Uitspraken

Een deel van alle rechterlijke uitspraken wordt gepubliceerd op rechtspraak.nl. Dit gebeurt gepseudonimiseerd.

Deze uitspraak is gepseudonimiseerd volgens de pseudonimiseringsrichtlijn

ECLI:NL:RBDHA:2021:11902

Rechtbank Den Haag
14-09-2021
01-11-2021
NL21.8141 en NL21.8142
Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig,Voorlopige voorziening+bodemzaak

Beroep gegrond. Verweerder heeft zowel voor de belangenafweging van het familieleven als die van het privéleven niet alle relevante feiten en omstandigheden betrokken. Verweerder heeft onder meer het overgelegde klinisch psychologisch rapport niet betrokken alsmede de medische situatie van de moeder en stiefvader, de overgelegde informatie waarin staat vermeld dat het niet mogelijk is om je te verzekeren voor al bestaande diagnoses en de veiligheidssituatie in het land van herkomst.

Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Amsterdam

Bestuursrecht

zaaknummers: NL21.8141 (beroep)

NL21.8142 (voorlopige voorziening)

[V-Nummer]

uitspraak van de enkelvoudige kamer voor vreemdelingenzaken en de voorzieningenrechter in de zaken tussen

[eiseres] ,

geboren op [geboortedatum] 1984, van Salvadoraanse nationaliteit, eiseres en verzoekster, hierna te noemen: eiseres

(gemachtigde: mr. V.M. Oliana),

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. J.M. Sidler).

Procesverloop

Bij besluit van 13 december 2019 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiseres van 4 maart 2019 tot verlening van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd met als doel “familieleven op grond van artikel 8 EVRM1” afgewezen.

Het daartegen gemaakte bezwaar is bij besluit van 28 mei 2020 ongegrond verklaard. Eiseres heeft tegen dit besluit beroep ingesteld. Op 28 januari 2021 heeft deze rechtbank en zittingsplaats het beroep gegrond verklaard, het besluit van 28 mei 2020 vernietigd en verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen op bezwaar.2

Bij besluit van 30 april 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar opnieuw ongegrond verklaard.

Op 27 mei 2021 heeft de rechtbank het beroepschrift van eiseres ontvangen. Bij brief van diezelfde datum is verzocht een voorlopige voorziening te treffen die ertoe strekt de uitzetting te verbieden totdat op het beroep is beslist.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 8 september 2021. Eiseres is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Als tolk in de Spaanse taal is verschenen A. Cavero. Ook waren ter zitting aanwezig [referente] (referente en moeder van eiseres) en

[stiefvader] (stiefvader van eiseres). Verweerder is vertegenwoordigd door zijn voornoemde gemachtigde. De rechtbank/voorzieningenrechter (hierna: rechtbank) heeft het onderzoek ter zitting gesloten.

Overwegingen

Ten aanzien van het beroep

De achtergrond van deze zaak

1.1

Eiseres beoogt verblijf bij haar moeder, bij wie zij sinds 2011 inwoont. Referente en haar partner hebben de Nederlandse nationaliteit. Eiseres heeft bij onderliggende aanvraag vermeld dat referente in 2002 naar Nederland is vertrokken en dat zij vervolgens door verschillende familieleden is verzorgd. Op 27 november 2011 is eiseres naar Nederland gekomen.

1.2

Eiseres heeft op jonge leeftijd een hersenvliesontsteking gehad, die gecompliceerd is verlopen. Op verzoek van verweerder heeft het Bureau Medische Advisering (BMA) op 24 oktober 2019 een medisch advies uitgebracht. Uit dit advies blijkt dat eiseres lijdt aan een achterstand in de intellectuele ontwikkeling en een ontregelde bloedsuikerhuishouding en onder blijvende medische behandeling staat. Indien de behandeling gestaakt wordt, kan er een medische noodsituatie ontstaan. Eiseres kan echter onder voorwaarden, waaronder toezicht op de medicatie-inname en leefstijl, reizen. Ook is de zorg die eiseres nodig heeft volgens dit advies aanwezig in El Salvador.

