3.1.
[werknemer] verzoekt de kantonrechter bij beschikking, zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, om:
1. in het incident:
- [werkgever] te veroordelen om het loon ad € 2.585,- bruto per maand (exclusief vakantietoeslag en emolumenten) aan [werknemer] te betalen vanaf 1 december 2018 tot het moment waarop de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig ten einde komt;
2. in de hoofdzaak:
primair:
- de opzegging van de arbeidsovereenkomst te vernietigen;
- [werkgever] te verplichten tot wedertewerkstelling van [werknemer] , op straffe van een dwangsom van € 500,- per dag voor iedere dag die [werkgever] na de betekening van deze beschikking in gebreke blijft daaraan te voldoen;
- [werkgever] te veroordelen om het loon ad € 2.585,- bruto per maand (exclusief vakantietoeslag en emolumenten) aan [werknemer] te betalen vanaf 1 december 2018 tot het moment waarop de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig ten einde komt;
- [werkgever] te veroordelen tot betaling van de wettelijke verhoging van 50% over het opeisbare loon;
subsidiair:
- [werkgever] te veroordelen tot betaling van een billijke vergoeding van € 20.000,- bruto;
- [werkgever] te veroordelen tot betaling van een transitievergoeding;
zowel primair als subsidiair:
- [werkgever] te veroordelen tot betaling van de wettelijke rente over de hiervoor genoemde bedragen vanaf 1 december 2018 tot en met de dag der algehele voldoening;
- de veroordeling van [werkgever] in de kosten van deze procedure.
3.2.
Aan zijn (provisionele) verzoek legt [werknemer] – zakelijk weergegeven – ten grondslag dat de aangevoerde dringende reden geen ontslag op staande voet rechtvaardigt. [werknemer] heeft naar voren gebracht dat tussen hem en [betrokkene 3] sprake was van een consensuele (seksuele) relatie. Die relatie is een private aangelegenheid en in dat kader is het desbetreffende filmpje aan [betrokkene 3] toegestuurd. Er was geen sprake van seksuele intimidatie. Een ontslag op staande voet is volgens [werknemer] een te zware sanctie. Een waarschuwing of berisping had in dit geval een passende maatregel geweest.
3.3.
Omdat het gegeven ontslag op staande voet niet rechtsgeldig is, verzoekt [werknemer] primair om de opzegging op grond van artikel 7:681 lid 1 onder a van het Burgerlijk Wetboek (BW) te vernietigen en tot loondoorbetaling en wedertewerkstelling, dan wel subsidiair om ten laste van [werkgever] aan [werknemer] een billijke vergoeding en een transitievergoeding toe te kennen. Wat betreft de hoogte van de billijke vergoeding heeft [werknemer] een bedrag verzocht van € 20.000,- bruto.
4. Het verweer tegen het (provisionele) verzoek van [werknemer] en het voorwaardelijk zelfstandig tegenverzoek van [werkgever]
4.1.
[werkgever] verweert zich tegen het verzoek van [werknemer] en stelt zich – samengevat – op het standpunt dat de opgegeven dringende reden een ontslag op staande voet rechtvaardigt. [werkgever] legt daartoe – voor zover thans relevant – het navolgende ten grondslag. Met het onder werktijd maken en sturen van een seksueel getint filmpje aan een collega heeft [werknemer] de scheiding tussen werk en privé vervaagd en een situatie laten ontstaan waarin een collega ongewenst wordt blootgesteld aan pornografische beelden. Daarmee heeft [werknemer] grovelijk in strijd gehandeld met de uit artikel 7:611 BW voortvloeiende verplichting om zich als een goed werknemer te gedragen. Bovendien heeft [werknemer] met zijn handelingen in strijd gehandeld met de op de arbeidsovereenkomst van toepassing zijnde Gedragscode, alsmede met de [werkgever] Statement of Living our Values. Daarin is opgenomen dat intimiderend gedrag niet wordt getolereerd.
4.2.
Voor het geval de kantonrechter het verzoek van [werknemer] toewijst en de opzegging van de arbeidsovereenkomst vernietigt, verzoekt [werkgever] de kantonrechter om de arbeidsovereenkomst met [werknemer] op de kortst mogelijke termijn te ontbinden op grond van artikel 7:671b lid 1, onderdeel a BW, primair in verbinding met artikel 7:669 lid 3, onderdeel e BW, subsidiair in verbinding met artikel 7:669 lid 3, onderdeel g BW. Aan dit verzoek legt zij ten grondslag dat sprake is van – kort gezegd – (ernstig) verwijtbaar handelen of nalaten van [werknemer] , subsidiair dat sprake is van een zodanig verstoorde arbeidsverhouding tussen [werkgever] en [werknemer] , dat in redelijkheid niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren.