vonnis
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
handelskamer
zaaknummer / rolnummer: C/16/432320 / KG ZA 17-67
Vonnis in kort geding van 26 april 2017
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
INTER IMEX B.V.,
gevestigd te Maarssen,
eiseres,
advocaat mr. H.A. van Hapert te Amsterdam,
1. de vennootschap naar buitenlands recht
MAQUINARIA GEKA SA,
gevestigd te Oiartzun, Spanje,
2. de vennootschap naar buitenlands recht
GEKA AUTOMATION,
gevestigd te Oiartzun, Spanje,
gedaagden,
advocaat mr. A.C. Siemons te Amsterdam.
Eiseres zal hierna Inter Imex genoemd worden. Gedaagden zullen hierna gezamenlijk GEKA c.s. en afzonderlijk Maquinaria GEKA en GEKA Automation genoemd worden.
2 De feiten
2.1.
Inter Imex importeert en verkoopt metaalbewerkingsmachines aan de Nederlandse markt. De heer [A] (hierna: [A] ) is indirect bestuurder van Inter Imex en heeft het bedrijf in 1979 opgericht.
2.2.
Maquinaria GEKA en haar rechtsvoorgangers produceren sinds 1919 traditionele, handmatig bediende metaalbewerkingsmachines. Maquinaria GEKA verkoopt haar machines gewoonlijk via een netwerk van exclusieve distributeurs.
2.3.
De aandeelhouders van Maquinaria GEKA hebben in 2001 de vennootschap EISSEN XXI opgericht. In 2010 is de naam gewijzigd van EISSEN XII naar GEKA Automation. GEKA Automation produceert computergestuurde metaalbewerkings-machines, ook CNC-machines genoemd. Het uiteindelijke product is een op maat gemaakte eindoplossing, samengesteld uit verschillende componenten. GEKA Automation verkoopt wereldwijd ongeveer 15 van dit soort machines per jaar. Een belangrijk aspect van de productielijn van GEKA Automation zijn de Semi-Paxy machines: computergestuurde hulpmiddelen voor het positioneren van het te bewerken staal. Deze hulpmiddelen kunnen gebruikt worden met zowel de door GEKA Automation als door Maquinaria GEKA geproduceerde metaalbewerkingsmachines.
2.4.
Inter Imex is sinds (in ieder geval) 1991 de exclusieve distributeur van (nieuwe) machines en daarmee verband houdende producten van Maquinaria GEKA in Nederland. Er is tussen deze twee partijen nooit een overeenkomst op schrift gesteld.
2.5.
In de periode van in ieder geval 2006 tot 2016 heeft Inter Imex van EISSEN XII en vervolgens van GEKA Automation machines en daarmee verband houdende producten afgenomen voor de verkoop op de Nederlandse markt.
2.6.
In 2016 heeft GEKA Automation een complete productielijn verkocht aan het Nederlandse bedrijf Tuwi Netherlands B.V. (hierna: Tuwi), een bedrijf dat ook handelt in metaalbewerkingsmachines op de Nederlandse markt. De productielijn bestond uit een machine van GEKA Automation (een ‘Sigma’), met geautomatiseerde positionerings- en controle units. In 2016 heeft GEKA Automation aan Tuwi een Semi-Paxy machine in consignatie geleverd, in samenstelling met een zogenaamde ‘Puma 110’. De Puma 110 is (ook) een machine van Maquinaria GEKA. In maart 2017 heeft GEKA Automation nog een geautomatiseerde productielijn (een ‘Alfa 500-150’) in consignatie aan Tuwi geleverd.
2.7.
In het vakblad “MetaalNieuws” van 29 augustus 2016 staat het volgende:
“Tuwi stelt tijdens TIV haar nieuwe vertegenwoordiging Geka voor. De Winterwijkse leverancier van metaalbewerkingsmachines is sinds 1 augustus exclusief importeur van de CNC bewerkingslijnen van deze Spaanse fabrikant en zal op TIV de ponsmachine Puma 110 voorzien van de Semi-Paxy NC positioneertafel 1.000x40 tonen. […]
Tuwi heeft de eerste lijn van Geka al verkocht. CMB in Woudenberg neemt in oktober een Sigma 110 volautomatisch bewerkingssysteem voor het boren, tappen, frezen en markeren van balkprofielen in gebruik. […]
[B] [van Tuwi, rb] is blij met Geka. […] We wisten dat Geka op zoek was naar dealers die meer met hun CNC machines willen doen en zo zijn we in contact gekomen. […]”
2.8.
Bij brief van 5 augustus 2016 heeft Maquinaria GEKA aan Inter Imex aangegeven dat zij de distributieovereenkomst tussen partijen wil beëindigen per 1 september 2017. Als gronden voor beëindiging heeft Maquinaria GEKA kort gezegd gegeven:
i) de teruggelopen verkoopcijfers;
ii) het gebrek aan een geslaagde opvolger voor [A] , gelet op zijn leeftijd.
2.9.
Bij brief van 23 augustus 2016 heeft Inter Imex aan Maquinaria GEKA meegedeeld niet akkoord te gaan met de beëindiging, omdat er geen voldoende zwaarwichtige reden voor beëindiging is. Verder heeft Inter Imex aangegeven dat de samenwerking tussen GEKA en Tuwi in strijd is met de exclusieve bevoegdheid van Inter Imex om in Nederland GEKA-machines te verkopen. Inter Imex heeft GEKA gesommeerd om de samenwerking met Tuwi te beëindigen en de duurovereenkomst tussen Inter Imex en GEKA na te komen.