1.3

Deze rechtbank en zittingsplaats heeft het beroep in de uitspraak van

28 januari 2021 gegrond verklaard omdat verweerder zich wat betreft het familieleven tussen eiseres en haar moeder ten onrechte op het standpunt had gesteld dat geen sprake is van ‘more than the normal emotional ties’. Er had dus een belangenafweging moeten plaatsvinden. De rechtbank heeft verder geoordeeld dat verweerder bij het beoordelen van het privéleven ten onrechte de medische situatie van eiseres en het feit dat zij zorg nodig heeft, niet heeft meegewogen in de belangenafweging. Dat had gelet op het Bensaid arrest3 wel gemoeten.

Artikel 8 van het EVRM

2.1

Verweerder heeft de aanvraag - onder meer - afgewezen omdat dit geen schending oplevert van artikel 8 van het EVRM. In de eerste plaats wordt door verweerder overwogen dat er tussen eiseres en haar moeder familieleven bestaat in de zin van artikel 8 van het EVRM. Het belang van eiseres is daarom door verweerder afgewogen tegen het belang van de Nederlandse staat. De belangenafweging valt volgens verweerder in het nadeel van eiseres uit. Verweerder overweegt daartoe als volgt. In het nadeel van eiseres weegt mee dat zij in Nederland nooit rechtmatig verblijf heeft gehad en dat zij op onrechtmatige wijze Nederland is binnengekomen. Eiseres is familieleven gaan uitoefenen zonder dat zij hier mocht verblijven. De Nederlandse overheid heeft er een zwaarwegend belang bij om de gevolgen van een dergelijke handelswijze voor rekening en risico van eiseres te laten. Niet is gebleken van een (objectieve) belemmering om het familieleven in El Salvador uit te oefenen. Van eiseres en haar moeder mag verwacht worden dat zij in staat zijn om het familieleven daar uit te oefenen. Beiden zijn daar geboren, hebben het grootste gedeelte van hun leven daar doorgebracht en spreken de taal. Ten aanzien van de grond dat de stiefvader van eiseres niet mee kan naar El Salvador overweegt verweerder dat niet is aangetoond of gebleken dat hij voor zijn medische klachten daar niet kan worden behandeld. Het is aan referente om de keuze te maken of zij eiseres naar El Salvador wenst te volgen. De omstandigheid dat zij hiervoor enige Nederlandse verworvenheden dient op te geven, is geen belemmering. Verder is niet gebleken of aangetoond dat sprake is van onoverkomelijke obstakels om van eiseres te verwachten terug te keren naar haar land van herkomst. Ten aanzien van de medische situatie van eiseres overweegt verweerder dat niet is aangetoond of gebleken dat alleen haar moeder de zorg aan haar kan geven. Er is familie aanwezig waar eiseres eerder een beroep op heeft gedaan. Dat eiseres heeft verklaard dat deze familie daar niet meer zou wonen, is niet onderbouwd met stukken. De stelling dat eiseres dusdanig intensieve zorg nodig heeft dat niemand anders deze zorg wil verlenen, is onvoldoende. Niet is gebleken dat zij niet in staat en/of bereid zijn om dit in samenspraak met overige familieleden in El Salvador (gezamenlijk) te doen. Daarbij kan referente vanuit Nederland financiële ondersteuning bieden.

2.2

Verweerder is verder van oordeel dat de weigering een vergunning te verlenen geen schending van het recht op privéleven in de zin van artikel 8 van het EVRM betekent. Verweerder heeft in dit kader als volgt overwogen. Ten aanzien van het beroep op het Bensaid arrest overweegt verweerder dat uit dit arrest valt af te leiden dat gebrek aan medische voorzieningen en sociale opvang in het land, waarnaar wordt uitgezet, in geval van uitzetting kan leiden tot schending van artikel 3 van het EVRM maar alleen onder uitzonderlijke omstandigheden en wegens dwingende redenen van humanitaire aard. Van dit alles is in het geval van eiseres geen sprake. Niet is gebleken of aangetoond dat de geestelijke gezondheid van eiseres of haar situatie zal verslechteren indien zij terug zou moeten keren naar het land van herkomst. Verweerder verwijst in dit kader naar het BMA-advies en overweegt daarnaast dat eiseres niet heeft aangetoond dat de zorg feitelijk niet toegankelijk is. Hoewel kan worden erkend dat de nabijheid van referente eiseres goed doet, kan niet worden gezegd dat de persoonlijke ontwikkeling en integriteit van eiseres op het spel staan bij uitzetting. Verder is door verweerder overwogen dat eiseres is geboren en getogen in El Salvador, zij heeft daar nog familie, spreekt de taal en is bekend met de cultuur. Van ontwenning van El Salvador is niet gebleken. Daarnaast is eiseres sinds haar inreis onrechtmatig in Nederland. Dat eiseres feitelijk inmiddels ruim acht jaar in Nederland is en met referente naar de kerk gaat en enkele uren met haar vrijwilligerswerk doet, wil niet zeggen dat sprake is van substantiële banden met Nederland.

3. Eiseres stelt zich op het standpunt dat verweerder ten onrechte heeft nagelaten om alle feiten en omstandigheden die in onderhavige procedure relevant zijn in de toegepaste belangenafweging te betrekken.

4.1

In geschil is de vraag of verweerder zich niet ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat de belangenafweging in het nadeel van eiseres uitvalt en dat er geen sprake is van schending van artikel 8 van het EVRM indien aan eiseres een verblijfsrecht wordt geweigerd. De rechtbank moet wat betreft artikel 8 van het EVRM in de eerste plaats toetsen of verweerder alle relevante feiten en omstandigheden in zijn belangenafweging heeft betrokken.4 De rechtbank is van oordeel dat verweerder dat zowel voor de belangenafweging van het familieleven als die van het privéleven niet heeft gedaan en zal dat hierna toelichten.

4.2

Eiseres heeft een klinisch psychologisch rapport overgelegd van Adagio. Door Adagio is een onderzoek uitgevoerd naar de cognitieve capaciteiten, de psychische gesteldheid en sociaal-emotionele ontwikkeling van eiseres om een uitspraak te kunnen doen over haar mate van zelfstandigheid en zelfredzaamheid. Uit dit onderzoek blijkt dat eiseres een verstandelijke beperking heeft. Verder vermeldt het rapport dat eiseres veilig is gehecht aan haar moeder. De veiligheid en stabiliteit die eiseres op dit moment vindt bij haar moeder, is essentieel voor haar ontwikkeling en zorgt ervoor dat zij weer meer kan functioneren naar haar kunnen. Eiseres kan niet zelfstandig functioneren en zal dit ook niet kunnen aanleren. In haar huidige woonomgeving is er sprake van sociale controle, omdat ze bekend is in de buurt en een netwerk heeft. Verder is haar moeder een veilige basis en een nodig kompas voor haar. Haar verstandelijke beperking geeft daarbij aan dat ze ook in de toekomst afhankelijk zal blijven van deze band met haar moeder, aldus het rapport. Verweerder heeft dit rapport ten onrechte niet in de belangenafweging betrokken. Dat het rapport is betrokken bij de beoordeling of tussen eiseres en haar moeder sprake is van een meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie en daarmee familieleven in de zin van artikel 8 van het EVRM neemt niet weg dat verweerder dit rapport ook bij de belangenafweging had dienen te betrekken. Dit rapport benoemt immers de belangen van eiseres om in Nederland bij haar moeder te verblijven en geeft inzicht in de moeilijkheden die zij zou kunnen ondervinden indien zij naar El Salvador zou moeten terugkeren. Ook verweerders standpunt dat eiseres niet hoeft te worden gescheiden van haar moeder en dat het rapport daarom niet betrokken hoeft te worden in de belangenafweging volgt de rechtbank niet. In dit rapport is immers benadrukt dat de huidige stabiliteit en de huidige woonomgeving van belang zijn voor eiseres.

