4.1
Alvorens nader te beslissen zal de kantonrechter de vordering tot vrijwaring, zoals
ingesteld door [naam vof] behandelen. Volgens artikel 210 lid 1 Rechtsvordering
dient [naam vof] een verzoek tot oproep in vrijwaring te doen, met redenen
omkleed, vóór alle weren, in de conclusie van antwoord. Hier heeft [naam vof]
niet aan voldoen. Het verzoek tot het oproepen in vrijwaring van de websitebouwer
wordt dan ook afgewezen.
Auteursrechtelijke bescherming?
4.2
Naar het oordeel van de kantonrechter is Dijkstra auteursrechthebbende van de foto. Maker [betrokkene] was destijds in dienst bij Dijkstra en daarom geldt Dijkstra op grond van art. 7 Aw als maker van de foto.
Voor bescherming op grond van de Auteurswet dient beoordeeld te worden of er sprake is van een fotografisch werk, met een eigen, oorspronkelijk karakter die het persoonlijk stempel van de maker draagt.
De kantonrechter is van oordeel dat de foto het persoonlijke stempel van de maker draagt en het resultaat is van keuzes van de fotograaf ten aanzien van compositie, uitsnede en belichting. Kenmerkend voor de foto is vooral de hoek vanwaar deze is genomen, met de camera op de grond, waardoor een groot deel van de lucht is gefotografeerd. De kantonrechter verwerpt het verweer van [naam vof] dat er op internet tientallen vrijwel identieke foto’s zijn te vinden. [naam vof] heeft zelf slechts 1 vergelijkbare foto in het geding gebracht en de kantonrechter heeft geen andere vergelijkbare foto’s gezien, met name niet op de door [naam vof] genoemde website van vliegtuigspotters
Inbreuk op het auteursrecht en persoonlijkheidsrecht?
4.3
Vraag is vervolgens of [naam vof] inbreuk heeft gemaakt op het auteursrecht en persoonlijkheidsrecht van Fotopersburo Dijkstra. Door de foto te plaatsen op haar website heeft [naam vof] het auteursrecht van Fotopersburo Dijkstra geschonden. Door de naam van Dijkstra niet bij de foto te vermelden, heeft zij tevens het persoonlijkheidsrecht geschonden. De omstandigheid dat de websitebouwer de foto had geplaatst, neemt niet weg dat [naam vof] degene is die de foto op haar website had staan en dus de foto openbaar heeft gemaakt.
Vordering tot schadevergoeding
4.4
Op grond van art. 27 Auteurswet is Dijkstra bevoegd om een vordering tot schadevergoeding in te stellen. Zij vordert tweemaal het bedrag van de licentievergoeding. Daarbij heeft zij in de dagvaarding gesteld dat zij € 265,00 per gebruik, per kwartaal rekent met een minimum van een kwartaal.
[naam vof] heeft zich hiertegen verweerd door erop te wijzen dat dat tarief hoger dan gebruikelijk is. In reactie daarop heeft Dijkstra ter zitting gesteld dat zij haar prijs in 2016 of 2017 heeft aangepast, namelijk € 265,00 per jaar in plaats van per kwartaal. Zij wil vasthouden aan haar vordering omdat zij niet weet hoe lang de foto op de website van [naam vof] heeft gestaan; dit rechtvaardigt volgens Dijkstra dat zij haar huidige jaartarief in rekening brengt. De kantonrechter verwerpt deze stelling. [naam vof] voert als verweer dat zij de foto direct na de eerste sommatie van Dijkstra van haar website heeft verwijderd. Dijkstra had dit eenvoudig kunnen en moeten controleren. Mogelijk heeft zij dit ook gedaan, want zij vordert in deze procedure geen verwijdering van de foto van de website. In haar mail van 5 oktober 2015 lijkt Dijkstra te erkennen dat de foto is verwijderd, waar zij schrijft dat “Met de verwijdering van de foto (…) de kwestie niet (is) afgedaan”. De kantonrechter is van oordeel dat Dijkstra onvoldoende heeft onderbouwd dat de foto niet direct na sommatie van de website is verwijderd. De kantonrechter zal bij het bepalen van de schadevergoeding voor schending van het auteurs- en persoonlijkheidsrecht het thans gebruikte kwartaalbedrag toewijzen, dus 2 x € 66,25=€ 132,50. Tegen de gevorderde wettelijke rente heeft [naam vof] geen apart verweer gevoerd, dus die zal de kantonrechter eveneens toewijzen. Verder zal de kantonrechter bepalen dat [naam vof] de proceskosten aan de kant van Dijkstra dient te betalen naar rato van het toegewezen bedrag, oftewel een kwart. De proceskosten bedragen in totaal € 2.919,01, zodat € 729,75 zal worden toegewezen.
5 De beslissing
- wijst het verzoek van [naam vof] af;
- veroordeelt [naam vof] tot betaling van de proceskosten, vastgesteld op nihil;
- verklaart voor recht dat [naam vof] inbreuk heeft gemaakt op de auteurs- en persoonlijkheidsrechten van Fotopersburo Dijkstra;
- veroordeelt [naam vof] tot betaling van € 132,50, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 13 juni 2018 tot de dag der algehele voldoening;
- veroordeelt [naam vof] tot betaling van een kwart van de proceskosten, vastgesteld op € 729,75, waaronder 534,85 aan salaris gemachtigde;
- verklaart de veroordelingen tot betaling uitvoerbaar bij voorraad;
- wijst af het meer of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door kantonrechter mr. I.F. Dam en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 14 november 2018.