Op 12 maart 2018 is de heer [naam interim bestuurder 2] aangesteld als interim-bestuurder.
In zijn notitie “Trajekt weer op weg” van 13 april 2018 heeft [naam interim bestuurder 2] onder meer het navolgende geschreven:
“Uit interviews (individueel en groep), documentatie en verslagen komt het volgende beeld oven water.
In de periode vóór het vertrek van mevr. [naam directeur] als bestuurder functioneren de 3 (team)managers, die leidinggeven aan het primaire proces, langs klassiek-hiërarchische lijnen terwijl de organisatie moeizaam stappen zet richting zelforganisatie. In het begin van dit proces (zomer/najaar 2014) is er bij het personeel duidelijk sprake van enthousiasme (zie de verslagen van allerlei werkgroepen uit die tijd). Dat enthousiasme verdwijnt vanaf het moment dat de samenwerking/ fusie met PIW de overhand krijgt in de veranderactiviteiten.
Zo ontstaat er een steeds grotere spanning tussen de medewerkers en het regulerend gedrag van de managers dat steeds minder aansluit bij de (verander)behoefte van de organisatie.
Nergens wordt zichtbaar dat de managers zich bewust zijn van die groeiende afstand, op zoek gaan naar oorzaken en zich medeverantwoordelijk voelen/opstellen voor oplossingsrichtingen. Er is sprake van non-interventiegedrag. Het concept van zelforganisatie dwingt tot een ander invulling van de managersrol (richting zelforganiserende teams). Door zelf niet het voortouw te nemen in het verminderen van spanningsbogen en het regisseren van de veranderoperatie stellen de managers zich feitelijk op in de luwte (beschut buitenspel). Zo ontwijken ze de noodzakelijke discussie over hun eigen toekomstige rol & werk.
De druk op mevr. [naam directeur] vanuit de gemeente Maastricht neemt in het voorjaar van 2017
hand over hand toe (2017 = "oogstjaar" voor de locale politiek en dat leidt tot zwaardere eisen aan de uitvoeringsorganisatie). Zij meldt zich dientengevolge ziek.
De nieuwe interim-bestuurder [naam interim bestuurder 1] kiest vanaf 1 juli bewust de tegenovergestelde
positie. Hij is geëngageerd, kent de welzijnswereld en de welzijnswerkers. Hij geeft daarmee aandacht aan de spanning en stress bij medewerkers. Hij zet de 3 managers de facto buitenspel en wint daarmee veel goodwill bij de veldwerkers. Gevolg is ook dat het dagelijks werk van de 3 managers gemarginaliseerd raakt, steeds minder geaccepteerd wordt door medewerkers en feitelijk tot steeds groter weerstand leidt. Het wordt een van de belangrijke bronnen van de gesignaleerde sociaal-psychologische problematiek van Trajekt (die overigens van veel oudere datum is).
Wanneer [naam interim bestuurder 1] in november 2017 het veld moet ruimen is de reactie van het personeel voorspelbaar: men voelt zich en masse in de steek gelaten en komt via OR, CLR en BLG in verzet. Dat richt zich tegen de Raad van Toezicht die [naam interim bestuurder 1] heeft ontslagen. Als deze vervolgens opzij stapt en plaats maakt voor een interim Raad van Toezicht komen de 3 managers vol in de vuurlinie te liggen. De nieuwe interim-bestuurder [naam verkenner] spreekt, binnen zijn beperkte mandaat, over een noodzakelijke "revitalisering" van de organisatie. Hij gaat met de managers in gesprek over hun rol en hun betrokkenheid. Zij volharden in hun hiërarchische rolopvatting en klagen over de weerstand en vijandigheid van medewerkers. Dat zij feitelijk medeschuldig zijn aan de ontstane situatie ontgaat hen.
