Het oordeel van de rechtbank
De rechtbank gaat op basis van het dossier en de behandeling op de terechtzitting van 5 juli 2018 uit van de volgende feiten en omstandigheden.
Zaak A
Aangeefster heeft op 10 juli 2014 aangifte gedaan tegen haar ex-partner, verdachte. Zij heeft onder meer verklaard dat zij in oktober 2013 de relatie met hem definitief heeft beëindigd en hem vanaf december 2013 niet meer wilde spreken. Ze verklaart dat hij vanaf dat moment nog veel contact met haar probeerde te zoeken. Op 13 juni 2014 begon verdachte aangeefster veel te bellen. Dit ging de hele avond en ochtend door. Nadat aangeefster na 13 juni 2014 zijn nummer had geblokkeerd, werd zij gebeld door een anoniem telefoonnummer. Aangeefster werd na de nacht van 13 juni 2014 veelvuldig door verdachte gebeld, minimaal 8 keer per dag tot maximaal 24 keer per dag. Aangeefster nam de telefoon een aantal keren op en herkende de stem van verdachte. Het klonk alsof hij dronken was. Ook sprak hij haar voicemail in en ontving zij e-mailberichten. Dit verschilde van 3 e-mailberichten per dag tot 10 e-mailberichten per dag. Aangeefster heeft verklaard meermalen kenbaar te hebben gemaakt dat zij geen contact met verdachte wil en dat zij bang is dat er iets met haar gebeurt.
Op 23 augustus 2014 heeft aangeefster wederom aangifte gedaan. Zij heeft verklaard dat zij nog steeds door verdachte wordt gestalkt en dat hij haar elke dag meermalen belt, meestal in de nachtelijke uren. Als hij belt is hij meestal dronken. Hij belt altijd anoniem omdat zij verdachte heeft geblokkeerd. Aangeefster herkent hem aan zijn stem. Daarnaast spreekt hij haar voicemail in en stuurt hij haar e-mailberichten. Aangeefster heeft verklaard dat ze geen leven meer heeft. Ze is bang dat verdachte haar of haar kinderen iets aandoet.
Uit de historische gegevens van de telefoons van verdachte en aangeefster over de periode van 1 december 2013 tot 1 december 2014 blijkt dat verdachte aangeefster 535 keer heeft gebeld en dat hij 678 keer haar voicemail heeft ingesproken. Opvallend is dat de voicemailberichten tot aan november 2014 relatief kort zijn, namelijk korter dan een minuut. Vanaf ongeveer 2 november 2014 zijn er in verhouding meer voicemailberichten en duren deze langer, namelijk vijf minuten.
Verdachte heeft op de zitting verklaard dat de relatie met aangeefster in juni 2014 werd verbroken en dat voor hem een moeilijke periode volgde. Hij erkent dat hij vaak contact heeft opgenomen met aangeefster en dat hij daarin te ver is gegaan, maar stelt dat het voor hem vooral een manier was om contact te houden, mede omdat hij nog spullen van aangeefster kreeg. Ook zou aangeefster contact met hem hebben gezocht.
De rechtbank stelt voorop dat bij de beoordeling of sprake is van belaging als bedoeld in artikel 285b, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht (Sr), oftewel stalking, verschillende factoren van belang zijn: de aard, de duur, de frequentie en de intensiteit van de gedragingen van verdachte, de omstandigheden waaronder deze hebben plaatsgevonden en de invloed daarvan op het persoonlijk leven van het slachtoffer. In deze zaak heeft verdachte op verschillende manieren geprobeerd om contact met aangeefster te krijgen. Hoewel aangeefster een aantal keer heeft aangegeven dat zij geen contact met verdachte wenste, is verdachte haar blijven benaderen door haar e-mailberichten te sturen, te bellen en haar voicemail in te spreken. Verdachte ontkent dit ook niet. Hij zocht gedurende ruim een half jaar op intensieve wijze, dag en nacht haar aandacht. De rechtbank is van oordeel dat verdachte hiermee inbreuk heeft gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van aangeefster. Gelet op de aard en hoeveelheid van de e-mails, telefoontjes en voicemailberichten is de stelselmatigheid van die inbreuk gegeven. De rechtbank acht daarmee bewezen dat verdachte zich in de periode van 1 juni 2014 tot en met 31 december 2014 schuldig heeft gemaakt aan belaging van aangeefster.
Zaak B
Bedreiging met verkrachting (feit 1)
Op 6 december 2014 om 20.56 uur heeft aangeefster een voicemailbericht ontvangen waarin verdachte zegt: “I’m gonna rape you in your ass”. Op de zitting heeft verdachte verklaard dat hij dit niet had moeten zeggen, maar dat hij zich niet kan voorstellen dat aangeefster dit echt als bedreigend heeft ervaren. Hij had immers ook andere seksueel getinte berichten gestuurd.
De rechtbank is van oordeel dat bij aangeefster in redelijkheid de vrees kon ontstaan dat zij door verdachte zou worden verkracht. De rechtbank neemt daarbij in aanmerking dat aangeefster die avond meerdere voicemailberichten van verdachte heeft ontvangen waarin hij onder meer zegt dat hij bij haar voor de deur staat. Bovendien heeft aangeefster dit voicemailbericht ontvangen in een periode waarin zij al ruime tijd door verdachte werd gestalkt en daarvan al meermalen aangifte had gedaan. Gelet op deze context is de tekst “I’m gonna rape you in your ass” naar het oordeel van de rechtbank evident bedreigend en heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan bedreiging met verkrachting.
De rechtbank stelt vast dat sprake is van samenloop van de zojuist bewezen verklaarde bedreiging en de eerder bewezen verklaarde belaging die heeft plaatsgevonden vanaf 14 juni 2014 tot en met 31 december 2014. De rechtbank zal daar in de strafmaat rekening mee houden.
Mishandeling en vernieling (feiten 2 en 3)
Op 18 juni 2014 doet aangeefster aangifte. Zij verklaart dat zij op 14 juni 2014 een telefoontje van haar zoon ontving die zei dat verdachte in huis was. Dit vond zij vreemd, want ze wist niet dat verdachte sleutels van haar huis had. Aangeefster heeft toen haar buurvrouw [getuige 1] gebeld en die is naar de woning gegaan. Thuis aangekomen zag aangeefster dat verdachte met getuige [getuige 1] in de tuin zat. Verdachte was dronken en boos en wilde niet weggaan. Aangeefster vroeg haar sleutels terug, maar verdachte gaf haar diverse sleutels die niet pasten. Hierop ontstond in de woning een verhitte discussie waarbij aangeefster zag en voelde dat verdachte haar haar vastgreep en hieraan trok. Aangeefster gooide de sleutels in de tuin in de hoop dat verdachte deze zou gaan halen. Hij liep inderdaad naar de tuin waarop aangeefster de tuindeur dicht deed. Verdachte schopte vervolgens tegen het glas van de deur waarna het glas brak. Kort hierna is de politie gekomen.
De verbalisanten die ter plaatse komen, zien dat het dubbel glas van de schuifpui stuk was en dat de vloer vol lag met glassplinters. Ook zien zij een sleutelbos in de tuin liggen. [getuige 1] heeft het verhaal van aangeefster voor wat betreft het trekken aan de haren en trappen tegen de deur bevestigd toen zij op 25 augustus 2014 werd gehoord en op 19 april 2017 toen zij als getuige bij de rechter-commissaris werd gehoord.
Verdachte heeft op de zitting verklaard dat hij niet aan de haren van aangeefster heeft getrokken. Over de gebroken ruit heeft hij verklaard dat, toen hij zag dat de schuifpui dicht werd getrokken, hij begon te rennen omdat hij niet buitengesloten wilde worden. Al rennend kwam hij met zijn knie tegen de schuifpui. De ruit was toen nog aan het trillen, omdat aangeefster de schuifpui met een klap had dichtgegooid. Hierdoor is de ruit vermoedelijk gebroken.
Gelet op de verklaringen van aangeefster en [getuige 1] is de rechtbank van oordeel dat verdachte aangeefster heeft mishandeld door haar bij haar haren te grijpen en vervolgens aan dat haar te trekken. Ook is de rechtbank van oordeel dat verdachte de ruit van de schuifpui heeft vernield. De verbalisanten hebben waargenomen dat de ruit stuk was en aangeefster en [getuige 1] verklaren beiden dat het verdachte is geweest die de ruit heeft vernield door er tegenaan te trappen. De rechtbank gaat ervan uit dat verdachte dit opzettelijk heeft gedaan, temeer nu [getuige 1] bij de rechter-commissaris heeft verklaard dat verdachte het zeker expres deed.
Zaak C
Op 7 juni 2017 doet aangeefster wederom aangifte van stalking. Ze weet bijna zeker dat het verdachte is, maar kan dit niet met zekerheid zeggen omdat er wordt gebeld met een onbekend nummer. Op 28 maart 2016 is zij twee keer gebeld en sindsdien is het stalken weer begonnen. De telefoontjes beginnen rond 20.00 uur en eindigen rond 05.00 uur.
Uit de historische gegevens van de telefoon van aangeefster blijkt dat er in de periode van 22 mei 2016 tot en met 29 juni 2016 26 keer contact is geweest met het telefoonnummer [nummer] . Dit telefoonnummer straalt zendmasten aan in de onmiddellijke omgeving van het verblijfadres van verdachte.
Op de zitting heeft verdachte bekend dat hij in die periode het telefoonnummer [nummer] in gebruik had, dat hij in maart 2016 aangeefster twee keer heeft gebeld en dat hij toen hij op 26 mei 2016 terugkwam van Curaçao aangeefster weer is gaan bellen om haar te irriteren. Verdachte heeft op de zitting stempels in zijn paspoort laten zien waaruit blijkt dat hij van 30 maart 2016 tot en met 26 mei 2016 op Curaçao is geweest.
Gelet op het voorgaande stelt de rechtbank vast dat verdachte aangeefster op 28 maart 2016 heeft gebeld en in de periode van 29 mei 2016 tot en met 4 juni 2016. Dit is weliswaar een korte periode, maar vanwege de achtergrond van de stalking in 2014 en de intensiteit waarmee verdachte in die korte periode telefonisch contact heeft gezocht met aangeefster, is naar het oordeel van de rechtbank bewezen dat verdachte (opnieuw) stelselmatig inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van aangeefster heeft gemaakt. Hij heeft zich daarmee schuldig gemaakt aan belaging.