[eisende partij] heeft gesteld dat de volgende passages ten aanzien van [eiser sub 1] onrechtmatig zijn:
Hoofdstuk 10:
“(…) [naam 1] zegt in een verhoor: (…) Toen [naam 2] eindexamen moest doen was er volgens [naam 1] een incident geweest met [naam 3] [ [eiser sub 1] , toevoeging voorzieningenrechter]: die zou van het dak willen springen. [naam 1] : “Toen moest [naam 4] ernaar toe om haar ervan af te halen.” (…) Volgens [naam 1] had [naam 3] (“schijthoer!”) dat doorgebriefd aan Willem, die daar kwaad over was: “Dat had ze nooit mogen zeggen. Met gevaar voor eigen leven. (…)”
Hoofdstuk 24:
“(…)
Aanvankelijk houdt [naam 1] zich nog een beetje in en zegt ze dat ze niks over “die vrouw” gaat zeggen, maar even later is het toch “een schijthoer” en een borderliner. “Hahaha! Die vrouw is helemaal idolaat van die man. Er zit een stekie los! Ik heb haar nog gewaarschuwd!”
[naam 3] woonde in de [adres 1] .
(…)
Tijdens een verhoor zegt [naam 1] : (…) Wim zijn vrouw moest naar de grond kijken, anders kreeg ze een klap voor d’r kop.”
(…)
In een eerdere verklaring had ze [ [eiser sub 1] , toevoeging voorzieningenrechter] gezegd dat ze “naïef en blind” was, ze vond Holleeder “gewoon een leuke en spannende man.”
(…)
[naam 1] : (…) We hebben meer meegemaakt met [naam 3] , ze wacht haar hele leven al op Wim, ik ga haar verder niet ter discussie stellen.”
(…)
[naam 1] : “Zij was een van de vrouwen die onderhouden moest worden, die een financiële waarde vertegenwoordigden. Die zorgde dat hij een woning kon huren, die was heel bruikbaar. U dwingt mij die vrouw hier voor schut te zetten. Ze heeft een beleving van een relatie die ze nooit heeft gehad. Als u mijn moeder hoort over haar, die werd knettergek, ze belde dag en nacht op. Wat mijn moeder met die vrouw heeft meegemaakt… Toen mijn nichtje eindexamen deed moest ze van het dak worden gehaald.” Janssen: “Ze zegt: ‘Dat is volkomen flauwekul, nooit gebeurd.’” [naam 1] : “Alsof ze zich dat kan herinneren in een psychose.”
(…) [naam 1] : (…) Wilt u meer horen over [naam 3] d’r borderlinesyndroom?” (…) “Hahaha! Die vrouw is helemaal idolaat van die man. Er zit een stekie los! Ik heb haar nog gewaarschuwd!”
(…) zegt [naam 5] : “Ik had echt medelijden met die vrouw, wat ze allemaal voor hem deed, ze was zo gek op die man. Het is zielig dat ze zo behandeld wordt. De laatste keer kon hij haar niet meer gebruiken omdat ze geen geld meer had. Ze heeft een motor voor hem gekocht. Ze was zo gek op hem dat ze mijn moeder belde dat ze ’t niet meer aankon, van het dak wilde springen. (…) [naam 5] : “Zielig, heel erg om aan te zien hoe hij met haar omging.”
(…)
[naam 5] zegt daarover, tijdens een verhoor: (…) Volgens [naam 3] ’s dochter ging [naam 6] soms snuiven en werd hij dan agressief. [naam 5] : “ [naam 6] heeft nooit gesnoven, ze moet naar haar eigen kijken, dat mens is knettergek. Aardig, maar knettergek. Ik moest altijd van hem naar haar, ze is nog nooit bij mij geweest, ik weet niet waar je ’t over hebt.” (…) “Ik moest die vrouwen in de gaten houden. [naam 7] ook. Als de schilder kwam, moest ik er al gaan zitten, dat ze niet alleen met de schilder was. Dan was het: ‘Ga naar [naam 3] .’ (…) Ik moest kijken of het daar gezellig was, dan kon hij naar andere vriendinnetjes.” [naam 5] vond [naam 3] “een zielig vrouwtje, het was Wim er alleen maar om te doen haar van haar geld af te halen. Het is alleen maar uitbuiten, meer niet. We hebben haar tegenover hem altijd wel lief en aardig gevonden. Wim riep over haar alleen maar ‘mafkees dit, mafkees dat…”
De relatie tussen [naam 5] en [naam 3] was wel goed, (…) Toen heb ik een sms van haar gekregen, die kan ik je laten lezen, daar lusten de honden geen brood van. Omdat zij toch de hoofdvrouw was.”
(…)”