In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan.
(i) [verweerster] is een advocatenkantoor. [betrokkene 1] is bij [verweerster] werkzaam als advocaat.
(ii) [eiser] en zijn toenmalige echtgenote [voormalige echtgenote van eiser] hebben in maart 2005 als gevolg van een ontploffing en brand (hierna: het ongeval) ernstige brandwonden opgelopen.
(iii) [betrokkene 1] heeft op 23 november 2006 een brief aan [installatiebedrijf] (hierna: [installatiebedrijf]) gezonden. In die brief staat onder meer vermeld:
“(...) In opgemelde zaak treed ik op voor [voormalige echtgenote van eiser] en [eiser], terzake het navolgende:
Op 2 maart 2005 zijn zij slachtoffer geworden van een ontploffings- en brandcalamiteit in en om de woonwagen (...) te [plaats] (...). (...) Cliënten hebben als gevolg van de ontploffing en brand ernstige brandwonden opgelopen en zijn dus levenslang verminkt. (...)
Cliënte, [voormalige echtgenote van eiser] heeft ongeveer één week vóór de ontploffing en brand, reeds een gaslucht geroken. Zij nam contact op met de gemeente Valkenburg. Deze gemeente heeft blijkbaar aan Uw firma opdracht gegeven om ter plaatse te komen, onderzoek te doen en, indien noodzakelijk, onderhouds- c.q. reparatiewerkzaamheden te verrichten.
Uit de verklaring van mijn cliënten leid ik af, dat U ter plaatse bent geweest, doch geen verder onderzoek heeft gedaan, onder het mom van tijdsgebrek. U bent onverrichterzake weer vertrokken. Cliënten hebben wederom contact opgenomen met de gemeente om aandacht te blijven vragen voor deze kwestie. De gaslucht bleef aanwezig.
Uiteindelijk is het tot een ontploffing gekomen, met voornoemde ernstige gevolgen voor
cliënten van dien.
Gezien het bovenstaande kan voorshands de conclusie worden getrokken, dat U in het kader van de door de gemeente gegeven opdracht ernstig bent tekort geschoten in Uw verplichtingen en jegens mijn cliënten onrechtmatig heeft gehandeld. Alvorens ik definitieve conclusies trek en cliënten dienaangaande kan adviseren stel ik U in de gelegenheid om schriftelijk Uw reactie te geven (...).”
(iv) Op 24 november 2006 heeft [betrokkene 1] in de zaak tegen [installatiebedrijf] een toevoeging voor [eiser] aangevraagd bij de Raad voor Rechtsbijstand. De toevoeging is op 12 december 2006 definitief afgegeven.
(v) [betrokkene 1] heeft bij brief van 17 januari 2007 aan [installatiebedrijf] onder meer meegedeeld:
“(...) Uw brief van 6 december 2006 heb ik met cliënten besproken.
Ik begrijp, dat U destijds op het kampje de hele technische installatie heeft aangelegd. (...)
Ik ga er voorshands vanuit, dat de gascalamiteit een technische oorzaak heeft gehad. Ik ben doende om van diverse zijden hierover zoveel mogelijk informatie te verkrijgen. (...)”
(vi) Na deze brief van 17 januari 2007 heeft [betrokkene 1] geen handelingen meer voor of namens [eiser] verricht.
(vii) [eiser] heeft in maart 2011 een andere advocaat, [betrokkene 2], benaderd. [betrokkene 2] heeft bij brief van 15 maart 2011 het dossier van [eiser] bij [verweerster] opgevraagd.
(viii) Na correspondentie tussen [betrokkene 2] en [betrokkene 1] heeft [betrokkene 2] in opdracht van [eiser] op 10 september 2012 [verweerster] aansprakelijk gesteld voor een beroepsfout, “inhoudende het laten verjaren van zijn schadeclaim contra de gemeente Valkenburg aan de Geul en/of de firma [installatiebedrijf]”.