8.2.
Verweerder neemt primair het standpunt in dat de pensioenaanspraak in 2012 door eiser is afgekocht of vervreemd en met toepassing van artikel 19b, eerste lid, aanhef en onder b, van de Wet LB terecht tot het loon is gerekend. Subsidiair neemt verweerder het standpunt in dat de pensioenaanspraak met toepassing van artikel 19b, eerste lid, aanhef en onder c tot het loon moet worden gerekend. Meer subsidiair neemt verweerder het standpunt in dat de pensioenaanspraak tot het loon moet worden gerekend op grond van artikel 19b, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wet LB. Ten slotte beroept verweerder zich op interne compensatie omdat bij de ontbinding van de BV de vordering op eiser is kwijtgescholden zonder dat dit tot heffing in box 2 heeft geleid.
Beoordeling van het geschil
9. Artikel 19b van de Wet LB bepaalt, voor zover hier van belang:
“1. Ingeval op enig tijdstip:
a. een aanspraak ingevolge een pensioenregeling niet langer als zodanig is aan te merken;
b. een aanspraak ingevolge een pensioenregeling wordt afgekocht of vervreemd dan wel formeel of feitelijk voorwerp van zekerheid, anders dan ten behoeve van uitstel van betaling op grond van artikel 25, vijfde lid, van de Invorderingswet 1990, wordt;
c. een aanspraak ingevolge een pensioenregeling waarvan als verzekeraar optreedt een lichaam als bedoeld in artikel 19a, eerste lid, onderdelen d of e, dan wel een lichaam als bedoeld in artikel 36b, wordt prijsgegeven, behoudens voor zover de aanspraak niet voor verwezenlijking vatbaar is;
d. (…)
wordt op het onmiddellijk daaraan voorafgaande tijdstip de aanspraak aangemerkt als loon uit een vroegere dienstbetrekking van de werknemer of gewezen werknemer dan wel, indien deze is overleden, van de gerechtigde tot de aanspraak. “
10. Uit het verslag van de buitengewone ava van de Holding gehouden op 21 december 2012, waarbij aanwezig waren eiser en zijn gemachtigde, blijkt dat aldaar is besloten dat de Holding in verband met het teniet gaan van de deelneming in [bedrijf 2] BV per 31 december 2012 zal worden ontbonden. De opgebouwde voorzieningen (pensioen en deelnemingsvoorziening) worden ten gunste van het resultaat afgeboekt. De vordering van de Holding op eiser wordt ten laste van het resultaat afgeboekt.
11. Niet in geschil is dat de Holding in de jaren 2006 tot en met 2011 bedragen ten behoeve van een pensioenvoorziening heeft gedoteerd. Gelet op de positie van eiser in de Holding kan het niet anders zijn dan dat deze voorziening is getroffen teneinde voor eiser een pensioenvoorziening te treffen. Eiser had derhalve eind 2012 een aanspraak ingevolge een pensioenregeling op de Holding. Dat er geen formele overeenkomst of pensioenbrief is aangetroffen, maakt dit niet anders. Verweerder heeft de waarde in het economisch verkeer van de aanspraak berekend op een overdrachtswaarde van € 76.082. Namens eiser is erkend dat dit bedrag niet te hoog is. Bij de ontbinding op 31 december 2012 is eisers pensioenaanspraak verrekend met zijn schuld in rekening-courant aan de Holding. Gelet hierop is naar het oordeel van de rechtbank sprake van het afkopen of vervreemden van eisers pensioenaanspraak als bedoeld in artikel 19b, onder b, van de Wet LB. Verweerder heeft dan ook terecht de pensioenaanspraak van eiser aangemerkt als loon uit vroegere arbeid in het jaar 2012.
12. De stelling van eiser dat aan het afzien van deze aanspraken geen financiële transactie ten grondslag ligt en er geen voordeel is genoten miskent de feitelijke gang van zaken. Naast het afboeken van eisers pensioenaanspraak is immers ook zijn schuld aan de Holding afgeboekt. Eiser heeft tegen de in rekening gebrachte revisie- en heffingsrente geen afzonderlijke grieven aangevoerd. Naar het oordeel van de rechtbank zijn deze bedragen overeenkomstig de wettelijke bepalingen en op juiste wijze berekend. Hetgeen voorts nog door of namens eiser is aangevoerd behoeft verder geen bespreking.