2.2
Bij de beantwoording van de prejudiciële vragen gaat de Hoge Raad uit van de volgende feiten:
(i) Airbnb exploiteert een digitaal platform voor de verhuur en boeking van accommodaties. Gebruikers dienen zich vooraf te registreren op de website van Airbnb en een account aan te maken. Gebruikers kunnen zowel accommodaties aanbieden als accommodaties zoeken en reserveren.
(ii) Wanneer een boeking tot stand komt, brengt Airbnb bemiddelingskosten (‘servicekosten’) in rekening aan zowel de gebruiker die de accommodatie aanbiedt (hierna ook: de verhuurder) als de gebruiker die de accommodatie reserveert (hierna ook: de huurder).
(iii) Het platform van Airbnb staat voor iedereen open. Door het aanmaken van een account gaat de gebruiker een overeenkomst aan met Airbnb (hierna: de platformovereenkomst). De platformovereenkomst geldt voor onbepaalde tijd en is van toepassing op alle activiteiten van de gebruiker op het platform. De gebruiker hoeft bij het aanmaken van het account dus niet te vermelden of hij een accommodatie wil verhuren of een accommodatie wil huren. Degene die een accommodatie wil verhuren en degene die die accommodatie wil huren, kunnen uitsluitend met behulp van de chatfunctie op het platform van Airbnb met elkaar communiceren en bijvoorbeeld onderhandelen over de prijs en andere voorwaarden.
(iv) Een accommodatie kan op twee manieren worden gereserveerd, te weten:
1. in de ‘Reserveer Direct-optie’ komt direct een reservering, en daarmee een overeenkomst, tot stand tussen twee gebruikers – te weten de aanbieder van de accommodatie en degene die de accommodatie reserveert – op het moment dat de laatstgenoemde met een muisklik de betaling bevestigt;
2. in de ‘reserveringsverzoek-optie’ heeft degene die de accommodatie aanbiedt 24 uur de tijd om een reserveringsverzoek met een muisklik te accepteren of te weigeren, waarna bij acceptatie een overeenkomst tot stand komt tussen de betrokken gebruikers.
(v) Huurders betalen hun reservering met ‘Airbnb Payments’. Die betaling wordt pas 24 uur nadat de huurder is ingecheckt aan de verhuurder doorbetaald.
(vi) [verzoekster] heeft zich op 4 februari 2016 geregistreerd bij Airbnb en op de website van Airbnb een account geopend.
(vii) In de algemene voorwaarden van Airbnb is in art. 6.1 het volgende opgenomen:
“Airbnb may charge fees to Hosts (“Host Fees”) and/or Guests (“Guest Fees”) (collectively: “Service Fees”) in consideration for the use of the Airbnb Platform. More information about when Service Fees apply and how they are calculated can be found on our Service Fees page.”
(viii) Art. 8.1.1 van de algemene voorwaarden bepaalt, voor zover in cassatie van belang, het volgende:
“Subject to meeting any requirements (such as completing any verification processes) set by Airbnb and/or the Host, you can book a Listing available on the Airbnb Platform by following the respective booking process. All applicable fees, including the Listing Fee, Security Deposit (if applicable), Guest Fee and any applicable Taxes (collectively, “Total Fees”) will be presented to you prior to booking a Listing. You agree to pay the Total Fees for any booking requested in connection with your Airbnb Account.”
(ix) Art. 21 van de algemene voorwaarden bepaalt, voor zover in cassatie van belang, het volgende:
“These Terms are governed by and construed in accordance with Irish law. If you are acting as a consumer and if mandatory statutory consumer protection regulations in your country of residence contain provisions that are more beneficial for you, such provisions shall apply irrespective of the choice of Irish law.”
(x) In de periode van 25 juli 2019 tot en met 16 augustus 2019 heeft [verzoekster] accommodaties in verschillende steden in Schotland geboekt via Airbnb. Het gaat daarbij steeds om reserveringen van accommodaties voor een of twee nachten. Zij heeft daarvoor in totaal een bedrag van € 105,83 aan bemiddelingskosten aan Airbnb betaald.
2.3
In deze procedure vordert [verzoekster] veroordeling van Airbnb tot terugbetaling aan haar van een bedrag van € 105,83 aan bemiddelingskosten. [verzoekster] legt aan haar vordering ten grondslag dat Airbnb als tussenpersoon van zowel [verzoekster] als van de aanbieder van de accommodatie heeft bemiddeld bij het tot stand komen van de hiervoor in 2.2 onder (x) bedoelde boekingen, dat [verzoekster] een natuurlijke persoon is die aan Airbnb een opdracht heeft verstrekt anders dan in de uitoefening van een beroep of bedrijf en dat art. 7:417 lid 4 BW daarom eraan in de weg staat dat Airbnb aan [verzoekster] loon in de vorm van bemiddelingskosten in rekening brengt.
2.4
De kantonrechter heeft de volgende prejudiciële vragen aan de Hoge Raad voorgelegd1:
1. Is art. 7:417 lid 4 BW van toepassing op de kortetermijnverhuur van vakantieaccommodaties, zoals die worden aangeboden op een online platform als dat van Airbnb?
2. Is er in het geval van platforms als dat van Airbnb, waar gebruikers zelf accommodaties aanbieden respectievelijk zoeken en contact tussen partijen enkel mogelijk is via het platform van Airbnb, sprake van bemiddeling in de zin van art. 7:425 BW in verbinding met art. 7:417 lid 4 BW door dergelijke platforms?
3. Als de beantwoording van de vorige vraag afhankelijk is van de omstandigheden van het geval, welke omstandigheden zijn dan van belang om te bepalen of er bij een online platform zoals dat van Airbnb sprake is van tweezijdige bemiddeling in de zin van art. 7:425 BW in verbinding met art. 7:417 lid 4 BW?
4. Voor zover art. 7:417 lid 4 BW van toepassing is op Airbnb en Airbnb daarmee in strijd handelt, is dan vernietiging vereist alvorens een vordering tot terugbetaling van de bemiddelingskosten ontstaat?
5. Voor zover vernietiging vereist zou zijn, wat dient dan precies te worden vernietigd en op welk moment vangt de verjaringstermijn van art. 3:52 lid 1 onder d BW dan aan?
6. Voor zover art. 7:417 lid 4 BW van toepassing is op Airbnb en Airbnb daarmee in strijd handelt, leidt die toepassing dan tot een verplichting van de gebruiker om op grond van bijvoorbeeld art. 6:210 lid 2 BW de waarde te vergoeden van de reeds verrichte prestatie door Airbnb die niet ongedaan gemaakt kan worden?
7. Is sprake van overtreding van de Richtlijn oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten (Richtlijn 93/13/EEG)? Zo ja, welke consequenties heeft dat voor de terugvordering van de consument van de door hem betaalde bemiddelingskosten?
8. Is sprake van een oneerlijke handelspraktijk als bedoeld in art. 6:193b BW? Zo ja, welke consequenties heeft dat voor de terugvordering van de consument van de door hem betaalde bemiddelingskosten en welke verjaringstermijn is daarbij van toepassing?
9. Als de beantwoording van de vragen 7 of 8 afhankelijk is van de omstandigheden van het geval, welke omstandigheden zijn dan van belang om te bepalen of sprake is van overtreding van de Richtlijn oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten (Richtlijn 93/13/EEG) (vraag 7) of sprake is van een oneerlijke handelspraktijk als bedoeld in art. 6:193b BW (vraag 8)?