Uitspraken

Een deel van alle rechterlijke uitspraken wordt gepubliceerd op rechtspraak.nl. Dit gebeurt gepseudonimiseerd.

Deze uitspraak is gepseudonimiseerd volgens de pseudonimiseringsrichtlijn

ECLI:NL:RBDHA:2021:7801

Rechtbank Den Haag
22-07-2021
22-07-2021
NL21.11179
Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig

Bewaring – recht op kosteloze rechtsbijstand – klacht over medische dienst DTC Rotterdam – beroep ongegrond.

Voor zover uit het proces-verbaal van gehoor zou moeten worden afgeleid dat aan eiser zou zijn voorgehouden dat hij zich op eigen kosten kan laten bijstaan door een raadsman, kan eiser worden gevolgd in zijn standpunt dat dit niet juist is. Eiser heeft immers recht op kosteloze rechtsbijstand als hij wordt gehoord over een mogelijk op te leggen maatregel van bewaring. Eiser heeft echter toegang gehad tot kosteloze rechtsbijstand en heeft zich ook tijdens het gehoor kunnen laten bijstaan door een gemachtigde. Dat hij feitelijk is gehoord zonder te worden bijgestaan door een gemachtigde komt niet omdat tegen hem gezegd zou zijn dat hij zich op eigen kosten tot een raadsman kan wenden en hij een raadsman niet kan of wil betalen. De wijze waarop is gehoord is dus niet onrechtmatig.

De gemachtigde heeft aangevoerd dat het onmogelijk is om de belangen van eiser goed te behartigen als hij geen contact kan krijgen met de medische dienst en geen toegang krijgt tot de medische gegevens van eiser. De rechtbank overweegt dat dit een vaker geuite klacht is over de medische dienst van het DTC Rotterdam. De rechtbank is het eens met de gemachtigde dat een advocaat om de belangen van eiser te kunnen behartigen eiser ook moet kunnen bijstaan met betrekking tot de tenuitvoerlegging van de maatregel in het DTC. De gemachtigde dient ook inzage te kunnen krijgen in de medische gegevens van eiser, ook om de gronden tegen de oplegging van de maatregel goed te kunnen onderbouwen. Anders dan het DTC kennelijk vooronderstelt is dit geen schending van het recht op privacy van eiser. Eiser heeft de raadsman nu juist gemachtigd om zijn belangen te behartigen en het is aan eiser en gemachtigde om nader af te spreken of dit impliceert dat de raadsman de medische gegevens kan raadplegen en niet aan het DTC om hier een beslissing over te nemen door inzage te weigeren. Dit betekent ook dat die inzage onverwijld en op eerste verzoek moet worden geboden omdat de duur van de bewaringsdetentie steeds zo kort mogelijk moet zijn en het weinig effectief is om pas na opheffing van de maatregel de “medische beroepsgronden” te kunnen onderbouwen. De rechtbank is echter, daargelaten dat in de onderhavige procedure de rechtbank niet beschikt over de benodigde informatie om een inhoudelijk oordeel te kunnen geven, niet bevoegd om een klacht over de medische dienst van het DTC te betrekken bij de beoordeling van de rechtmatigheid van de maatregel van bewaring.

Rechtspraak.nl
JBP 2021/96
Module Privacy & AVG 2022/4298

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats 's-Hertogenbosch

Bestuursrecht

zaaknummer: NL21.11179


uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , eiser

V-nummer: [nummer]

(gemachtigde: mr. W.A.E.M. Amesz),

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. A.M.H.W. van Heerebeek- de Graaf).


Procesverloop

Bij besluit van 9 juli 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59a, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000) opgelegd.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Dit beroep moet tevens worden aangemerkt als een verzoek om toekenning van schadevergoeding.

Verweerder heeft de maatregel van bewaring op 14 juli 2021 opgeheven, omdat eiser op grond van de Dublinverordening is overgedragen aan IJsland.

