2.4.
Het Openbaar Ministerie (hierna: OM) heeft in dat kader een mediacontract gesloten met Selfmade. Daarin staat, voor zover thans relevant, vermeld dat:
- Selfmade “met het oog op deze productie beeld- en geluidsopnamen [wenst] te maken van de werkzaamheden van Het Openbaar Ministerie en deze in het kader van de documentaire [wenst] uit te zenden en/of te vertonen.” (de overwegingen)
- “ het Openbaar Ministerie bereid is medewerking te verlenen aan het maken van voornoemde beeld- en geluidsopnamen en de uitzending en /of vertoning daarvan in het kader van de documentaire.” (de overwegingen)
- “ de datum van eerste uitzending afhankelijk [is] van de opnames, doch niet voor de uitspraak van de rechter in eerste aanleg [zal] plaatsvinden. De producent zal het OM uiterlijk twee weken voor de eerste uitzending schriftelijk op de hoogte brengen (datum, tijdstip en zender) opdat het OM eventuele betrokkenen kan inlichten”. (de overwegingen)
- “ er geen herkenbare beeldopnames [mogen] worden gemaakt van verdachte personen of rechtspersonen, om diens privacy te beschermen en trial by media te voorkomen. Verhoren worden niet gefilmd door Producent of door mensen die voor hem werken.” (artikel 3.4)
- opnamen waartegen bezwaar wordt gemaakt niet [mogen] worden uitgezonden, “tenzij deze zodanig zijn bewerkt dat betrokkene bij uitzending hiervan (in samenhang bezien) op geen enkele wijze te herkennen of te identificeren zal zijn”. (artikel 3.6)
- Selfmade “op verzoek van Het Openbaar Ministerie het maken van de beeld- en geluidsopnamen [dient] te staken indien enig belang (bijvoorbeeld: opsporings- en/of vervolgingsbelang, veiligheidsbelang, belangen van bescherming van de persoonlijke levenssfeer van personen) dit naar de opvatting van Het Openbaar Ministerie vereist.” (artikel 3.7)
- Selfmade “het Openbaar Ministerie binnen een termijn van minimaal één maand voorafgaand aan de eerste openbare vertoning of uitzending van de documentaire gelegenheid [dient] te bieden de documentaire te zien en beoordelen, indien nodig frame voor frame, dan wel digitaal. (…) Het OM heeft zo dan de gelegenheid om te beoordelen of de documentaire moet worden gecorrigeerd met betrekking tot feitelijke onjuistheden en op het gebied van de in 4.2 genoemde belangen. De inhoudelijke en creatieve eindverantwoordelijkheid berust bij Producent. De in de ogen van het Openbaar Ministerie niet voor uitzending geschikte beeld en geluidsopnamen worden geschrapt.” (artikel 4.1);
- Selfmade “de, in de ogen van het Openbaar Ministerie niet voor uitzending geschikte beeld- en geluidsopnamen niet [mag] gebruiken, wanneer Het Openbaar Ministerie dat uit oogpunt van bescherming van de belangen op het gebied van privacy, slachtofferbescherming, opsporing en vervolging, politietactiek- en techniek en/of risico op (ernstige) reputatieschade noodzakelijk vindt.”(artikel 4.2)
- Selfmade “strikte vertrouwelijkheid in acht [dient] te nemen ten aanzien van alle informatie over (aspecten van) de werkzaamheden van Het Openbaar Ministerie en al wat hem overigens ter kennis komt door het maken van beeld- en geluidsopnamen van (aspecten van) werkzaamheden van Het Openbaar Ministerie, al dan niet in het kader van het programma (artikel 7.1)
- Selfmade “geen eigen onderzoek [verricht] naar de zaken die door de FIOD onder leiding van het Openbaar Ministerie onderzocht worden. De privacy van verdachten, getuigen en slachtoffers wordt beschermd, alsmede de belangen van de opsporing en de vervolging.” (artikel 7.3).
2.8.
Eisers zijn in februari 2020 bij de rechtbank Amsterdam een kort geding gestart tegen onder andere Selfmade en de KRO-NCRV, die voornemens was de filmdocumentaire op televisie uit te zenden. Eisers hebben in dat kort geding kort gezegd gevorderd dat de gedaagden wordt bevolen om over te gaan tot afgifte van, althans inzage in, al het materiaal dat zij ten behoeve van de totstandkoming van de filmdocumentaire hebben verzameld en alles wat daarmee samenhangt. In een vonnis van 13 maart 2020 heeft de voorzieningenrechter de vorderingen afgewezen. In het vonnis wordt voorshands geoordeeld dat gedaagden door het maken van de documentaire geen onrechtmatige inbreuk hebben gemaakt op de privacy van eisers en/of hun reputatie hebben geschonden, zodat voor ingrijpen op die grond geen plaats is. Ook heeft de voorzieningenrechter overwogen dat de omstandigheid dat gedaagden bij de totstandkoming van de documentairefilm wellicht gebruik hebben gemaakt van informatie waarvan de verkrijging op gespannen voet staat met in acht te nemen ambtsgeheimen, onvoldoende is om op voorhand tot inperking van de journalistieke vrijheden over te gaan (ECLI:NL:RBAMS:2020:1728).
2.9.
De rechtbank Rotterdam heeft op 23 juli 2020 uitspraken gedaan in de strafzaken van [eiser 1] en [eiser 2] (hierna: de strafrechter en de strafzaken). Daarin zijn [eiser 1] en [eiser 2] schuldig bevonden aan leiding geven aan belastingfraude en aan deelname aan een criminele organisatie. De rechtbank heeft verder, kort weergegeven, geoordeeld dat niet aannemelijk is dat het gegeven dat journalisten het onderzoek hebben gevolgd om een documentaire te maken in overwegende mate van invloed is geweest op de vervolgingsbeslissing van het OM. Volgens de rechtbank heeft wel te gelden dat er geen wettelijke grondslag bestaat om journalisten met een opsporingsonderzoek mee te laten kijken en daarvan een documentaire te maken. Daarmee is een inbreuk gemaakt op het recht op de persoonlijke levenssfeer van de verdachten. Niet gebleken is evenwel dat deze schending op zichzelf in de weg heeft gestaan aan een eerlijk proces als bedoeld in artikel 6 van het Europees Verdrag voor de rechten van de mens en fundamentele vrijheden (hierna: EVRM). De officier van justitie heeft echter wel getracht het maken van de documentaire geheim te houden, waarmee hij heeft geprobeerd om de verdediging te weerhouden van het voeren van een verweer op dit punt. Daarmee is de integriteit van het strafgeding wel in het geding, maar dit behoeft niet tot niet-ontvankelijkheid te leiden. De verdediging heeft uiteindelijk kennis kunnen nemen van het bestaan van de documentaire en de desbetreffende verweren kunnen voeren, omdat het bestaan van de documentaire in de publiciteit is gekomen. Het streven zonder te slagen van het OM om de verdediging te weerhouden verweer te voeren, kan volgens de rechtbank evenwel niet zonder gevolg blijven. Dit leidt er, met alle andere omstandigheden, toe dat geen straf of maatregel zal worden opgelegd, waar gezien de omvang van de fraude en de hoogte van het fraudebedrag een forse gevangenisstraf op zijn plaats zou zijn, aldus (samengevat) de strafrechter.