Op 7 april 2020 vindt een (online) gesprek plaats tussen [Hoofd Publiekszaken] , [leidinggevende] , een adviseur P&O met [werkneemster] in aanwezigheid van een vertrouwenspersoon. Nijmegen kondigt in dit gesprek aan dat [werkneemster] op staande voet wordt ontslagen. Bij brief van diezelfde dag bericht Nijmegen de gronden van het ontslag op staande voet aan [werkneemster] . Deze ontslagbrief luidt als volgt.
(…)
Op 19 maart 2020 wendde u zich via e-mail rechtstreeks tot de burgemeester met uw standpunt over, volgens u, onverantwoord corona-beleid bij huwelijksvoltrekkingen. De burgemeester antwoordde u op 23 maart dat u zich tot uw leidinggevende moest wenden met uw opmerkingen. Ook gaf hij inhoudelijk antwoord over het vastgestelde beleid.
U had telefonisch contact met uw leidinggevende op 24 maart, waarbij uw leidinggevende u erop wees dat het niet handig was om buiten haar om contact te zoeken met de burgemeester. Daarop reageerde u met de mededeling dat het uw goed recht was om dit wel te doen.
Op 2 april meldde u [leidinggevende] dat u contact met de pers had gehad en waarschuwde ervoor dat er mogelijk contact door de Gelderlander met ons zou worden opgenomen. Hierop volgend hebben zowel [leidinggevende] als [Hoofd Publiekszaken] u op 2 april via whatsapp, resp. telefonisch erop gewezen dat uw gedrag niet het gedrag is van een goed ambtenaar. Daarop antwoordde u dat u als burger zich wel degelijk zo mocht uitlaten. Daarbij bent u erop gewezen dat je het ambtenaarschap niet aan en uit kunt zetten. De ambtenarenwet is hier zeer duidelijk in. Dit staat ook in de arbeidsovereenkomst.
Op 3 april heeft uw leidinggevende u uitgenodigd voor een gesprek dat de week erop zou plaatsvinden. Dit was voor u aanleiding om op 4 april opnieuw een e-mail naar de burgemeester te sturen, ondanks de waarschuwing van de burgemeester zelf op 23 maart en van uw leidinggevende op 24 maart, om niet rechtsreeks met hem contact op te nemen. (…)
U heeft uw standpunt ook via Facebook geventileerd (bericht op 25 maart en 2 berichten op 30 maart) en u tot De Gelderlander gewend. (…)
(…)
(…) De reden dat u op staande voet wordt ontslagen, is dat u zich schuldig maakt aan zeer ernstig plichtsverzuim. Hieraan ligt de volgende beoordeling ten grondslag.
Al eerder bent u aangesproken op uw manier van communiceren, waaruit blijkt dat u zich onvoldoende rekenschap geeft van wat het betekent om ambtenaar te zijn.
U laat zich niet aansturen door uw leidinggevenden en dit heeft helaas ertoe geleid dat u met de pers heeft gesproken om het vastgestelde beleid van de gemeente, dat in lijn is met het Rijksoverheidsbeleid, openbaar ter discussie te stellen.
Dat heeft u gedaan in crisistijd, waarin het van het grootste belang is dat de aanwijzingen van de overheid worden opgevolgd door burgers en dat de burgers vertrouwen hebben in (het handelen van) de overheid. Het laatste wat daarbij behulpzaam is, is dat u als ambtenaar en als gezicht namens de gemeente naar buiten, het beleid van de gemeente openbaar ter discussie stelt. Wij rekenen u dat zeer zwaar aan. U heeft het algemeen belang geschaad.
(…)