De rechtbank heeft het beroep op 19 juli 2021 op zitting behandeld. Eiser en verweerder hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigden.

Overwegingen

1. Eiser stelt van Ghanese nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [geboortedag] 1987.

2. Omdat de bewaring is opgeheven, beperkt de beoordeling zich in deze zaak tot de vraag of aan eiser schadevergoeding moet worden toegekend. In dit verband moet de vraag worden beantwoord of de tenuitvoerlegging van de maatregel van bewaring op enig moment voorafgaande aan de opheffing daarvan onrechtmatig is geweest. Op grond van artikel 106 van de Vw 2000 kan de rechtbank indien de bewaring al is opgeheven vóór de behandeling van het verzoek om opheffing van de bewaring aan eiser een schadevergoeding ten laste van de Staat toekennen.

De maatregel van bewaring

3. In de maatregel van bewaring heeft verweerder overwogen dat de maatregel nodig is, omdat een concreet aanknopingspunt bestaat voor een overdracht als bedoeld in de Dublinverordening en een significant risico bestaat dat eiser zich aan het toezicht zal onttrekken. Verweerder heeft, onder verwijzing naar artikel 5.1b, tweede, derde en vierde lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000 (Vb 2000), als zware gronden vermeld dat eiser:
3a. Nederland niet op de voorgeschreven wijze is binnengekomen, dan wel een poging daartoe heeft gedaan;
3k. een overdrachtsbesluit heeft ontvangen en geen medewerking verleent aan de overdracht aan de lidstaat die verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn asielverzoek;
3m. een overdrachtsbesluit heeft ontvangen en onmiddellijke overdracht of overdracht op zeer korte termijn noodzakelijk is ten behoeve van het realiseren van de overdracht binnen zes maanden na het akkoord van de lidstaat die verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn asielverzoek;
en als lichte gronden vermeld dat eiser:
4a. zich niet aan een of meer andere voor hem geldende verplichtingen van hoofdstuk 4 van het Vb heeft gehouden;
4c. geen vaste woon- of verblijfplaats heeft;
4d. niet beschikt over voldoende middelen van bestaan.

4. Eiser heeft de aan het bestreden besluit ten grondslag liggende gronden niet betwist. De rechtbank stelt vast dat in ieder geval de zware gronden 3a en 3m terecht aan de maatregel ten grondslag zijn gelegd en deze gronden de maatregel van bewaring reeds kunnen dragen. De rechtbank acht het niet opportuun de overige gronden te beoordelen.

Rechtsbijstand tijdens het gehoor

5. Voor zover uit het proces-verbaal van gehoor van 9 juli 2021 zou moeten worden afgeleid dat aan eiser zou zijn voorgehouden dat hij zich op eigen kosten kan laten bijstaan door een raadsman, kan eiser worden gevolgd in zijn standpunt dat dit niet juist is. Eiser heeft immers recht op kosteloze rechtsbijstand als hij wordt gehoord over een mogelijk op te leggen maatregel van bewaring. In dit geval blijkt echter niet dat dit daadwerkelijk aan eiser is voorgehouden en dat eiser zich om die reden tijdens het gehoor niet heeft laten bijstaan door een gemachtigde. De mededeling dat hij zich op eigen kosten tot een raadsman kan wenden is onderdeel van een standaard tekstblokje dat betrekking heeft op een op te leggen terugkeerbesluit en of inreisverbod. Nu eiser is overdragen op grond van de Dublinverordening is de Terugkeerrichtlijn niet van toepassing. Er is dan ook geen terugkeerbesluit en inreisverbod opgelegd en eiser is hierover ook niet gehoord zodat dit tekstblokje met standaardmededelingen niet relevant is voor de beoordeling van de maatregel van bewaring. De rechtbank merkt hierbij op dat dit ook volgt uit de voetnoot die in de M-110 op pagina 1 is opgenomen. In het proces-verbaal is ook vermeld dat verweerder op 9 juli 2021 om 07:14 uur de Raad voor de Rechtsbijstand van het voorgenomen gehoor op de hoogte is gesteld en dat de Raad om 07:42 uur heeft medegedeeld dat de gemachtigde de piketmelding had geaccepteerd. Vervolgens is om 08:41 uur contact opgenomen met gemachtigde die heeft aangegeven niet bij het gehoor aanwezig te kunnen zijn en akkoord te zijn met het opsturen van de stukken na afloop van het gehoor. Het gehoor is aangevangen om 09:19 uur. Uit het proces-verbaal blijkt dat eiser is medegedeeld dat hij tijdens het gehoor recht heeft op rechtsbijstand, dat de gemachtigde van eiser in onderhavige procedure de piketmelding heeft geaccepteerd, maar dat hij niet bij het gehoor aanwezig kan zijn en dat hij akkoord gaat met het opsturen van de stukken na afloop van het gehoor. Eiser heeft daarop verklaard dat dit “prima” is.

Eiser heeft dus toegang gehad tot kosteloze rechtsbijstand en heeft zich ook tijdens het gehoor kunnen laten bijstaan door een gemachtigde. Dat hij feitelijk is gehoord zonder te worden bijgestaan door een gemachtigde komt niet omdat tegen hem gezegd zou zijn dat hij zich op eigen kosten tot een raadsman kan wenden en hij een raadsman niet kan of wil betalen. De wijze waarop is gehoord is dus niet onrechtmatig.

Het modelformulier voor de overdracht

6. Eiser wijst voorts op het ‘Modelformulier voor de overdracht van gegevens voorafgaand aan een overdracht, conform artikel 31, lid 4, van verordening (EU) nr. 604/2013’ (modelformulier). Onder het kopje ‘Gezondheidstoestand van de over te dragen persoon/personen:’ is door de Dublinunit aangekruist ‘Alle over te dragen personen ogen gezond genoeg om te reizen;’. Eiser stelt zich op het standpunt dat voornoemde constatering ten onrechte niet door een arts is getekend, ten gevolge waarvan hij ten onrechte is verwijderd en waardoor hij aanspraak maakt op schadevergoeding.

7. De rechtbank overweegt als volgt.

8. In Vreemdelingencirculaire A3/6.9 staat beschreven dat verweerder alle relevante informatie naar de verantwoordelijke lidstaat verzendt conform de bepalingen en binnen de termijnen van artikel 31, en indien van toepassing, artikel 32 van de Verordening (EU), nr. 604/2013 (Dublinverordening). Op grond van artikel 31, eerste lid, van de Dublinverordening gaat het dan om toereikende, ter zake dienende en niet buitensporige persoonsgegevens betreffende de over te dragen persoon. Deze gegevens worden meegedeeld uitsluitend om ervoor te zorgen dat de bevoegde autoriteiten overeenkomstig het nationale recht in de verantwoordelijke lidstaat die persoon de juiste ondersteuning kunnen verlenen, zoals de onmiddellijke medische zorg die noodzakelijk is ter bescherming van de vitale belangen van die persoon, en om de continuïteit van de bij de Dublinverordening en andere desbetreffende rechtsinstrumenten op asielgebied toegekende bescherming en rechten te waarborgen. Uit het vierde lid van voornoemd artikel 31 volgt dat om de informatie-uitwisseling tussen lidstaten te vergemakkelijken een standaardformulier wordt vastgesteld.

9. De rechtbank leidt uit het voorgaande af dat het modelformulier dient ter uitwisseling van reeds beschikbare (medische) informatie over de betreffende vreemdeling tussen de lidstaat die de overdracht verricht en de verantwoordelijke lidstaat, voorafgaand aan de feitelijke overdracht van de vreemdeling. Er heeft gelet op de medische conditie van eiser geen nadere medische controle hoeven plaatsvinden. De opmerking dat eiser “gezond genoeg oogt om te worden overgedragen” is dan ook geen medisch oordeel en dat is ook niet nodig.

10. De rechtbank overweegt hierbij overigens dat de maatregel van bewaring in onderhavige procedure ter toetsing voorligt en niet de feitelijke overdracht van eiser aan IJsland en de voorwaarden waaronder dat gebeurt. Eisers beroepsgrond kan ook om die reden niet slagen.

Voortvarend handelen

11. Eiser heeft zich daarnaast op het standpunt gesteld dat verweerder onvoldoende voortvarend heeft gehandeld. Eiser is op vrijdag 9 juli 2021 staande gehouden en heeft vervolgens een aantal dagen op het politiebureau moeten verblijven, waarna op maandag 12 juli 2021 een vertrekgesprek heeft plaatsgevonden. Eiser is van mening dat verweerder hem pas na het weekend in bewaring had kunnen en moeten stellen zeker nu door de corona-maatregelen het ondergaan van detentie op het politiebureau nog zwaarder is. De vluchtdatum was al bekend en niet valt in te zien waarom eiser niet 1 of 2 dagen voor die vlucht is aangehouden.

12. De rechtbank overweegt dat verweerder voldoende voortvarend heeft gehandeld door eiser pas in bewaring te stellen nadat de vluchtdatum bekend was en deze vlucht bovendien gepland stond op de zesde dag van de bewaring, namelijk op 14 juli 2021. Uit het dossier en de gronden blijkt overigens ook dat de uiterste overdrachtsdatum enkele dagen na de vluchtdatum zou verstrijken en eiser steeds heeft verklaard niet naar IJsland te willen. Verweerder heeft om de overdracht veilig te kunnen stellen niet hoeven wachten met de aanhouding tot het allerlaatste moment. De corona-maatregelen zijn gerechtvaardigd gelet op het belang van de volksgezondheid. Dat eiser enkele dagen op het politiebureau heeft moeten verblijven en daar in vergelijking met het DTC minder mogelijkheden zijn tot luchten brengt niet mee dat verweerder eiser niet op een vrijdag had mogen aanhouden ook al geschiedt uitplaatsing naar het DTC eerst op een maandag.

Lichter middel

13. Eiser heeft zich daarnaast op het standpunt gesteld dat verweerder had moeten volstaan met het opleggen van een lichter middel dan de inbewaringstelling, gelet op eisers medische situatie. Eisers zicht is slecht en hij gebruikt zalf voor zijn ogen. Eiser heeft in het vertrekgesprek op 12 juli 2021 tegen de regievoerder gezegd dat hij buikpijn had en moeilijk kon lopen en hij heeft daarom een sprekersbriefje ingevuld. Niet duidelijk is of daaraan gevolg is gegeven. Eiser heeft zich ook op het standpunt gesteld dat de kwaliteit van de medische zorg in het detentiecentrum in Rotterdam niet goed genoeg is.

14. De rechtbank is van oordeel dat dat verweerder zich, gelet op de gronden die aan de maatregel ten grondslag zijn gelegd en de nadere motivering over het lichter middel in de maatregel, terecht op het standpunt heeft gesteld dat in dit geval geen andere afdoende, maar minder dwingende maatregel dan de inbewaringstelling doeltreffend kon worden toegepast. Voor wat betreft eisers problemen met zijn ogen heeft verweerder hem terecht gewezen op de medische dienst in het detentiecentrum. Uit de enkele stelling dat eiser een sprekersbriefje heeft ingevuld, maar dat niet duidelijk is of daaraan gevolg is gegeven, kan niet worden afgeleid dat eiser verstoken is geweest van medische zorg. Dat eiser enige medische klachten heeft brengt bovendien niet mee dat verweerder daarom moet volstaan met oplegging van een lichter middel.

