1 De inhoud van de tenlastelegging
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
zij als militair, op of omstreeks 07 mei 2013, te of nabij Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, in elk geval in Nederland, opzettelijk het dienstvoorschrift HB 2-1352 (Handboek KL-militair) en het dienstvoorschrift VS-7-511 (Glock 17), waarin in respectievelijk hoofdstuk 16 onder 3 (Veiligheidsregels) en deel 0 (veiligheidsregels) (onder meer) is voorgeschreven dat:
- Personeel dat het wapen in gebruik of beheer heeft op de hoogte moet zijn van de veiligheidsregels en er er op toe moet zien dat deze regels nauwkeurig worden nageleefd (16.3.3 en deel 0 onder 3) en/of
- Voordat de veiligheidsregelmaatregelen zijn genomen, het wapen moet worden behandeld alsof het is geladen, omdat uitwendig niet te zien is of het ontladen is (16.3.3 onder a. en deel 0 onder 3.a.) en/of
- Voor het uiteennemen van het wapen de gebruiker eerst de veiligheidsmaatregelen moet nemen (16.4.1 en deel 0 onder 2.a.) en/of
- Voor iedere wapeninspectie de gebruiker eerst de veiligheidsmaatregelen moet nemen (16.3.2 onder d. en deel 0 onder 2.d.) en/of
- Wanneer de gebruiker niet overtuigd is van de toestand waarin zijn wapen verkeert (geladen, halfgeladen of ontladen) hij de veiligheidsmaatregelen moet nemen (16.3.3 onder g. en deel 0 onder 3.f.) en/of
- Bij het overdragen van het wapen eerst de veiligheidsmaatregelen genomen dienen te worden en/waarna het wapen met de slede in de achterste stand dient te worden aangeboden (16.3.3 onder b.)
Een over te dragen wapen in ontladen toestand en met de slede in de achterste stand moet worden aangeboden (deel 0 onder 3.b.),
niet heeft opgevolgd, hierin bestaande dat zij, verdachte, aldaar opzettelijk op de locatie waar de wapeninspectie plaats vond (in de kantoorruimte op de doorlaatpost van de aankomsthal in terminal 3) een pistool (Glock 17) ter inspectie uit haar holster heeft genomen en/of het wapen vervolgens geprobeerd heeft uiteen te nemen, zonder dat zij, verdachte, als gebruiker van dit wapen zich (voldoende) had overtuigd van de toestand waarin haar wapen verkeerde
en/of zonder dat zij, verdachte, voor het uiteennemen van het wapen eerst de veiligheidsmaatregelen had genomen en/of zonder dat zij, verdachte voor de wapeninspectie eerst de veiligheidsmaatregelen had genomen en/of zonder dat zij, verdachte, voor het overdragen van het wapen, dat pistool heeft ontladen en (vervolgens) met de slede in de achterste stand heeft aangeboden aan de beoogde ontvanger ([betrokkene 1]), waarbij/waarna er door haar, verdachte, een ongewild schot werd gelost, althans uit dat wapen een schot werd gelost, terwijl daarvan/daardoor levensgevaar voor anderen of een ander,
te weten de zich in de directe omgeving van verdachte bevindende [betrokkene 1] en [betrokkene 2], althans, gemeen gevaar voor die [betrokkene 1] en [betrokkene 2] te duchten is geweest, en tengevolge van welke feit [betrokkene 1] in zijn rechterbovenbeen is geraakt;
althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling leidt:
zij als militair, op of omstreeks 07 mei 2013, te of nabij Schiphol, gemeente Haarlemmermeer,, in elk geval in Nederland, in ernstige mate nalatig het dienstvoorschrift HB 2-1352 (Handboek KL-militair) en het dienstvoorschrift VS-7-511 (Glock 17), waarin in respectievelijk hoofdstuk 16 onder 3 (Veiligheidsregels) en deel 0 (veiligheidsregels) (onder meer) is voorgeschreven dat:
- Personeel dat het wapen in gebruik of beheer heeft op de hoogte moet zijn van de veiligheidsregels en er er op toe moet zien dat deze regels nauwkeurig worden nageleefd (16.3.3 en deel 0 onder 3) en/of
- Voordat de veiligheidsregelmaatregelen zijn genomen, het wapen moet worden behandeld alsof het is geladen, omdat uitwendig niet te zien is of het ontladen is (16.3.3 onder a. en deel 0 onder 3.a.) en/of
- Voor het uiteennemen van het wapen de gebruiker eerst de
veiligheidsmaatregelen moet nemen (16.4.1 en deel 0 onder 2.a.) en/of
- Voor iedere wapeninspectie de gebruiker eerst de veiligheidsmaatregelen moet nemen (16.3.2 onder d. en deel 0 onder 2.d.) en/of
- Wanneer de gebruiker niet overtuigd is van de toestand waarin zijn wapen verkeert (geladen, halfgeladen of ontladen) hij de veiligheidsmaatregelen moet nemen (16.3.3 onder g. en deel 0 onder 3.f.) en/of
- Bij het overdragen van het wapen eerst de veiligheidsmaatregelen genomen dienen te worden en/waarna het wapen met de slede in de achterste stand dient te worden aangeboden (16.3.3 onder b.)
Een over te dragen wapen in ontladen toestand en met de slede in de achterste stand moet worden aangeboden (deel 0 onder 3.b.),
niet heeft opgevolgd, hierin bestaande dat zij, verdachte, aldaar op de locatie waar de wapeninspectie plaats vond (in de kantoorruimte op de doorlaatpost van de aankomsthal in terminal 3) een pistool (Glock 17) ter inspectie uit haar holster heeft genomen en/of het wapen vervolgens geprobeerd heeft uiteen te nemen, zonder dat zij, verdachte, als gebruiker van dit wapen zich (voldoende) had overtuigd van de toestand waarin haar wapen verkeerde en/of zonder dat zij, verdachte, voor het uiteennemen van het wapen eerst de veiligheidsmaatregelen had genomen en/of zonder dat zij, verdachte voor de wapeninspectie eerst de veiligheidsmaatregelen had genomen en/of zonder dat zij, verdachte, voor het overdragen van het wapen, dat pistool heeft ontladen en (vervolgens) met de slede in de achterste stand heeft aangeboden aan de beoogde ontvanger ([betrokkene 1]), waarbij/waarna er door haar,
verdachte, een ongewild schot werd gelost, althans uit dat wapen een schot werd gelost, terwijl daarvan/daardoor levensgevaar voor een ander, te weten de zich in de directe omgeving van verdachte bevindende [betrokkene 1], althans, gemeen gevaar voor personen, te weten die [betrokkene 1] en de zich eveneens in de directe omgeving van verdachte bevindende [betrokkene 2], is ontstaan, en tengevolge van welke feit [betrokkene 1] in zijn rechterbovenbeen is geraakt.
2 Het onderzoek ter terechtzitting
De zaak is op 13 oktober 2014 ter terechtzitting onderzocht. Daarbij is verdachte verschenen. Verdachte is bijgestaan door mr. S.M. Diekstra, advocaat te 's-Gravenhage.
De officier van justitie, mr. M.R. van Nes, heeft gerekwireerd.
Verdachte en haar raadsman hebben het woord ter verdediging gevoerd.
3. De beslissing inzake het bewijs
1
De feiten
Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.
Verdachte is militair en zij was in het kader van haar werkzaamheden op 7 mei 2013 in de kantoorruimte op de doorlaatpost van de aankomsthal van terminal 3 te Schiphol in de gemeente Haarlemmermeer. Zij heeft in deze ruimte haar pistool van het type Glock 17 uit haar holster genomen. Zij heeft geprobeerd het wapen uiteen te nemen. Er is door verdachte een schot gelost.2 [betrokkene 1] is ten gevolge van dit schot in zijn rechterbovenbeen geraakt.3
In de dienstvoorschriften HB 2-1352 (Handboek KL-militair) onder 16.4.1 en VS-7-511 (Glock 17) in deel 0 onder 2.c is met betrekking tot de veiligheidsregels opgenomen dat voor het uiteen nemen van het wapen de gebruiker eerst veiligheidsmaatregelen moet nemen.
Als uitvoering van de veiligheidsregels staat onder andere vermeld:
“- Houdt het wapen met de loop in een veilige richting met de vinger gestrekt langs de beugelkrop;
- Neem wanneer er een patroonmagazijn is geplaatst deze uit het wapen en controleer of zich hierin munitie bevindt.
- Trek de slede naar achteren
- Controleer of de kamer leeg is.”
Voorts is in de dienstvoorschriften Handboek KL-militair (onder 16.3.3 onder a) en VS-7-511 (deel 0 onder 3.a) opgenomen dat voor het nemen van veiligheidsmaatregelen het wapen moet worden behandeld alsof het geladen is, omdat uitwendig niet is te zien of het ontladen is.4 Verdachte was op de hoogte van deze dienstvoorschriften.5
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het primair tenlastegelegde.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft vrijspraak bepleit en daartoe primair aangevoerd dat niet kan worden bewezen dat zij een dienstvoorschrift niet heeft opgevolgd. Subsidiair heeft de verdediging aangevoerd dat niet kan worden aangenomen dat er gevaar is ontstaan als gevolg van het niet naleven van de dienstvoorschriften. Meer subsidiair heeft de verdediging aangevoerd dat geen sprake is van schuld in strafrechtelijke zin, aangezien haar gedrag voortvloeide uit “skill-based behaviour” en “double-capture clip”.
Beoordeling door de militaire kamer
Ter terechtzitting heeft verdachte verklaard dat zij op 7 mei 2013, nadat zij haar wapen had schoongemaakt, het wapen (opnieuw) heeft geladen. Zij wist dat er die dag een inspectie aan haar wapen zou plaatsvinden. Op weg naar haar werkruimte, na een tijdsverloop van ongeveer tien minuten, zag zij de haar bekende wapenherstellers zitten in een kantoorruimte. Zij wilde daarop meteen haar wapen laten inspecteren. Voordat zij het wapen ter inspectie aan [betrokkene 1] wilde aanbieden heeft zij getracht de slede van het wapen los te maken. Zij kon de slede niet naar achter krijgen en heeft daarom de trekker overgehaald.6
Verdachte heeft de handelingen - voorgeschreven in de veiligheidsmaatregelen - die uitgevoerd moeten worden vóór het uiteen nemen van het wapen, niet dan wel op onjuiste wijze uitgevoerd. Verdachte heeft immers niet het patroonmagazijn uit haar wapen verwijderd voordat zij probeerde de slede naar achteren te trekken, en zij heeft niet alvorens de trekker over te halen gecontroleerd of de kamer leeg was.7
Gelet hierop is de militaire kamer van oordeel dat zij de in de vaststaande feiten aangehaalde dienstvoorschriften dienaangaande niet heeft opgevolgd.
De omstandigheid dat verdachte naar eigen zeggen in de veronderstelling verkeerde dat het wapen ongeladen was omdat zij kort daarvoor onderhoud aan haar wapen heeft gepleegd, terwijl zij vergeten was dat ze het nadien weer had geladen, ontslaat verdachte naar het oordeel van de militaire kamer niet van de verplichting om deze veiligheidsmaatregelen te nemen. De veiligheidsmaatregelen zijn immers verplicht, onafhankelijk van de vraag of de persoon voor wie die verplichting geldt weet of denkt te weten of het wapen al dan niet geladen is. Ze zijn immers juist mede bedoeld om risico’s die voortvloeien uit vergissingen op dit punt uit te sluiten dan wel te beperken.
Verdachte heeft verklaard dat zij, omdat zij in de overtuiging verkeerde dat het wapen ongeladen was, het wapen heeft afgedrukt en het daarbij niet stevig heeft vastgehouden maar slap, waardoor de richting van de loop bij het afdrukken mogelijk veranderd is.8
Daarmee heeft zij eveneens gehandeld in strijd met het dienstvoorschrift dat een wapen voorafgaand aan het nemen van de veiligheidsmaatregelen moet worden behandeld alsof het is geladen omdat uitwendig niet is te zien of een wapen geladen is.
Anders dan de officier van justitie acht de militaire kamer het primair tenlastegelegde niet bewezen. Uit de bewijsmiddelen kan niet worden afgeleid dat verdachte de dienstvoorschriften opzettelijk, al dan niet in voorwaardelijke zin, niet heeft opgevolgd.