Ondertussen is de relatie met de gemeente Maastricht in de loop van 2017 zodanig verder verslechterd dat de managers de toegang tot stadhuis en ambtenaren wordt ontzegd. De wethouder eist nadrukkelijk zodanige veranderingen dat hij weer vertrouwen kan krijgen in de prestaties van Trajekt. De ambtelijke top volgt deze opstelling, bij gevolg dat Trajekt verstoken raakt van voortgangsoverleg op bestuurlijk niveau. Daarmee komt de bedrijfscontinuïteit van Trajekt als uitvoeringsorganisatie voor gemeentelijk welzijnswerk in gevaar (…)
Mijn conclusie is dat er bij Trajekt twee problematieken over elkaar heen zijn geschoven: de veranderkundige, waarin een aantal strategische omissies leidt tot het vastlopen van de veranderoperatie. Daarnaast de sociaal-psychologische, waarin een lange historie zichtbaar wordt van verslechterende communicatie, polarisatie, gebrek aan betekenisgevend leiderschap en het ontbreken van voorbeeldgedrag. In het samenkomen van beide problematieken ligt de oorzaak voor de opeenvolgende uitbarstingen in 2017. (…)
De 3 managers vormen de verbinding tussen beide problematieken. Zij hebben de veranderkundige problemen niet vanuit vakmanschap of leiderschap geagendeerd bij de directeur/bestuurder. Zij geven mede leiding aan een organisatie die gaandeweg in de versukkeling terecht is gekomen zonder daarop de interveniëren of voor in de bres te springen. Door in hun gedrag te blijven acteren vanuit verleden en heden (zonder reflectie op de toekomst) hebben zij direct bijgedragen aan de continuïteit en intensiteit van de sociaal psychologische problematiek. Met als resultaat een sterk verweesde organisatie.
Ik bouw deze conclusie op eigen waarneming. Vanaf 12 maart tot 11 april heb ik 3 groepsoverleggen gehad met de 3 managers (vrije agenda), daarnaast verschillende een-op een gesprekken. Verder heb ik regelmatig met hen overlegd in MT-verband (3 managers plus staf). Concreet thema was: hoe kijken jullie aan tegen je rol in verleden en heden, wat is je beeld voor de toekomst, waarom hebben jullie niet ingegrepen, waarom zijn jullie zelf niet in verzet gekomen? Er zijn geen antwoorden gekomen, ook geen reflectie op eigen gedrag, op de positie van Trajekt, op risico's en kansen van het bedrijf. "Business as usual" was de algemene lijn van het overleg.
Tegelijkertijd heb ik moeten constateren dat Trajekt in een gevaarlijk negatieve spiraal is
terecht gekomen met haar belangrijkste opdrachtgever, de gemeente Maastricht. Andere partijen en partners stellen zich gereserveerd op en wachten af (bijv. Servatius, Levanto Groep, Radar e.a.).
(…)
Mijn conclusie is dat er bij Trajekt sprake is van een onhoudbare situatie. Enerzijds dwingen
de twee, door mij gesignaleerde probleemvelden op korte termijn tot een integrale
organisatieontwikkeling die gedragen wordt door managers en medewerkers. Daarmee
kunnen we ons een nieuwe toekomst "bevechten". Anderzijds blokkeert de aanwezigheid
van de 3 managers elke aanzet om tot een dergelijk proces te komen: eenvoudigweg omdat elke discussie, elke voorstel intern onmiddellijk "gekleurd" wordt door een discussie over de managers.
Er is dan onmiddellijk sprake van een strategisch risico voor Trajekt. De werk- en
opdrachtrelatie met de gemeente Maastricht móét verbeteren. Komt de
opdracht/subsidierelatie is gevaar, dan komt het bestaansrecht van Trajekt in de
gevarenzone. Concreet betekent dat een bedreiging van de (als goed ervaren) dienstverlening aan de ca. 200.000 inwoners van Zuid-Limburg. Het betekent ook een
bedreiging voor de werkgelegenheid van de professionals en vrijwilligers van Trajekt. Voor
Maastricht als opdrachtgever betekent het een voortdurende, bestuurlijke onzekerheid over het welzijnswerk in uitvoering.
De conclusie, hier verwoord als deels een uitwerking van elementen uit mijn opdracht als
interim-bestuurder is dat de positie van de 3 managers onhoudbaar is geworden. Zij hebben geen draagvlak zowel in (OR, CLR, RvT) als extern. Zij bieden geen veranderpotentieel voor de toekomst. Willen we ruimte en energie vrijmaken voor de toekomst van Trajekt, dan is de conclusie dat er andere, nieuwe competenties nodig, passend bij de eisen van de toekomst en niet bij de piketpalen van de historie.”