4.3

De rechtbank is verder van oordeel dat verweerder ten onrechte de medische omstandigheden van referente en de stiefvader van eiseres niet in de belangenafweging heeft betrokken. Referente heeft diabetes waarvoor zij medicatie nodig heeft. De stiefvader van referente heeft reuma en heeft buitenshuis een scootmobiel nodig om zich te kunnen verplaatsen. Ook heeft hij medicatie nodig. Door eiseres is aangevoerd dat het in El Salvador niet mogelijk is om je te verzekeren voor al bestaande diagnoses. Ter onderbouwing hiervan heeft eiseres verwezen naar informatie van een website over El Salvador.5 Verweerder heeft geen informatie ingebracht waaruit blijkt dat deze informatie onjuist is. Verweerder had deze omstandigheid gelet op de medische diagnoses van het gezin bij de belangenafweging dienen te betrekken. Verder is door eiser gewezen op de veilheidsituatie in El Salvador. El Salvador heeft één van de hoogste misdaadcijfers van Zuid Amerika. Er is er veel geweld tegen meisjes en vrouwen. Daarnaast is er veel geweld door bendes. Voor reizigers zijn gewapende overvallen het grootste risico. In het reisadvies van het ministerie van Buitenlandse Zaken staat een reeks voorzorgmaatregelen die de reiziger zou moeten treffen indien hij naar El Salvador zou gaan. Zo wordt geadviseerd niet met het openbaar vervoer te reizen en om na zonsondergang niet naar buiten te gaan. De veiligheidssituatie is naar het oordeel van de rechtbank ten onrechte niet betrokken in de belangenafweging. Tot slot is de rechtbank ten aanzien van artikel 8 van het EVRM van oordeel dat door verweerder in de belangenafweging ten onrechte niet is betrokken dat het gezin in Nederland voldoende middelen van bestaan heeft en dat de AOW-uitkering van de stiefvader zal worden gekort indien hij in El Salvador gaat wonen.

4.4

De conclusie is dat het besluit wat betreft de belangenafwegingen onzorgvuldig is voorbereid en onvoldoende is gemotiveerd. De beroepsgrond van eiseres slaagt.

Medisch

5. Verweerder stelt zich verder op het standpunt dat eiseres niet in aanmerking komt voor een medische vergunning of uitstel van vertrek op grond van haar medische situatie. Verweerder verwijst in dit kader naar het BMA-advies van 24 oktober 2019. Eiseres heeft geen aanknopingspunten aangedragen dat de informatie in dit advies onjuist of onvolledig is. Ook heeft eiseres volgens verweerder onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de zorg feitelijk voor haar niet toegankelijk is.

6. Eiseres meent dat verweerder ten onrechte geen uitstel van vertrek heeft verleend op grond van artikel 64 van de Vreemdelingenwet 2000. Eiseres is afhankelijk van de mantelzorg van haar moeder. Nu er geen 24-uurs mantelzorg aanwezig is in El Salvador, eiseres niet zelfstandig zonder haar moeder kan functioneren en de aangewezen zorg in het BMA-advies niet voldoende is, dan wel voor eiseres toegankelijk is, zal er bij terugkeer een medische noodsituatie ontstaan voor eiseres. Uit de naam van de zorginstelling die in het BMA-advies staat vermeld, kan worden afgeleid dat deze instelling voor patiënten met psychische problemen is. Nu dit niet op eiseres van toepassing is, had verweerder zich ervan dienen te vergewissen of de door eiseres vereiste zorg wel daadwerkelijk voor haar aanwezig is in deze instelling. Verder voert eiseres aan dat verweerder ten onrechte stelt dat er een begin van een zorgnetwerk is en dat anderen, in samenhang, deze zorg aan eiseres kunnen verlenen.

7.1

Volgens vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling), onder meer de uitspraak van 30 juni 20176, moet verweerder, indien hij een BMA-advies aan zijn besluitvorming ten grondslag legt, zich op grond van artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) ervan vergewissen dat dit naar wijze van totstandkoming zorgvuldig en naar inhoud inzichtelijk en concludent is. Indien aan deze eisen is voldaan, mag verweerder bij de beoordeling van een aanvraag van een zodanig advies uitgaan, tenzij concrete aanknopingspunten aanwezig zijn voor twijfel aan de juistheid of volledigheid.

7.2

De rechtbank is van oordeel dat het BMA-advies voldoende inzichtelijk is en dat eiseres geen concrete aanknopingspunten heeft aangedragen voor twijfel aan de juistheid of volledigheid ervan. Uit het BMA-advies volgt dat onderzoek is gedaan naar zorg, zoals gegeven bij mantelzorg, in de vorm van aanwezigheid van professionele zorg aan huis of andere vormen van professionele zorg in het land van herkomst. Uit brondocument BMA 12865 blijkt dat deze professionele zorg aanwezig is onder andere in het Hospital Nacional General y de Psiquiatría Dr. José Molina Martínez te San Salvador. Deze zorg bestaat uit beschermd wonen, een verpleeginstelling en hulp in de thuissituatie. De rechtbank is van oordeel dat eiseres geen aanknopingspunten heeft aangedragen waarom hiervan niet kan worden uitgegaan dan wel dat deze zorg niet volstaat (eventueel met hulp van familieleden). Dat uit de naam volgt dat sprake is van een psychiatrisch ziekenhuis is onvoldoende voor twijfel aan de juistheid of volledigheid van het advies. In het brondocument van het BMA (BMA 12865) staat immers dat de vraag aan de vertrouwensarts is gericht op de persoonlijke situatie van eiseres. Daarnaast volgt uit de naam van het ziekenhuis dat het zowel gaat om een psychiatrisch als een algemeen ziekenhuis. Dat er geen (begin) van een netwerk is in El Salvador voor eiseres, is niet onderbouwd. De rechtbank verwijst in dat verband ook naar haar uitspraak van 28 januari 2021, waarin is overwogen dat eiseres onvoldoende heeft bestreden dat familieleden die haar zorg kunnen bieden er niet zijn. Eiseres heeft geen nieuwe informatie overgelegd. Daarmee, en gelet op de omstandigheid dat geen inzicht is gegeven in de kosten van de behandeling en de financiële situatie van eiseres, is ook niet aannemelijk gemaakt dat de zorg voor eiseres feitelijk niet toegankelijk is. Deze beroepsgrond slaagt niet.

Ambtshalve toets schrijnende situatie

8. Volgens verweerder is geen aanleiding om eiseres wegens bijzondere omstandigheden ambtshalve een verblijfsvergunning te verlenen als bedoeld in artikel 3.6ba, eerste lid van het Vreemdelingenbesluit 2000. De enkele stelling dat eiseres zou zijn misbruikt, is niet gevolgd en bovendien heeft zich dat niet in Nederland voorgedaan. Een verwijzing naar de algemene veiligheidssituatie in El Salvador is onvoldoende. Eiseres heeft wel medische problemen, maar behandeling in El Salvador is beschikbaar en er zijn geen verdere bijzondere omstandigheden ingebracht.

9. Eiseres meent dat verweerder ten onrechte stelt dat zij niet in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning op grond van haar schrijnende situatie. Verweerder heeft de medische situatie en mentale gesteldheid van eiseres, het feit dat er een redelijk vermoeden van misbruik door familieleden in El Salvador aanwezig is, de economische- en veiligheidssituatie in El Salvador, alsmede de vooruitgang die eiseres in Nederland ten aanzien van haar geestelijke stabiliteit heeft ondervonden, ten onrechte niet als klemmende redenen van humanitaire aard aangenomen.