Naar het oordeel van de militaire kamer is verdachte wel ernstig nalatig geweest bij het verzuimen van de, in de betreffende dienstvoorschriften, voorgeschreven veiligheidsmaatregelen. Verdachte was op de hoogte van de voorschriften en zij dient als professioneel wapendraagster ook op de hoogte te zijn van de grote risico’s die voortvloeien uit het onjuist gebruik van een vuurwapen, zeker in de nabije aanwezigheid van andere personen. Zij wordt voorts geacht te weten dat de veiligheidsmaatregelen in het belang van de veiligheid in de voorgeschreven omstandigheden altijd uitgevoerd dienen te worden, ook als zij in de (onjuiste) veronderstelling verkeerde dat het wapen ontladen is. Met het desalniettemin veronachtzamen van deze veiligheidsmaatregelen is zij in ernstige mate nalatig geweest.
Als gevolg van het niet opvolgen van de voorgeschreven handelingen is een kogel afgevuurd en is [betrokkene 1] daardoor geraakt in zijn rechterbovenbeen. Verdachte heeft verklaard dat zij het wapen niet stevig in haar hand had op het moment dat het schot af ging.9 De getuige [betrokkene 1] heeft voorts verklaard dat hij bloedverdunners gebruikte.10 Nu het ging om een ongecontroleerde beweging van verdachte, het een feit van algemene bekendheid is dat zich in het bovenbeen slagaders bevinden is er naar het oordeel van de militaire kamer door het handelen van verdachte een levensbedreigende situatie voor [betrokkene 1] ontstaan.
In de ruimte waar het incident plaats heeft gevonden was een tweede wapenhersteller aanwezig, te weten de heer [betrokkene 2]. Het enkele feit dat hij in de ruimte aanwezig was maakt naar het oordeel van de militaire kamer niet dat er ook ten aanzien van hem sprake was van levensgevaar door het handelen van verdachte. Daarvoor bevinden zich immers onvoldoende aanknopingspunten in het dossier.
Conclusie
De militaire kamer acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het subsidiair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat bewezen wordt geacht dat:
zij als militair, op 07 mei 2013, te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, in ernstige mate nalatig het dienstvoorschrift HB 2-1352 (Handboek KL-militair) en het dienstvoorschrift VS-7-511 (Glock 17), waarin in respectievelijk hoofdstuk 16 onder 3 (Veiligheidsregels) en deel 0 (Veiligheidsregels) onder meer is voorgeschreven dat:
- Voordat de veiligheidsregelmaatregelen zijn genomen, het wapen moet worden behandeld alsof het is geladen, omdat uitwendig niet te zien is of het ontladen is (16.3.3 onder a en deel 0 onder 3.a.) en
- Voor het uiteennemen van het wapen de gebruiker eerst de veiligheidsmaatregelen moet nemen (16.4.1 en deel 0 onder 2.c.) niet heeft opgevolgd, hierin bestaande dat zij, verdachte, aldaar op de locatie waar de wapeninspectie plaatsvond (in de kantoorruimte op de doorlaatpost van de aankomsthal in terminal 3) een pistool (Glock 17) ter inspectie uit haar holster heeft genomen en/of het wapen vervolgens geprobeerd heeft uiteen te nemen, zonder dat zij, verdachte, als gebruiker van dit wapen zich (voldoende) had overtuigd van de toestand waarin haar wapen verkeerde
en/of zonder dat zij, verdachte, voor het uiteennemen van het wapen eerst de veiligheidsmaatregelen had genomen waarbij er door haar, verdachte, een ongewild schot werd gelost, terwijl daardoor levensgevaar voor een ander, te weten de zich in de directe omgeving van verdachte bevindende [betrokkene 1], is ontstaan, en ten gevolge van welke feit [betrokkene 1] in zijn rechterbovenbeen is geraakt.
Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.
Hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd is niet bewezen. Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.
De beslissing dat verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat.
6 De motivering van de sanctie(s)
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het primair tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een werkstraf voor de duur van 120 uur. De officier van justitie is tot deze eis gekomen vanwege de ernst van de gedraging waarbij een andere medewerker bij het Ministerie van Defensie door een kogel is geraakt en er sprake is van blijvend letsel. De officier neemt hierbij in ogenschouw dat verdachte als militair bij de Koninklijke Marechaussee een professionele wapendrager is die al vijf jaar dagelijks met haar wapen werkt. Ten voordele van verdachte heeft de officier van justitie rekening gehouden met het feit dat verdachte niet eerder voor soortgelijke feiten is veroordeeld. Voorts heeft de officier van justitie de houding van verdachte, de omstandigheid dat het feit veel impact heeft gehad op haar en de wijze waarop de inspectie is uitgevoerd meegewogen.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft de militaire kamer subsidiair verzocht om de persoonlijke omstandigheden van verdachte in haar oordeel te betrekken, aangezien door een veroordeling de verklaring van geen bezwaar van verdachte kan worden ingetrokken en zij zal worden ontslagen bij het Ministerie van Defensie.
Beoordeling door de militaire kamer
Bij de beslissing over de straf heeft de militaire kamer rekening gehouden met:
- de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan;
- de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waarbij onder meer is gelet op:
het uittreksel uit het algemeen documentatieregister betreffende verdachte, gedateerd 12 juni 2014 en
het door de verdediging ingebrachte rapport van drs. [psycholoog], GZ-psycholoog, gedateerd 21 november 2013.
De militaire kamer overweegt in het bijzonder het navolgende.
Verdachte is een ervaren militair en was op de hoogte van de voorgeschreven veiligheidshandelingen ten aanzien van een Glock 17. Het valt verdachte te verwijten dat zij, ernstig nalatig is geweest in het uitvoeren van deze veiligheidshandelingen en zij was vergeten dat zij het wapen kort voor het incident had (door)geladen. Door haar gedrag is een andere medewerker van het Ministerie van Defensie gewond geraakt met blijvend letsel tot gevolg. De militaire kamer merkt daar bij op dat het incident nog erger had kunnen aflopen voor het slachtoffer. Door het adequaat optreden van collega militairen en de omstandigheid dat een ambulance snel ter plekke was kon het slachtoffer geholpen worden en is het bloeden gestopt.
Bij het bepalen van de straf houdt de militaire kamer rekening met het feit dat verdachte niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke feiten. Voorts heeft zij na het incident contact gezocht met het slachtoffer dan wel door tussenkomst van haar militaire meerderen geïnformeerd naar zijn toestand. Zij heeft zich tijdens de zitting berouwvol opgesteld en het schietincident heeft een grote impact gehad op haar persoonlijk leven en de wijze waarop zij door collega’s wordt bejegend. De militaire kamer weegt mee dat zij voorts weer een wapen mag dragen in haar werk bij Defensie. Gelet op al het voorgaande en de omstandigheid dat zij tot een andere bewezenverklaring komt dan de officier van justitie, acht de militaire kamer een werkstraf voor de duur van 100 uren passend en geboden.
Het in beslag genomen wapen dient te worden geretourneerd aan de rechthebbende.
8 De beslissing
De militaire kamer, rechtdoende:
Spreekt verdachte vrij van het primair tenlastegelegde feit.
Verklaart bewezen dat verdachte het subsidiair tenlastegelegde feit, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.
Verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder punt 4.
Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.
Veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot
het verrichten van een werkstraf gedurende 100 (honderd) uren.
Bepaalt dat deze werkstraf binnen één (1) jaar na het onherroepelijk worden van dit vonnis moet worden voltooid.
De termijn binnen welke de werkstraf moet worden verricht, wordt verlengd met de tijd dat de veroordeelde rechtens haar vrijheid is ontnomen alsmede met de tijd dat zij ongeoorloofd afwezig is.
Beveelt dat, voor het geval de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast.
Stelt deze vervangende hechtenis vast op 50 (vijftig) dagen.
Beveelt de teruggave van het inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerp, te weten het vuurwapen type Glock 17 inclusief bijbehorende patroonhouder met 14 patronen, aan de rechthebbende.
Aldus gewezen door:
mr. T.P.E.E. van Groeningen (voorzitter), mr F.J.H. Hovens (rechter) en kapitein ter zee van administratie mr F.N.J. Jansen (militair lid), in tegenwoordigheid van mr D.T.P.J. Damen, griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 27 oktober 2014.