2.5.
Op 18 november 2018 heeft een medewerkster van de locatie waar [naam verzoeker] werkzaam was een mail gestuurd aan de heer [districtsmanager] , districtsmanager [hierna: [districtsmanager] ]. Zij schrijft onder meer:
"Ik vind het lastig je deze brief te moeten schrijven. Ik sta nu een jaar in [vestigingsplaats] […].
Er spelen gedurende langere tijd dingen in de winkel, waar ik maar ook enkele andere medewerkers en klanten last van ervaren.
Er gebeuren dingen in de winkel waarvan ik vind dat die echt niet door de beugel kunnen. Helaas gebeurt dit door onze manager zelf. Ik en [naam andere medewerker, ktr]kunnen niet bouwen en vertrouwen op [naam verzoeker] als manager.
Iedereen maakt fouten, van fouten kun je immers leren, ook mogen mensen op fouten en keuzes aangesproken worden. We hebben diverse zaken op verschillende momenten aangekaart bij [naam verzoeker] . Hij heeft altijd een andere verklaring voor hetgeen dat gebeurt. Ongeacht dat we [naam verzoeker] om een verklaring vragen of op de hoogte stellen dat we iets constateren, doet hij daar weinig tot niets mee. Als hij zegt het te veranderen, gebeurt dit niet. Op deze manier kan het kader niet functioneren als één team. Dit heeft consequenties voor de winkel, voor het uitstralen van een eenheid naar de medewerkers, maar ook voor het vertrouwen van die medewerkers in ons.
[…]
[naam andere medewerker, ktr] is op de hoogte van de spelende zaken rondom [naam verzoeker] , en weet dat ik je op de hoogte stel.
Ik zou je de spelende zaken graag mondeling willen toelichten."
2.7.
Op 3 december 2018 heeft [districtsmanager] , samen met de heer [naam personeelsadviseur] , Personeelsadviseur, met de briefschrijfster gesproken.
Vervolgens is de briefschrijfster op 11 januari 2019 gehoord door de heer [naam medewerker IC Coop] , werkzaam op de afdeling Interne Controle van Coop. Daarvan is een door de briefschrijfster ondertekende verklaring opgemaakt. Daarin staat onder meer:
"Wij […] hebbende heer [naam verzoeker] meerdere keren aangesproken dat ook hij zich diende te houden aan de regels en procedures die gelden binnen Coop. Een voorbeeld hiervan is de procedure omtrent de Lodge selector.
Op zaterdag 8 september heeft de heer [naam verzoeker] voordat hij ging trouwen zijn vrijgezellenweekend gehad. Hiervoor zou hij verlof opnemen. Echter kwamen wij er achter dat de heer [naam verzoeker] de uren als "gewerkte" uren in het systeem had staan. Wij hebben de heer [naam verzoeker] hierop aangesproken en hij zou het nog aanpassen. Later bleek dat hij dit helemaal niet gedaan heeft zodat het lijkt dat hij gewoon gewerkt heeft die dag.
Nu moet u weten dat de Supermarktmanager verantwoordelijk is voor het accorderen van de uren in ons systeem. Hij kan handmatig de uren aanpassen.
De heer [naam verzoeker] kwam meerdere keren op latere tijdstippen dan "geboekt" binnen om zijn werkdag te beginnen. Ook hier hebben wij hem op aangesproken.
Omdat wij bemerkten dat de heer [naam verzoeker] handmatig uren in zijn voordeel aanpaste, terwijl op camera te zien is dat hij later binnenkomt hebben wij de heer [districtsmanager] , Districtsmanager Coop Supermarkten, ingeseind. […]."
2.11.
Bij What's app bericht van vrijdag 7 december 2018 is [naam verzoeker] uitgenodigd voor een gesprek op het hoofdkantoor van COOP op maandag 10 december 2018. Ondanks zijn aanvankelijke toezegging is [naam verzoeker] niet naar het gesprek gegaan omdat hij zich daar medisch gezien niet toe in staat achtte en heeft hij gevraagd of het gesprek telefonisch plaats kon vinden. Daarop heeft op 10 december 2018 een telefonisch gesprek plaatsgevonden waarbij Coop aan [naam verzoeker] heeft medegedeeld, samengevat, dat Coop niet tevreden was over zijn functioneren en onregelmatigheden waren geconstateerd in onder meer de urenregistratie van [naam verzoeker] . Het gesprek is bevestigd bij brief van 10 december 2018. Daarin schrijft Coop onder meer:
" […]
De afgelopen periode zijn er wederom meerdere signalen bij ons binnengekomen van medewerkers met betrekking tot uw houding en gedrag. Tijdens eerdere gesprekken bent u reeds gewezen op uw gedragingen. Er is met u een verbeterperiode van zes maanden afgesproken welke helaas niet heeft geleid tot verbetering. Tijdens de recente gesprekken die wij gevoerd hebben met uw directe (kader) collega's en verklaringen vanuit deze collega's kwam naast uw disfunctioneren echter ook het volgende (op hoofdlijnen weergegeven) naar voren, hetgeen voor ons een nieuwe dimensie toevoegt aan de reeds bestaande situatie:
- U boekt uw uren als productief (lees u heeft als het ware gewerkt), echter was afwezig (bv tijdens uw vrijgezellen weekend). U bent hier nota bene door de collega's op aangesproken, wat u niet ontkent;
- U komt later op uw werk en/of vertrekt eerder (wat aantoonbaar is middels beeldopnames), echter u boekt uw normale uren als gewerkt;
- U houdt zich niet aan gemaakte afspraken omtrent het opvolgen van procedures. Hierbij valt onder andere toch niet uitsluitend te denken aan het lopen van prijswijziging en het volgen van de procedure omtrent het gebruik van de Lodge Selector;
- U bent geen voorbeeldfunctionaris naar uw collega's, werkt niet vanuit structuren die door Coop voorgesteld zijn, u omzeilt zelfs deze structuren.
Bovenstaande heeft ons doen bewegen om verder onderzoek te doen naar uw handelen daar deze in strijd zijn met het beleid van Coop.
Op basis van het voorgaande komt Coop tot de volgende constateringen:
- Uit beeldopnames en PMT overzichten blijkt dat u zich schuldig maakt aan het op oneigenlijke wijze toe-eigenen van uren zonder dat u hiervoor arbeid heeft verricht;
- De klachten zijn te veel in omvang en te gedetailleerd, samenhangend en onderling consistent van aard om geloof te kunnen hechten aan het feit dat u stelt dat er geen bedoelingen achter zitten. U wist namelijk dat u wel betaald heeft gekregen zonder dat u hiervoor gewerkt heeft;
- Dit betekent dat u zich alleen al met het bewust onjuist boeken van uw eigen uren schuldig heeft gemaakt aan ernstige vormen van frauduleus handelen ondanks het feit dat u door uw collega's bent aangesproken;
- Bovendien wordt een deel van de klachten niet door u weersproken. Alleen al het feit dat u als leidinggevende met een voorbeeldfunctie zich steeds schuldig maakt aan het omzeilen van procedures en onjuiste boekingen van uren waarbij het lijkt dat u werkzaam bent geweest, maar dit feitelijk niet was, achten wij reeds onacceptabel en ernstig.
Het hoeft weinig betoog dat wij deze gebeurtenissen als volstrekt onacceptabel beschouwen.
Het voorgaande heeft er na beraad en afweging toe geleid dat werkgever het dienstverband met u geen moment langer wenst voort te zetten. Wij achten in deze als gezegd de gang van zaken volstrekt onaanvaardbaar en nemen deze hoog op. Wij hebben op basis van al het voorgaande ieder vertrouwen in u verloren.
Het betreft hier immers meerdere aspecten van (ernstige) onverantwoord handelen in strijd met uw verplichtingen als werknemer. Ook valt hiervan de integriteitsvraag niet los te zien. Het werken in een supermarkt als supermarktmanager vergt een hoge mate van integriteit, waarbij het vermijden van zelfs maar de geringste schijn essentieel is voor het behoud van vertrouwen.
De gedane constateringen zijn op zichzelf - en zeker in onderlinge samenhang bezien - voor Coop reeds afdoende reden voor ontslag. Dit wordt niet anders indien in rechte een of meer van de afzonderlijke genoemde constateringen niet (volledig) vast zou(den) komen te staan.