10. Dat verweerder eiseres in het bezit had dienen te stellen van een verblijfsvergunning vanwege de schrijnende situatie, volgt de rechtbank niet. De medische problemen van eiseres heeft verweerder in dit kader onvoldoende kunnen achten. De overige omstandigheden (zoals de veiligheidssituatie en het vermoeden van eerder misbruik in El Salvador) zijn volgens het beleid7 geen omstandigheden op grond waarvan een dergelijke verblijfsvergunning wordt verleend.

Conclusie

11. Uit hetgeen overwogen onder 4.1, 4.2, 4.3 en 4.4 volgt dat het bestreden besluit is genomen in strijd met artikel 3:2 en artikel 7:12, eerste lid, van de Awb. Het beroep is gegrond en de rechtbank vernietigt het bestreden besluit. Gelet op de aard van het gebrek ziet de rechtbank geen aanleiding om het geschil finaal te beslechten. Verweerder zal daarom een nieuw besluit moeten nemen met inachtneming van deze uitspraak. De rechtbank stelt hiervoor een termijn van zes weken.

Ten aanzien van het verzoek om een voorlopige voorziening

12. De gevraagde voorziening strekt ertoe de uitzetting te verbieden totdat is beslist op het beroep. In het onderhavige geval is er geen aanleiding tot het treffen van de gevraagde voorziening, gelet op het feit dat de rechtbank heden op het beroep heeft beslist.

Ten aanzien van het beroep en het verzoek om een voorlopige voorziening

13. Omdat de rechtbank het beroep gegrond verklaart, bepaalt de rechtbank dat verweerder aan eiseres het door haar betaalde griffierecht vergoedt.

14. De rechtbank veroordeelt verweerder in de door eiseres gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 2.244,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, 1 punt voor het indienen van het verzoek om een voorlopige voorziening en 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 748,- en een wegingsfactor 1).

Beslissing

De rechtbank,

in de zaak geregistreerd onder nummer: NL21.8141,

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt het bestreden besluit;

- draagt verweerder op binnen zes weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op het bezwaar met inachtneming van deze uitspraak.

De voorzieningenrechter,

in de zaak geregistreerd onder nummer: NL21.8142,

- wijst het verzoek af.

De rechtbank/ voorzieningenrechter,

in alle zaken,

- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 362,- aan eiseres te vergoeden;

- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 2.244,-.

Deze uitspraak is gedaan door mr. H.B. van Gijn, rechter, tevens voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. F. Grundmeijer, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Tegen de uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening staat geen rechtsmiddel open.

1 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden.

2 AWB 20/5127, niet gepubliceerd.

3 Arrest van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens van 6 februari 2001 in de zaak Bensaid tegen het Verenigd Koninkrijk, nr. 44599/98.

4 Dit volgt onder andere uit jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) en de Afdeling (respectievelijk het arrest Rodrigues da Silva en Hoogkamer tegen Nederland van 31 januari 2006, nr. 50435/99 en de uitspraak van 25 mei 2016, ECLI:NL:RVS:2016:1543).

5 httns://historico.elsalvador.com/historico/195473/10-respuestas-sobre-los-sesuros: medicos.html.

6 ECLI:NL:RVS:2017:1674.

7 Paragraaf B11/2.5 van de Vreemdelingencirculaire 2000.

De gegevens worden opgehaald

Hulp bij zoeken

Er is een uitgebreide handleiding beschikbaar voor het zoeken naar uitspraken, met onder andere uitleg over:

Selectiecriteria

De Rechtspraak, Hoge Raad der Nederlanden en Raad van State publiceren uitspraken op basis van selectiecriteria:

  • Uitspraken zaken meervoudige kamers
  • Uitspraken Hoge Raad en appelcolleges
  • Uitspraken met media-aandacht
  • Uitspraken in strafzaken
  • Europees recht
  • Richtinggevende uitspraken
  • Wraking

Weekoverzicht

Selecteer een week en bekijk welke uitspraken er in die week aan het uitsprakenregister zijn toegevoegd.