Het Gerecht wijst vordering tot ontruiming van een gehuurde woning toe op de grond van het veroorzaken door (twee minderjarige gezinsleden van) de huurster van alsmaar voortdurende ontoelaatbare overlast in de buurt. Het Gerecht bepaalt daarbij dat dat huurster de woning niet hoeft te ontruimen indien die gezinsleden nog voor ommekomst van de door het Gerecht bepaalde ontruimingstermijn van drie maanden door een daartoe bevoegde instantie permanent uit huis zijn geplaats en dientengevolge niet langer woonachtig zijn in bedoelde huurwoning.
gemachtigden: de advocaten mrs. P.M.E. Mohamed en B.A.R. Heinze.
1 DE PROCEDURE
1.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
-het verzoekschrift, met producties;
-de aantekeningen van de griffier van de mondelinge behandeling van de zaak ter openbare terechtzitting van 22 oktober 2015.
1.2
FCCA is toen ter zitting verschenen bij haar gemachtigde, die werd vergezeld door dhr. C. Oduber, mw. M. Rafini en mw. S. Loefstok (allen werkzaam bij FCCA). Gedaagde is ter zitting verschenen samen met haar gemachtigden. Partijen hebben in twee termijnen het woord gevoerd, beiden onder overlegging van pleitnota’s voorzien van toegelaten producties, en hebben gereageerd of kunnen reageren op elkaars stellingen.
1.3
Vonnis is bepaald op heden.
2 2. DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
2.1
FCCA vordert dat het Gerecht bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis Gedaagde:
-beveelt om het onroerend goed staande en gelegen in Aruba te Sabana Basora (hierna: het gehuurde) binnen tien dagen na de uitspraak van dit vonnis te ontruimen en te verlaten met medeneming van alle personen en goederen die zich van harentwege aldaar mochten bevinden;
-veroordeelt in de proceskosten.
2.2
Gedaagde voert verweer en concludeert tot afwijzing van het door FCCA verzochte, kosten rechtens. Gedaagde heeft daarnaast verlof verzocht tot kosteloos procederen.
2.3
Voor zover van belang voor de beslissing worden de stellingen van partijen hierna besproken.
3 DE BEOORDELING
3.1
Uit het daartoe overgelegde bevoegdelijk afgegeven bewijs van onvermogen blijkt dat Gedaagde niet in staat is om de kosten van deze procedure te dragen. Aan haar zal daarom verlof tot kosteloos procederen worden verleend.
3.2
Het spoedeisend belang van FCCA bij haar vordering ligt besloten in de aard van die vordering.
3.3
Vast staat tussen partijen het volgende. Gedaagde huurt krachtens een daartoe op 23 augustus 2006 gesloten overeenkomst het gehuurde (een 3-slaapkamerwoning) van FCCA. Onderdeel van die overeenkomst is het zogeheten “Reglement betreffende de huur en verhuur en het bewonen van volkswoningen” (hierna: het regelement). Artikel 6 van dat reglement bepaalt onder meer: “Het is huurder en zijn gezin verboden in het gehuurde of in de buurt daarvan zich zodanig te gedragen of zodanige handelingen te verrichten dat daardoor de buren overlast wordt aangedaan of deze zich redelijkerwijze gehinderd kunnen voelen.”. Gedaagde bewoont het gehuurde samen met haar vijf kinderen, waaronder begrepen Zoon 1 (14 jaar) en Zoon 2 (13 jaar). FCCA verhuurt in de buurt van de woning van Gedaagde meerdere zogeheten volkswoningen aan derden, ten opzichte van wie op FCCA de contractuele- en zorgplicht rust om hen van rustig en ongestoord huurgenot te voorzien.
3.4
Kort gezegd stelt FCCA dat Gedaagde al geruime tijd structureel onder meer de hiervoor geciteerde bepaling van het reglement schendt, omdat met name Zoon 1 en Zoon 2 voornoemd (hierna: de broers) - die Gedaagde niet in de hand weet te houden - de hele buurt met hun gedrag al dan niet in bendeverband voortdurend onveilig maken en terroriseren door alsmaar onder meer (1) vernielingen aan te richten bij buurtbewoners, (2) bedreigingen te uiten jegens buurtbewoners, (3) stenen te gooien naar buurbewoners, (4) ruzie te maken met andere kinderen uit de buurt (vechtpartijen) en om ruzie te kunnen maken (5) met een machete rondlopen in de buurt, (6) water te stelen van buurbewoners, (7) door tuinen van buurbewoners te banjeren, (8) te gluren in badkamers van buurbewoners, (9) zich ten overstaan van jonge vrouwelijke buurtbewoners exhibitionistisch te gedragen en (10) vulgair taalgebruik jegens jonge vrouwelijke buurtbewoners te uiten.
