3.1.
[verzoekende partij] verzoekt, na akte aanvulling en na vermindering van zijn verzoek ter zitting, bij beschikking, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
- voor recht te verklaren dat [naam verwerende partij] aan hem verschuldigd is een transitievergoeding (artikel 7:673 BW) ten bedrage van € 279.824,-- bruto, onder aftrek van het bedrag van € 86.690,99 bruto dat reeds is voldaan, te vermeerderen met de wettelijke rente;
en [naam verwerende partij] te veroordelen om aan hem te betalen:
een billijke vergoeding (artikel 7:682 lid 3 BW) van € 419.736,- bruto, althans een in redelijkheid vast te stellen bedrag, te vermeerderen met wettelijke rente;
een gefixeerde schadevergoeding (artikel 7:670 lid 10 BW) van € 147.423,31 bruto, althans in redelijkheid vast te stellen bedrag, te vermeerderen met wettelijke rente;
een bedrag van € 95.832,90 bruto ter zake van achterstallig loon en openstaande vakantiedagen, onder aftrek van het al betaalde bedrag van € 18.751,56 bruto, althans een in redelijkheid vast te stellen bedrag, te vermeerderen met de wettelijke verhoging en wettelijke rente, de rente ook over de wettelijke verhoging, tegen behoorlijk bewijs van kwijting en onder verstrekking van deugdelijk gespecificeerde loonstroken;
een bedrag van € 7.938,13, bij wijze van schadevergoeding ex artikel 7:611 BW, te vermeerderen met wettelijke rente;
een bedrag van € 11.500,- netto ter zake van immateriële schade;
de kosten van de procedure, te vermeerderen met de verschuldigde nakosten en wettelijke rente over de proceskosten en nakosten indien deze niet binnen een termijn van een week na het wijzen van de beschikking door [naam verwerende partij] zijn voldaan.
[verzoekende partij] legt aan zijn verzoeken, samengevat, ten grondslag dat een redelijke grond voor het ontslag ontbreekt, de opzegtermijn niet in acht is genomen, hij recht heeft op achterstallig loon en uitbetaling van nog openstaande vakantiedagen en dat [naam verwerende partij] ernstig verwijtbaar en/of in strijd met goed werkgeverschap heeft gehandeld door, samengevat, de arbeidsovereenkomst te beëindigen en de wijze waarop dit is gebeurd, als gevolg waarvan [naam verwerende partij] gehouden is een billijke vergoeding en/of (immateriële) schadevergoeding te voldoen.
3.2.
[naam verwerende partij] concludeert tot afwijzing van de verzoeken van [verzoekende partij] . Aan haar verweer legt [naam verwerende partij] , samengevat, ten grondslag dat sprake is van een redelijke grond voor opzegging, te weten verwijtbaar handelen door [verzoekende partij] (artikel 7:669 lid 3 sub e BW). Bovendien kwalificeert dat handelen als ernstig verwijtbaar zodat [verzoekende partij] geen aanspraak heeft op de transitievergoeding. [naam verwerende partij] betwist dat zij jegens [verzoekende partij] ernstig verwijtbaar heeft gehandeld of nagelaten en/of in strijd met goed werkgeverschap heeft gehandeld. De door hem verzochte billijke vergoeding en/of schadevergoeding moet worden afgewezen. Ook de verzochte gefixeerde schadevergoeding, achterstallig loon c.a. moeten worden afgewezen. [naam verwerende partij] heeft de bedragen waar [verzoekende partij] bij einde dienstverband recht op had reeds betaald. In zijn verzoek tot vergoeding van immateriële schade dient [verzoekende partij] niet-ontvankelijk te worden verklaard omdat het te laat is ingediend, althans dat moet worden afgewezen omdat van reputatie- en/of psychische schade geen sprake is, aldus [naam verwerende partij] . [naam verwerende partij] verzoekt [verzoekende partij] te veroordelen in de kosten van de procedure.