2 De feiten
2.1.
Eichholtz exploiteert een meubelgroothandel die zich bezighoudt met het ontwerpen en produceren van meubels en interieuraccessoires. Zij verkoopt haar meubels en accessoires onder meer in Europa.
2.2.
Onderdeel van de collectie van Eichholtz zijn de door haar in 2015 ontworpen tafels uit de Connor-Serie, waaronder de ‘Console Table Connor’, de ‘Side Table Connor’ en de ‘Coffee Table Connor’ (hieronder afgebeeld en hierna gezamenlijk aangeduid als de Connor-tafels). Deze tafels zijn verkrijgbaar in een roestvrij stalen uitvoering en een goudkleurige uitvoering.
2.3.
Eichholtz is houdster van de Gemeenschapsmodellen op het uiterlijk van de Connor-tafels die zijn aangevraagd op 1 oktober 2015 en zijn ingeschreven onder de nummers 002806273-0007, 002806273-0008 en 002806273-0010. Bij de inschrijvingen horen de volgende afbeeldingen:
Console Table Connor (002806273-0008):
Side Table Connor (002806273-0010):
Coffee Table Connor (002806273-0007):
2.4.
[gedaagde] drijft een eenmanszaak onder de naam [X] . [X] richt zich blijkens een uittreksel uit het register van de Kamer van Koophandel op de verkoop (detailhandel) van meubels vanuit zijn winkel in [plaats 2] . De meubels van [X] worden ook te koop aangeboden via een Instagram en Facebook pagina.
2.5.
[X] heeft op 16 en 18 mei 2019 op (onder meer) Facebook de volgende foto’s geplaatst.
(hierna: foto 2)
(hierna: foto 3)
2.6.
Eichholtz heeft [X] op 27 mei 2019 gesommeerd om het haars inziens inbreukmakend en onrechtmatig handelen met betrekking tot de Connor-tafels te staken en gestaakt te houden op straffe van een direct opeisbare boete, waarbij onder andere is verzocht de meegestuurde onthoudingsverklaring te ondertekenen.
2.7.
[X] heeft met een email van 2 juni 2019 op de sommatie gereageerd. In deze reactie heeft [X] onder meer het volgende geschreven:
“Eichholtz heeft geen spoedeisend belang bij haar vorderingen, aangezien [X] slechts in totaal 4 modellen heeft gekregen in ruil van een ander meubel van een particuliere klant. [X] heeft geen enkel van deze tafel uit de Connor serie verkocht. Bovendien is de tafel uit de Connor serie niet nieuw en heeft geen eigen karakter, aangezien er andere tafels bestaan met een vergelijkbare vormgeving. Ook stel ik op het standpunt dat aan Eichholtz geen Gemeenschapsmodelrechtelijke bescherming toekomt, omdat haar modellen niet nieuw zijn en geen eigen karakter hebben. Dit baseer ik uit andere meubelwinkels zoals [meubelwinkel 1] , [meubelwinkel 2] en [meubelwinkel 3] . Deze genoemde winkels verkopen, leveren en of produceren deze tafels die identiek zijn aan de Connor-serie.
Derhalve heeft [X] de afbeeldingen uit facebook en Instagram pagina eruit gehaald. Ook heeft [X] deze 4 modellen die in de winkel staan teruggegeven aan de klant.”
2.8.
De onthoudingsverklaring die Eichholtz bij haar sommatie aan [X] had gestuurd, heeft [X] niet ondertekend.
2.9.
Eichholtz heeft [X] per email van 4 juni 2019 nogmaals verzocht om aan de vorderingen zoals in de sommatie van 27 mei 2019 verwoord te voldoen. [X] heeft daarop niet meer gereageerd.
3 Het geschil
3.1.
Eichholtz vordert – enigszins verkort weergegeven – dat de rechtbank bij voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis [X] veroordeelt om:
A. binnen vierentwintig uur na betekening van het vonnis te (doen) staken en gestaakt te (doen) houden iedere inbreuk op het auteurs- en het gemeenschapsmodelrecht op de Connor-tafels, dan wel het slaafs (doen) nabootsen van de Connor-tafels, in alle landen van de Europese Unie, zulks op straffe van een dwangsom van € 10.000,- voor elke overtreding en voor iedere dag dat deze overtreding voortduurt, met een maximum van € 500.000,-;
B. binnen veertien dagen na betekening van het vonnis aan de advocaat van Eichholtz, onder overlegging van kopieën van offertes en/of facturen en/of bankafschriften en/of andere relevante documenten of bescheiden, een schriftelijke, door een onafhankelijk registeraccountant gecontroleerde en gewaarmerkte opgave te verstrekken van:
a. het aantal vervaardigde en/of ingekochte en/of geruilde en/of verkochte inbreukmakende tafels;
b. de kostprijs, de inkoopprijs en de verkoopprijs van de inbreukmakende tafels, alsmede de door [X] met de verkoop van de inbreukmakende tafels gemaakte bruto en netto winst, berekend volgens de variabele kostprijsberekeningsmethode;
c. de namen, adressen, telefoon- en faxnummers, web- en e-mailadressen van de afnemers van de inbreukmakende tafels;
d. de namen, adressen, telefoon- en faxnummer(s), web- en emailadressen van de fabrikant(en), (mede)importeur(s), tussenperso(o)n(en), agent(en) en leverancier(s) van de inbreukmakende tafels;
e. de namen, adressen, telefoon- en faxnummers(s), web- en emailadressen van de media waarop ten behoeve van reclame of anderszins de inbreukmakende tafels door [X] is/zijn geplaatst;
f. de voorraad inbreukmakende tafels, brochures, prijslijsten en/of ander promotiemateriaal waarmee de inbreukmakende tafels aangeboden worden, op het moment van de betekening van de dagvaarding, het vonnis en de dag der algehele voldoening;
C. binnen veertien dagen na betekening van het vonnis alle inbreukmakende tafels terug te halen bij de afnemers en deze binnen dertig dagen na betekening van het vonnis aan Eichholtz af te staan, ter vernietiging op kosten van [X] , zonder dat Eichholtz daarvoor een vergoeding verschuldigd is;
D. binnen veertien dagen na betekening van het vonnis afgifte te doen aan Eichholtz van de aanwezige voorraad van inbreukmakende tafels, ter vernietiging door Eichholtz op kosten van [X] , zonder dat Eichholtz daarvoor een vergoeding verschuldigd is;
E. binnen veertien dagen na betekening van het vonnis afgifte te doen aan eiseres van de aanwezige voorraad van brochures, prijslijsten en/of ander promotiemateriaal waarmee de inbreukmakende tafels worden aangeboden, ter vernietiging door Eichholtz op kosten van [X] , zonder dat Eichholtz daarvoor een vergoeding verschuldigd is;
het gevorderde onder B, C, D en E op straffe van een direct opeisbare dwangsom van € 5.000,- voor elke overtreding en voor iedere dag dat deze overtreding voortduurt, met een maximum van € 500.000,-;
F. binnen veertien dagen na betekening van het vonnis de met de verkoop van de inbreukmakende tafels gemaakte winst af te dragen;
G. de kosten van deze procedure aan Eichholtz te betalen ex artikel 1019h Rv2;
en verzoekt de termijn voor het instellen van de eis in de hoofdzaak te bepalen op zes maanden na de datum van het vonnis.
3.2.
[X] voert gemotiveerd verweer.
3.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.
4 De beoordeling
Bevoegdheid
4.1.
Voor zover de vorderingen zijn gegrond op inbreuk op Gemeenschapsmodelrechten, is de voorzieningenrechter, gelet op de woon- en vestigingsplaats van [X] in Nederland, internationaal en relatief bevoegd daarvan kennis te nemen op grond van de artikelen 80 lid 1, 81 aanhef en onder a, 82 lid 1 en 90 lid 1 GModVo3, in samenhang met artikel 3 Uitvoeringswet EG-verordening betreffende Gemeenschapsmodellen. Deze bevoegdheid strekt zich uit tot de Europese Unie. Ten aanzien van de grondslagen inbreuk op auteursrecht en onrechtmatige daad is de voorzieningenrechter bevoegd alleen al omdat deze bevoegdheid niet door [X] is bestreden.
De door [X] ingediende stukken
4.2.
Eichholtz heeft ter zitting bezwaar gemaakt tegen de te laat door [X] ingediende stukken. De voorzieningenrechter zal dit bezwaar passeren, omdat de stukken met name een onderbouwing vormen van het al in zijn email van 2 juni 2019 door [X] gevoerde verweer en Eichholtz ter zitting de gelegenheid te baat heeft genomen om op deze stukken te reageren. Derhalve valt niet in te zien dat Eichholtz met het toelaten van deze stukken daadwerkelijk in haar procesbelangen is geschaad.
Auteursrecht en Gemeenschapsmodelrechten
4.3.
[X] heeft vraagtekens geplaatst bij de originaliteit van de Connor-tafels en gesteld dat er al heel veel van dit soort tafels op de markt zijn gebracht. Voor zover [X] met dit betoog de geldigheid van de aan Eichholtz toekomende auteurs- en Gemeenschapsmodelrechten heeft willen betwisten, heeft hij die stelling in het geheel niet onderbouwd, zodat dit verweer als onvoldoende gemotiveerd wordt verworpen. De voorzieningenrechter gaat in deze procedure dan ook uit van de geldigheid van de aan Eichholtz toekomende auteurs- en Gemeenschapsmodelrechten.
4.4.
Tussen partijen is niet in geschil dat de tafels die [X] heeft aangeboden, (nagenoeg) identiek zijn aan de Connor-tafels van Eichholtz en ook niet dat [X] geen toestemming van Eichholtz had om die tafels te verkopen.
4.5.
[X] heeft wel het volgende aangevoerd. Er zou sprake zijn geweest van een ruildeal met een particulier, te weten mevrouw [mevrouw A] (hierna aangeduid als: [mevrouw A] ), van wie hij de litigieuze tafels zou hebben gekregen in ruil voor tafels die hij in zijn showroom had staan. Ter onderbouwing hiervan heeft [X] de volgende stukken overgelegd:
- een schriftelijke verklaring van [mevrouw A] (GP01), waarin onder meer is opgenomen:
- een bestelbon van 5 mei 2019 op naam van [mevrouw A] (GP03), waarop het volgende is weergegeven:
- een inkoopfactuur van 1 maart 2019 van de tafels die [X] aan [mevrouw A] zou hebben geleverd in ruil voor de tafels die in dit geding ter discussie staan (GP04):
4.6.
De voorzieningenrechter begrijpt het betoog van [X] ter zitting hierover zo dat [X] zich op het standpunt stelt dat de tafels die hij van [mevrouw A] heeft gekregen in het kader van de ruildeal, mogelijk Connor-tafels betreffen die al door Eichholtz zelf of met haar toestemming op de markt waren gebracht, waardoor geen sprake is van inbreuk. Daarnaast stelt [X] dat de betreffende tafels al aan [mevrouw A] zijn teruggegeven en dat hij normaal gesproken nooit dit soort tafels inkoopt, waardoor het spoedeisend belang bij de vorderingen ontbreekt.
4.7.
Eichholtz heeft ter zitting aangegeven dat zij het verhaal van [X] over de ruildeal niet geloofwaardig acht. Zij wijst daarbij op de foto’s op de Facebook pagina van [X] , overgelegd onder productie EP09 (zie r.o. 2.5), die volgens haar duidelijk maken dat het verhaal van [X] niet kan kloppen.
4.8.
De voorzieningenrechter is voorshands van oordeel dat [X] zijn verweer onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt, nu daarbij te veel vraagtekens zijn te plaatsen. Als het gaat om het aantal tafels dat onder de ruildeal viel, de uitvoeringen van de volgens [X] door de particulier geleverde tafels (roestvrij staal / goud) en de formaten van die tafels, strookt het verhaal van [X] over de ruildeal immers, zoals Eichholz terecht betoogt, niet (geheel) met de aanbiedingen op Facebook van die tafels. Ook is [X] niet consistent in zijn verhaal. De voorzieningenrechter licht dit als volgt toe.