3.5
Die met klachten van buurtbewoners onderbouwde stelling van FCCA oordeelt het Gerecht voorshands voldoende aannemelijk. Het gegeven dat een aantal personen op anonieme wijze heeft geklaagd betekent nog niet dat die klachten onbetrouwbaar zijn. Dat die klachten vaak anoniem zijn is overigens meer dan begrijpelijk, omdat FCCA onbetwist heeft gesteld dat klagers vrezen dat ze anders geconfronteerd zullen worden met door de broers (en hun medebendeleden) te nemen represailles. Bij dit alles komt dat Gedaagde zelf (al dan niet impliciet) erkent dat zij de broers niet meer in de hand heeft, en ze het liefst zo snel als mogelijk uit huis geplaatst wenst te zien door de daartoe bevoegde instantie(s). Naar het voorlopig oordeel is sprake van een alsmaar voortdurende ernstige wanprestatie aan de zijde van Gedaagde jegens FCCA, die na - en ook dat wordt voorshands voldoende aannemelijk geoordeeld - vele gesprekken en waarschuwingen van onder meer FCCA en ook politie ten spijt geen verbetering kan of wil aanbrengen in de ernstige overlast die zij met haar gezin veroorzaakt voor de overige buurtbewoners.
3.6
Bij de hiervoor geschetste stand van zake valt in een bodemprocedure het oordeelt te verwachten dat FCCA gerechtigd is om de tussen partijen gesloten huurovereenkomst te ontbinden en dat de ontruimingsvordering van FCCA zal worden toegewezen. Dat brengt in beginsel met zich dat de thans door FCCA verzochte voorziening zal worden toegewezen. Er zijn geen feiten of omstandigheden gesteld die een ander oordeel kunnen dragen.
3.7.1
Afweging van de belangen van partijen maakt vorenstaande niet anders, omdat het Gerecht geen zwaarder wegende belangen ziet van Gedaagde bij afwijzing van het door FCCA verzochte ten opzichte van de belangen van FCCA bij toewijzing daarvan. Dit klemt temeer omdat FCCA onbestreden heeft gesteld dat zij op grond van de wet en de met de overige buurtbewoners gesloten huurovereenkomsten verplicht is die buurtbewoners ongestoord en rustig huurgenot te verschaffen en voorts heeft te zorgen voor passende en betaalbare huisvesting aan woningzoekenden in veilige en verzorgde wijken, terwijl door het gedrag van de broers van dit alles in de wijk Sabana Basora niets terecht komt of kan komen. Daar komt bij dat Gedaagde de ernst van de situatie niet ziet of niet wil zien, hetgeen met zich brengt dat te verwachten valt dat die situatie van kwaad tot erger zal worden.
3.7.2
Wel is het Gerecht van oordeel dat het belang van Gedaagde bij een langere dan te doen gebruikelijke ontruimingstermijn zwaarder weegt dan het belang van FCCA om Gedaagde op een zo kort mogelijke termijn te laten ontruimen. Voor ommekomst van die periode heeft Gedaagde de gelegenheid om met dit vonnis in de hand en met inschakeling van alle daartoe aangewezen instanties permanente uithuisplaatsing van de broers te realiseren. Als dat het geval is, ontvalt het belang van FCCA of de door haar aangevoerde reden bij de verzochte ontruiming. Hierbij wordt nog overwogen dat alle andere door FCCA daartoe gestelde gronden naar het voorshandse oordeel van het Gerecht de door haar verzochte ontruiming niet rechtvaardigen.
3.7.3
Gelet op het vorenstaande zal het Gerecht Gedaagde bevelen om tot ontruiming over te gaan binnen de in het dictum vermelde termijn, onder de bepaling dat Gedaagde niet hoeft te ontruimen indien de broers voor ommekomst van die termijn door een daartoe bevoegde instantie permanent uit huis zijn geplaats en dientengevolge niet langer woonachtig zijn in de door Gedaagde van FCCA gehuurde woning te Sabana Basora.
3.8
Gedaagde zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden verwezen in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van FCCA, tot aan deze uitspraak begroot op (450,-- + 244,35 =) Afl. 694,35 aan verschotten en Afl. 1.500,-- aan salaris voor de gemachtigde.
4 DE BESLISSING
Het Gerecht, rechtdoende in kort geding:
-beveelt Gedaagde om het aan FCCA toebehorend onroerend goed staande en gelegen in Aruba Sabana Basora binnen een termijn van drie maanden na de betekening van dit vonnis aan Gedaagde te ontruimen en te verlaten met medeneming van alle personen en goederen die zich van harentwege aldaar mochten bevinden en het onroerend goed met overgave van de sleutels daarvan ter vrije en algehele beschikking te stellen van FCCA;
-bepaalt dat Gedaagde voormeld onroerend goed niet hoeft te ontruimen indien de broers (Zoon 1 en Zoon 2 dus) nog voor ommekomst van voormelde termijn door een daartoe bevoegde instantie permanent uit huis zijn geplaats en dientengevolge niet langer woonachtig zijn in de door Gedaagde van FCCA gehuurde woning te Sabana Basora;
-veroordeelt Gedaagde in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van FCCA, tot aan deze uitspraak begroot op Afl. 694,35 aan verschotten en Afl. 1.500,-- aan salaris gemachtigde;
-verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
-verleent verlof aan Gedaagde tot kosteloos procederen;
-wijst af het meer of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.H.M. van de Leur, rechter, en in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op woensdag 11 november 2015.
De gegevens worden opgehaald
Hulp bij zoeken
Er is een uitgebreide handleiding beschikbaar voor het zoeken naar uitspraken, met onder andere uitleg over: