VvE [A] heeft de aansprakelijkstelling van VvE Parkeergarage aan haar verzekeraar Achmea voorgelegd. Ook Achmea heeft een expertiserapport laten opstellen. Dit rapport houdt onder meer het volgende in:
‘Uit gegevens van Globespotter blijkt dat de scheefstand van het eerste deel van de scheidingsmuur ook al op foto’s uit 2011 zichtbaar is. Dit past bij het vermoeden dat de scheidingsmuur door de gronddruk van het naburige terrein in de loop der tijd, en onder invloed van de rijbelasting door het gebruik van de inrit door personenauto’s, geleidelijk steeds schever is gedrukt.
Uit dezelfde gegevens blijkt dat de parkeergarage dateert uit 1966. Vermoedelijk zijn de muur- en trapconstructie nog origineel, en dateren deze ook uit 1966.
Onbekend is met welke reden de hoge dichte gevel aan de zuidzijde van de parkeergarage is gebouwd. Het kan zijn dat deze gevel, en met name de hoge scheidingsmuur bij de trap, bedoeld waren vanwege aansluiting tegen oude belendende bebouwing, of dat hier sprake was van aansluiting tegen duingebied. Dus nog de vraag is, in hoeverre de muur in principe berekend was op gronddruk. De oorspronkelijke bouwvergunningstekeningen kunnen hierover wellicht uitsluitsel bieden.
Het flatgebouw dateert volgens gegevens uit 1974. Het achterterrein sluit aan op de entree en dergelijke, dus is onwaarschijnlijk dat de hoogteligging van het terrein nu anders is dan toen het flatgebouw werd gebouwd. Ook de situatie met de inrit, die over een lengte van circa 15 meter 1,5 meter omlaag loopt, naast de trap, lijkt een situatie die origineel is. De oorspronkelijke bouwvergunningstekeningen kunnen hierover wellicht uitsluitsel bieden.
Onbekend is of er destijds bezwaren zijn gemaakt tegen de bouwwijze van het flatgebouw, c.q. de wijze van aanleg van de inrit. Eveneens is onbekend of er destijds aanleiding was om te vermoeden dat de muurconstructie van de parkeergarage deels minder goed bestand was tegen gronddruk. Dat vermoeden zou er dan bijvoorbeeld kunnen zijn geweest op basis van de bouwtekeningen van de parkeergarage.
Conclusie
De situatie, die uiteindelijk in 2015 tot gedeeltelijk sloop van de scheidingsmuur leidde, bestaat waarschijnlijk al vanaf 1974. Door geleidelijke invloed is de muur steeds verder omgedrukt en schever gaan staan, over een periode van 40 jaar, deels door gewone gronddruk en deels door extra gronddruk veroorzaakt door auto 's over de inrit.
Gebleken is nu dat het eerste deel van de muur kennelijk niet sterk genoeg is om de gronddruk van de inrit op te vangen. Om dit probleem op te lossen zou op het terrein van de inrit, een constructie met keerwanden geplaatst kunnen worden (er zijn ook andere technische oplossing).’