4.8.1.
Tijdens de zitting is gesproken over welk aantal en welke soort en kleur tafels te zien zijn op de foto’s in de aanbiedingen van [X] op Facebook (r.o. 2.5). Op foto 2 (r.o. 2.5) staan onbestreden drie tafels in twee verschillende kleuren; een zilverkleurig en een goudkleurig Console Table-model, en een zilverkleurig Coffee Table-model. Op foto 3 wordt daarentegen onbetwist een geheel zilverkleurige set (van elk model één) door [X] aangeboden. Op de vraag van de voorzieningenrechter welke kleur het model Coffee Table en het model Side Table op foto 1 hebben, heeft Eichholz geantwoord – zoals uit de foto inderdaad lijkt te volgen – dat het daar om goudkleurige onderstellen gaat. [X] heeft dit bevestigd noch bestreden. Hieruit volgt dat op de foto’s van de Facebook pagina van [X] in elk geval vier verschillende tafels (een geheel zilverkleurige set en een goudkleurig Console Table-model), maar naar het lijkt zelfs zes verschillende tafels (een geheel zilverkleurige set en een geheel goudkleurige set) te zien zijn. Dat laatste zou ook stroken met de tekst bij – bijvoorbeeld – foto 1, waar staat: “Nieuw!! Console, Salontafel en Bijzettafel Chroom Silver/Gold verkrijgbaar”.
4.8.2.
Het aantal, soort en kleurtype van de door [X] via Facebook aangeboden tafels rijmt niet met de door [X] overgelegde stukken over de ruildeal (zie r.o. 4.5) en met wat [X] over de ruildeal heeft verklaard. Uit de bestelbon van 5 mei 2019 op naam van [mevrouw A] en de inkoopfactuur van 1 maart 2019 volgt immers dat zij drie tafels (drie verschillende modellen: salontafel, bijzettafel en side table) zou hebben ingeruild voor een geheel zilverkleurige Polo woonkamer set. Die stukken van [X] kunnen dan ook niet verklaren hoe [X] meer dan drie tafels in verschillende kleuren in haar winkel heeft gekregen. Terwijl het juist [X] zou moeten zijn om opheldering te geven, heeft hij die niet gegeven en wisselende verklaringen afgelegd. [X] heeft in zijn reactie op de sommatie van 2 juni 2019 nog aangegeven dat hij ‘vier modellen’ van een particulier heeft gekregen (r.o. 2.7). Tijdens de zitting heeft [X] echter verklaard dat de ruildeal betrekking had op drie tafels van verschillend formaat, waarvan één tafel goudkleurig was en de andere twee tafels van roestvrij staal. Kort daarna heeft [X] weer verklaard dat het toch drie roestvrijstalen (zilverkleurige) modellen betrof, namelijk die te zien zijn op foto 3, de ‘Mega Deal’ (r.o. 2.5). Op latere vragen over de tafels op de foto’s heeft [X] te kennen gegeven dat het allemaal al lang geleden is en dat hij het zich niet goed kan herinneren.
4.9.
Het voorgaande leidt er toe dat voorbij wordt gegaan aan de door [X] gestelde ruildeal. De voorzieningenrechter neemt daarom voorshands aan dat met het aanbieden en verkopen van de aan de Connor-tafels (nagenoeg) identieke tafels door [X] , oftewel tafels met dezelfde totaalindruk en algemene indruk, zonder toestemming van Eichholz, sprake is geweest van een inbreuk op de auteursrechten en de Gemeenschapsmodelrechten van Eichholz. Nu [X] heeft geweigerd een met boete versterkte onthoudingsverklaring te ondertekenen, is er nog steeds sprake van een serieuze dreiging van inbreuk. Daarmee is het spoedeisend belang bij deze procedure gegeven en liggen de vorderingen van Eichholz in beginsel voor toewijzing gereed.
4.10.
Gelet op het in r.o. 4.9 overwogene, is het belang bij een inbreukverbod gegeven. Eichholtz heeft ter zitting toegelicht dat de vordering onder A aldus moet worden gelezen dat zij primair een verbod vordert op grond van het auteursrecht en het Gemeenschapsmodelrecht, en subsidiair op grond van slaafse nabootsing. Het primair onder A gevorderde zal worden toegewezen zoals in het dictum is vermeld. Oplegging van de door Eichholtz gevorderde dwangsom, als stimulans tot nakoming van het te geven verbod, is aangewezen maar zal worden gemaximeerd als na te melden. Nu het primair onder A gevorderde wordt toegewezen, behoeft niet meer op de subsidiaire vordering onder A te worden beslist.
4.11.
Nu de door [X] verhandelde tafels als inbreukmakend moeten worden aangemerkt en een (dreigende) verdere inbreuk niet kan worden uitgesloten, is de door Eichholz onder B gevorderde opgave (deels) toewijsbaar, met inachtneming van het volgende.
4.12.
De gevorderde opgave van het aantal vervaardigde, ingekochte, geruilde en verkochte inbreukmakende tafels (vordering onder B sub a.), de gegevens van de fabrikanten, (mede)importeurs, tussenpersonen, agenten en leveranciers (vordering onder B sub d.), de gegevens van de media waarop inbreukmakende tafels te koop zijn aangeboden (vordering onder B sub e.) en de voorraad (vordering onder B sub f.) zal worden toegewezen. Deze opgave dient er immers toe verdere inbreuken te beëindigen of voorkomen. Indien en voor zover [X] – in lijn met zijn betoog – niet over meer dan de al opgegeven gegevens beschikt, zal dat blijken uit de onderbouwde opgave.
4.13.
De onder B sub b. gevorderde opgave van de kostprijs, de inkoopprijs en de verkoopprijs van de inbreukmakende tafels alsmede de door [X] met de verkoop van die tafels behaalde bruto- en nettowinst, strekt ter vaststelling van de eventueel geleden schade. Eichholtz heeft niet onderbouwd waarom van haar niet gevergd kan worden dat zij met betrekking tot deze vordering de uitkomst van de bodemprocedure afwacht; daarmee is het spoedeisend belang bij deze vordering onvoldoende gebleken. Dit deel van de vordering zal dan ook worden afgewezen.
4.14.
Nu Eichholz ter zitting de onder B sub c. gevorderde opgave heeft beperkt tot professionele afnemers, zal die worden afgewezen, nu [X] zich enkel bezig houdt met detailhandel. Uit niets blijkt dat [X] ook meubels verkoopt en levert aan professionele afnemers. Om diezelfde reden zal ook de onder C gevorderde recall worden afgewezen.
4.15.
De vordering om de opgave te doen waarmerken door een registeraccountant zal eveneens worden afgewezen. Hetgeen met betrekking tot de accountant wordt gevorderd komt neer op een verklaring dat de opgave, voor zover verifieerbaar, een getrouwe weergave van de werkelijkheid vormt. Dit vormt in wezen een opdracht voor het geven van een vorm van assurance. De voorzieningenrechter is ermee bekend dat een (register)accountant, zeker als die accountant niet de huisaccountant is, die assurance niet kan geven. Toewijzing van het gevorderde leidt derhalve gemakkelijk tot executieproblemen.
4.16.
Voor zover de vordering onder B. wordt toegewezen, wordt deze als stimulans tot nakoming versterkt met de door Eichholtz gevorderde dwangsom. Deze dwangsom zal evenwel worden gematigd en gemaximeerd als na te melden.
4.17.
De onder D. en E. gevorderde afgifte ter vernietiging kan dienen ter versterking van het inbreukverbod, maar de vraag is wel welk (spoedeisend) belang daarbij nog bestaat naast het op te leggen inbreukverbod. Aangezien dit een onomkeerbare maatregel betreft en Eichholz niet heeft gesteld dat er specifieke omstandigheden zijn die een dergelijke maatregel noodzakelijk en spoedeisend maken, zal de afgifte tot vernietiging worden afgewezen.
4.18.
De onder F. gevorderde winstafdracht wordt afgewezen, nu deze vordering niet strekt tot het beëindigen of het voorkomen van verdere inbreuken en Eichholtz daarbij geen spoedeisend belang heeft. Eichholtz heeft immers geen concrete feiten of omstandigheden aangevoerd die meebrengen dat uit hoofde van onverwijlde spoed in dit kader een onmiddellijke voorziening is vereist.
4.19.
[X] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van deze procedure. Eichholtz maakt aanspraak op vergoeding van de redelijke en evenredige proceskosten als bedoeld in artikel 1019h Rv, die tot en met de zitting optellen tot een bedrag van € 9.500,-.4Teneinde de redelijkheid en evenredigheid van de opgevoerde kosten te kunnen beoordelen, wordt aansluiting gezocht bij de Indicatietarieven in IE-zaken (versie april 2017). De daarin vermelde tarieven worden geacht redelijk en evenredig te zijn. Onderhavige zaak is naar voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter als een eenvoudig kort geding met een maximumtarief van € 6.000,- aan te merken. Dit bedrag zal worden toegewezen en worden verhoogd met een bedrag van € 639,- aan griffierechten en € 87,40 aan deurwaarderskosten, waarmee het totaalbedrag uitkomt op € 6.726,40. Het meer gevorderde wordt afgewezen.
4.20.
De termijn voor het instellen van de hoofdzaak als bedoeld in artikel 1019i Rv zal worden bepaald op zes maanden.
5 De beslissing
De voorzieningenrechter
5.1.
beveelt [X] om binnen vierentwintig uur na betekening van dit vonnis iedere inbreuk op het auteurs- en het Gemeenschapsmodelrecht op de Connor-tafels in alle landen van de Europese Unie te staken en gestaakt te houden, waaronder mede begrepen het openbaar maken en verveelvoudigen, dan wel het (doen) fabriceren, aanbieden, verhandelen, importeren, promoten en/of daartoe in voorraad hebben van inbreukmakende tafels als in het vonnis bedoeld, zulks op straffe van een dwangsom van
€ 10.000,- voor iedere overtreding van dit bevel dan wel, naar keuze van Eichholtz, een dwangsom van € 10.000,- voor iedere dag dat [X] met dit bevel in strijd handelt, een gedeelte van een dag daaronder begrepen, met een maximum van € 250.000,-;
5.2.
beveelt [X] om binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis aan de advocaat van Eichholtz, onder overlegging van kopieën van offertes en/of facturen en/of bankafschriften en/of andere relevante documenten of bescheiden, een schriftelijke en volledig juiste opgave te verstrekken van:
a. het aantal vervaardigde en/of ingekochte en/of geruilde en/of verkochte inbreukmakende tafels;
b. de namen, adressen, telefoon- en faxnummer(s), web- en emailadressen van de fabrikant(en), (mede)importeur(s), tussenperso(o)n(en), agent(en) en leverancier(s) van de inbreukmakende tafels;
c. de namen, adressen, telefoon- en faxnummers(s), web- en emailadressen van de media waarop ten behoeve van reclame of anderszins de inbreukmakende tafels door [X] is/zijn geplaatst;
d. de voorraad inbreukmakende tafels en de brochures, prijslijsten en/of ander promotiemateriaal waarmee de inbreukmakende tafels zijn of worden aangeboden,
zulks op straffe van een dwangsom van € 2.500,- voor elke (afzonderlijke) overtreding dan wel voor iedere dag dat [X] geheel of gedeeltelijk in gebreke blijft aan dit bevel te voldoen, zulks ter keuze van Eichholtz, met een maximum van € 100.000,-;
5.3.
veroordeelt [X] in de proceskosten, tot dusver aan de zijde van Eichholtz begroot op € 6.726,40;
5.4.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
5.5.
bepaalt de termijn bedoeld in artikel 1019i Rv op zes maanden na heden;
5.6.
wijst af het meer of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mr. M. Knijff en in het openbaar uitgesproken op 1 oktober 2019.