In cassatie kan worden uitgegaan van de feiten en omstandigheden vermeld in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 2.1. Deze komen, samengevat, op het volgende neer.
(i) [verweerster] is in 1982 in gemeenschap van goederen gehuwd met [echtgenoot van verweerster in cassatie] (hierna: [echtgenoot van verweerster in cassatie]).
(ii) [echtgenoot van verweerster in cassatie] was met [betrokkene 1] (hierna: [betrokkene 1]) actief in de vastgoedbranche. [betrokkene 1] was in 2009 bestuurder en aandeelhouder van Heusden Veste.
(iii) Swanenberg is gelieerd aan Heusden Veste. Swanenberg heeft in 2005 een geldlening aan Heusden Veste verstrekt, waarvoor zij zekerheden heeft bedongen in de vorm van Duitse hypotheekrechten.
(iv) Op 3 juli 2009 heeft de burgerlijke maatschap naar Belgisch recht Familie [betrokkenen 3] (hierna: [betrokkenen 3]) een geldlening verstrekt aan Heusden Veste. In de akte van geldlening zijn [echtgenoot van verweerster in cassatie] en [betrokkene 1] aangemerkt als hoofdelijke schuldenaren. Heusden Veste heeft zekerheden verstrekt voor deze geldlening in de vorm van Duitse hypotheekrechten.
(v) In het eerste kwartaal van 2011 heeft [betrokkenen 3] haar vordering uit de overeenkomst van geldlening overgedragen aan Havic Holding B.V. (hierna: Havic). In een addendum van mei 2011 op de overeenkomst van geldlening hebben Havic als uitlener, Heusden Veste als geldlener en [echtgenoot van verweerster in cassatie] en [betrokkene 1] als hoofdelijk schuldenaren afspraken gemaakt over wijziging en aanvulling van de Duitse hypotheekrechten. De zekerheden die Heusden Veste aan Swanenberg had verstrekt (zie hiervoor in 2.1 onder (iii)) hadden deels betrekking op dezelfde onderpanden als de hypotheekrechten die aan [betrokkenen 3]/Havic zijn verstrekt.
(vi) In juli 2011 zijn [echtgenoot van verweerster in cassatie] en [verweerster] staande huwelijk huwelijkse voorwaarden overeengekomen, die uitsluiting van elke gemeenschap van goederen inhouden, en hebben zij de tot de gemeenschap behorende goederen verdeeld. In de daartoe opgemaakte notariële akte is een zogeheten Dozy-clausule opgenomen, met de navolgende inhoud:
“Ieder der echtgenoten stelt zich in verband met deze verdeling ten behoeve van de schuldeisers hoofdelijk aansprakelijk voor alle schulden die op de huwelijksgemeenschap konden worden verhaald, onverminderd onderling verhaal op grond van ieders draagplicht.”
(vii) Op 30 januari 2013 is [echtgenoot van verweerster in cassatie] failliet verklaard. Dit faillissement is geëindigd door de goedkeuring van een gehomologeerd akkoord. Onderdeel van het akkoord is dat de schuldeisers niet alleen jegens [echtgenoot van verweerster in cassatie] maar ook jegens [verweerster] finale kwijting verlenen.
(viii) [betrokkenen 3]/Havic hebben aanvankelijk een vordering in dit faillissement ingediend, maar deze is teruggetrokken en niet ter verificatie ingediend omdat deze inmiddels was voldaan. Heusden Veste heeft geen vordering in dit faillissement ingediend.
(ix) Heusden Veste heeft tot 10 oktober 2012 € 393.308,-- op de lening van [betrokkenen 3]/Havic afgelost. Tussen 2014 en 2017 is namens Heusden Veste in totaal € 345.000,-- op de lening afgelost. Uitwinning van een in december 2012 onder Heusden Veste gelegd beslag heeft tot een betaling van € 173.507,-- aan [betrokkenen 3]/Havic geleid.
(x) Vanaf oktober 2013 heeft Swanenberg onder dreiging van executiemaatregelen van [betrokkenen 3]/Havic op Heusden Veste in totaal € 991.113,-- aan Havic betaald wegens de vordering van [betrokkenen 3]/Havic op Heusden Veste uit geldlening.