15. De stelling dat had moeten worden volstaan met de oplegging van een lichter middel omdat eiser in vrijheid een arts had kunnen bezoeken is in die zin niet relevant omdat eiser in het DTC toegang heeft tot de medische dienst. De gemachtigde heeft aangevoerd dat het onmogelijk is om de belangen van eiser goed te behartigen als hij geen contact kan krijgen met de medische dienst en geen toegang krijgt tot de medische gegevens van eiser. De rechtbank overweegt dat dit een vaker geuite klacht is over de medische dienst van het DTC Rotterdam. De rechtbank is het eens met de gemachtigde dat een advocaat om de belangen van eiser te kunnen behartigen eiser ook moet kunnen bijstaan met betrekking tot de tenuitvoerlegging van de maatregel in het DTC. De gemachtigde dient ook inzage te kunnen krijgen in de medische gegevens van eiser, ook om de gronden tegen de oplegging van de maatregel goed te kunnen onderbouwen. Anders dan het DTC kennelijk vooronderstelt is dit geen schending van het recht op privacy van eiser. Eiser heeft de raadsman nu juist gemachtigd om zijn belangen te behartigen en het is aan eiser en gemachtigde om nader af te spreken of dit impliceert dat de raadsman de medische gegevens kan raadplegen en niet aan het DTC om hier een beslissing over te nemen door inzage te weigeren. Dit betekent ook dat die inzage onverwijld en op eerste verzoek moet worden geboden omdat de duur van de bewaringsdetentie steeds zo kort mogelijk moet zijn en het weinig effectief is om pas na opheffing van de maatregel de “medische beroepsgronden” te kunnen onderbouwen. Dat bij een onrechtmatig ondergane detentie aanspraak bestaat op schadevergoeding doet hieraan niet af. Indien eiser medische problemen heeft en in detentie ervaart dat hij geen toegang heeft tot medische zorg of die zorg niet voldoende adequaat is dient hij zich echter te wenden tot de beklagcommissie. De beklagcommissie is bevoegd een klacht over de toegang tot medische zorg te behandelen. Eiser moet dan een zogenaamd sprekersbrjefje invullen waarin hij aangeeft met de maandcommissaris te willen spreken die eerst zal onderzoeken of er kan worden bemiddeld en anders de klacht zal doorverwijzen naar de beklagcommissie om de klacht te behandelen en een uitspraak te doen. Indien eiser zich wil beklagen over de kwaliteit van de zorg zal de beklagcommissie de klacht moeten doorzenden naar de arts van de medische dienst die, als hij eiser niet tegemoet komt, de klacht vervolgens ook zal moeten doorzenden omdat de DTC-arts niet bevoegd is om te beslissen op een klacht die betrekking heeft op zijn eigen handelen of nalaten. De rechtbank is dus, daargelaten dat in de onderhavige procedure de rechtbank niet beschikt over de benodigde informatie om een inhoudelijk oordeel te kunnen geven, niet bevoegd om een klacht over de medische dienst van het DTC te betrekken bij de beoordeling van de rechtmatigheid van de maatregel van bewaring.

Conclusie

16. De gronden van beroep slagen niet. De rechtbank heeft voorts niet ambtshalve geconstateerd dat de maatregel op enig moment voorafgaand aan de opheffing daarvan niet rechtmatig was. Het beroep is daarom ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

17. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. S. van Lokven, rechter, in aanwezigheid van

mr. M.W.M. Bankers, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: 22 juli 2021

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.

De gegevens worden opgehaald

Hulp bij zoeken

Er is een uitgebreide handleiding beschikbaar voor het zoeken naar uitspraken, met onder andere uitleg over:

Selectiecriteria

De Rechtspraak, Hoge Raad der Nederlanden en Raad van State publiceren uitspraken op basis van selectiecriteria:

  • Uitspraken zaken meervoudige kamers
  • Uitspraken Hoge Raad en appelcolleges
  • Uitspraken met media-aandacht
  • Uitspraken in strafzaken
  • Europees recht
  • Richtinggevende uitspraken
  • Wraking

Weekoverzicht

Selecteer een week en bekijk welke uitspraken er in die week aan het uitsprakenregister zijn toegevoegd.