Kortom: Coop acht zich op zichzelf bevoegd tot onmiddellijke opzegging over te gaan. Ook als wij de persoonlijke gevolgen op materieel en immaterieel gebied uitdrukkelijk meewegen, maakt dat deze conclusie niet anders gezien de aard en ernst van de dringende reden, ook gelet op de context van dit specifieke dienstverband.
[…]
Alternatief:
Echter, ondanks ons huidige voornemen over te gaan tot definitieve uitvoering van het hiervoor omschreven ontslagbesluit, zijn wij er niet a priori op uit om u meer schade berokkenen dan nodig. Om die reden is Coop bereid u eenmalig de gelegenheid te bieden de onderhavige situatie op een voor u minder schadelijke wijze af te wikkelen.
Daartoe doen wij u het volgende voorstel:
[…]
U heeft tot vrijdag 14 december a.s. tot uiterlijk 15.00 uur de tijd om akkoord te gaan met het voorstel. Indien voor genoemd tijdstip geen onvoorwaardelijk en positief akkoord is ontvangen, vervalt dit voorstel en gaan wij definitief over tot het voornoemde ontslag op staande voet. […]."
3.1.
Het verzoek van [naam verzoeker]
3.1.1.
[naam verzoeker] verzoekt, samengevat, bij beschikking, zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
Primair:
- voor recht te verklaren dat aan de opzegging van de arbeidsovereenkomst door Coop geen dringende reden ten grondslag heeft gelegen en derhalve in strijd met artikel 7:671 BW is opgezegd;
Coop te veroordelen tot betaling van:
- € 17.199,00 bruto ter zake van de transitievergoeding;
- € 30.000,00 bruto, althans een door de kantonrechter te bepalen bedrag ter zake van een billijke vergoeding;
- € 10.740,10 bruto, te vermeerderen met de wettelijke verhoging ter zake van het onregelmatig gegeven ontslag;
- Coop te veroordelen tot de afgifte van een deugdelijke bruto netto specificatie van de hiervoor genoemde vorderingen, zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 100,00 per dag/dagdeel;
- Coop ook in geval van een rechtsgeldig ontslag op staande voet te veroordelen tot betaling van een transitievergoeding van € 17.299,00 bruto;
- Coop te veroordelen tot betaling van de buitengerechtelijke kosten ten bedrage van
€ 2.500,00, althans een door de kantonrechter vast te stellen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over alle door [naam verzoeker] gevorderde bedragen, alsmede in de kosten van de procedure.
3.1.2.
[naam verzoeker] legt aan zijn verzoek, samengevat, ten grondslag dat het ontslag op staande voet onbevoegd door [naam personeelsadviseur] namens Coop is gegeven aangezien [naam personeelsadviseur] blijkens het uittreksel uit het handelsregister niet bevoegd is namens Coop rechtshandelingen als het geven van ontslag te verrichten. Daarnaast voert [naam verzoeker] aan dat hem geen ontslag is verleend nu in de brief van 10 december 2018 slechts een 'voornemen' betrof en Coop hem in het telefoongesprek van 14 december 2018 heeft gezegd het voorstel van
[naam verzoeker] wel tegemoet te zien. Daarop heeft de advocaat van [naam verzoeker] de brief van 21 december 2018 gestuurd. De volgens Coop door haar op 14 december 2018 aan [naam verzoeker] gezonden brief, waarin het ontslag op staande voet met ingang van 14 december 2018 zou zijn bevestigd, heeft hij niet ontvangen. Van die brief heeft [naam verzoeker] eerst in januari 2019 kennis genomen in vervolg op de correspondentie tussen zijn advocaat en Coop. Een voorwaardelijk gegeven ontslag op staande voet is niet rechtsgeldig, aldus [naam verzoeker] . Voorts betwist [naam verzoeker] dat er sprake is van een dringende reden en stelt hij dat hij zich niet aan de indruk kan onttrekken dat Coop middels het ontslag op staande voet het opzegverbod tijdens ziekte heeft willen omzeilen.