade als met de daarvoor aansprakelijke persoon bekend is geworden. Hiervoor is nodig dat de benadeelde daadwerkelijk in staat is een rechtsvordering tot vergoeding van de schade in te stellen (HR 31 oktober 2003, ECLI:NL:HR:2003:AL8168). De verjaringstermijn van art. 3:310 lid 1 BW kan echter niet eerder een aanvang nemen dan op de dag na die waarop de schadevordering opeisbaar is geworden, ook indien voordien reeds bekend is dat de schade geleden zal worden en wie de aansprakelijke persoon is (vgl. HR 10 oktober 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF9416). (rov. 5.2)
Een regresvordering kan beschouwd worden als een rechtsvordering tot vergoeding van schade in de zin van art. 3:310 lid 1 BW. Uit het arrest ASR/Achmea (HR 6 april 2012, ECLI:NL:HR:2012:BU3784) volgt dat de regresvordering van een hoofdelijk verbonden schuldenaar pas ontstaat op het moment dat hij de schuld aan de schuldenaar voldoet voor meer dan het gedeelte dat hem aangaat en dat dan ook de verjaringstermijn een aanvang neemt. Dit geldt ook voor de regresvordering van Reaal jegens Centraal Beheer, omdat sprake is van een excedent-polis van Reaal. (rov. 5.3)
Het hof volgt Centraal Beheer niet in haar stelling dat met de voorschotbetaling op 15 juni 2001 door Reaal aan de patiënt de regresvordering jegens Centraal Beheer is ontstaan die mede de slotuitkering omvat en dat daarmee de verjaringstermijn voor de gehele vordering op 15 juni 2001 een aanvang heeft genomen. Reaal heeft de slotuitkering van € 213.655,-- op 11 mei 2006 aan de patiënt voldaan. Op dat moment is de regresvordering op Centraal Beheer voor dat bedrag ontstaan en heeft de verjaringstermijn voor dat bedrag een aanvang genomen. (rov. 5.4)
Reaal heeft ten aanzien van de slotuitkering op 6 mei 2011 een stuitingsbrief aan Centraal Beheer gestuurd. De verjaringstermijn is op dat moment opnieuw gaan lopen. Reaal heeft Centraal Beheer vervolgens bij brief van 26 juni 2012 gesommeerd te betalen en bij dagvaarding van 6 juli 2015 in rechte betrokken. De regresvordering voor de slotuitkering was op dat moment nog niet verjaard. (rov. 5.5)
Er bestaat dekking onder de polis van Centraal Beheer. Centraal Beheer heeft niet betwist dat sprake is van een excedent-polis van Reaal, zodat Reaal volledig regres kan nemen op Centraal Beheer. (rov. 5.8-5.15)
Tussen partijen staat vast dat Reaal Centraal Beheer bij brief van 26 juni 2012 voor het eerst heeft gesommeerd het bedrag van € 213.655,- te betalen, en wel voor 1 augustus 2012. Doordat Centraal Beheer niet heeft betaald, is zij per 1 augustus 2012 in verzuim. Het hof zal dan ook de wettelijke rente toewijzen vanaf 1 augustus 2012. (rov. 5.18)