2.10.
Op 21 september 2016 heeft GEKA per e-mail aan Inter Imex een aanbod gedaan voor het tot stand brengen van een nieuwe handelsrelatie, inhoudende dat Inter Imex op basis van exclusiviteit ‘consumables, accessories and spare sparts’ van GEKA aan bestaande klanten mag verkopen. De huidige distributieovereenkomst zou in dit voorstel op
31 december 2018 worden beëindigd.
2.11.
Bij brief van 27 oktober 2016 heeft Inter Imex aan Maquinaria GEKA aangegeven niet akkoord te gaan met het aanbod en heeft zij een tegenvoorstel gedaan. Verder heeft zij aangegeven dat GEKA de duurovereenkomst schendt door e-mails van Inter Imex onbeantwoord te laten en geen gehoor te geven aan het verzoek om offertes toe te zenden. Zij heeft meegedeeld betaling van openstaande facturen van GEKA op te schorten in verband met schuldeisersverzuim van GEKA.
2.12.
Maquinaria GEKA heeft bij brief van 1 december 2016 aan Inter Imex als aanvullende gronden voor beëindiging van de distributieovereenkomst kort gezegd genoemd:
iii) het onbetaald laten van facturen door Inter Imex;
iv) het feit dat Inter Imex onvoldoende machines op voorraad heeft;
v) de schending van de exclusieve handelsrelatie door Inter Imex, doordat zij speciale onderdelen heeft gekocht van andere leveranciers en de know how van GEKA heeft gebruikt voor de productie van die speciale onderdelen.
Maquinaria GEKA heeft verder aangegeven dat zij de handelsrelatie in zijn geheel per
1 augustus 2018 beëindigt. Zij heeft Inter Imex gesommeerd de openstaande facturen voor een totaalbedrag van € 21.926,40 vóór 15 december 2016 te voldoen.
2.13.
Inter Imex heeft de hoogte van de openstaande facturen bij brief van 2 december 2016 betwist. Zij heeft aan GEKA aangegeven dat zij een bedrag van € 81.560,40 tegoed heeft van GEKA aan gemiste commissie als gevolg van verkoop van drie machines aan Tuwi in strijd met de duurovereenkomst.
2.14.
Bij e-mailberichten van 20 december 2016 en 25 januari 2017 heeft Maquinaria GEKA aan Inter Imex meegedeeld dat de door Inter Imex bestelde ‘Hydrocrop’, gelet op de nog openstaande facturen, eerst na betaling van de koopprijs van € 14.963,20 aan Inter Imex zal worden geleverd.
3 Het geschil
3.1.
Inter Imex vordert – samengevat – bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:
I. GEKA c.s. hoofdelijk te veroordelen om haar verplichtingen uit hoofde van de overeenkomst na te komen, door in overeenstemming met de exclusieve bevoegdheid van Inter Imex om GEKA-machines en -producten te verkopen in Nederland, een en ander op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 5.000,- voor iedere dag dat GEKA c.s. niet volledig aan deze veroordeling voldoet, met een maximum van
€ 50.000,-;
II. GEKA c.s. hoofdelijk te verbieden in strijd te handelen met de exclusieve bevoegdheid van Inter Imex om GEKA-machines en -producten te verkopen in Nederland, een en ander op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 50.000,- voor iedere dag dat GEKA c.s. in gebreke blijft aan dit verbod te voldoen, met een maximum van
€ 500.000,-;
III. GEKA c.s. te verplichten alle bescheiden over te leggen die zien op de samenwerking tussen GEKA c.s. met de aan haar gelieerde ondernemingen en Tuwi, waaronder de tussen partijen gesloten overeenkomst en/of alle tussen partijen gevoerde correspondentie, alsmede alle door Tuwi geplaatste orders en door GEKA c.s. verstuurde orderbevestigingen en facturen, met een verklaring van een accountant dat de overgelegde stukken correct en volledig zijn, een en ander op straffe van een dwangsom van € 5.000,- per dag dat GEKA c.s. in gebreke blijft aan deze verplichting te voldoen;
IV. GEKA c.s., bij wijze van voorschot op schadevergoeding, hoofdelijk te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 50.000,- aan gederfde winst, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 14 juli 2016, althans vanaf 5 augustus 2016, althans een in goede justitie te bepalen datum.
V. GEKA c.s., bij wijze van voorschot op schadevergoeding, hoofdelijk te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 50.000,-, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 14 juli 2016, althans vanaf 5 augustus 2016, althans een in goede justitie te bepalen datum;
VI. GEKA c.s. hoofdelijk te veroordelen in de kosten van deze procedure, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de vijftiende dag na betekening van het in deze zaak te wijzen vonnis tot de dag van volledige betaling;
VII. GEKA c.s. te veroordelen in de nakosten.
3.2.
Inter Imex legt aan haar vorderingen ten grondslag dat tussen haar en GEKA c.s. een duurovereenkomst bestaat, inhoudende dat Inter Imex de exclusieve bevoegdheid heeft om machines en producten van GEKA c.s. te verkopen in Nederland. Dat tussen Inter Imex en Maquinaria GEKA exclusiviteit bestaat blijkt uit de bestendige handelsrelatie zoals die in de praktijk bestaat en is op 7 februari 2012 door de Spaanse rechtbank bevestigd. In de praktijk geldt de exclusiviteit ook tussen Inter Imex en GEKA Automation. In de handelsrelatie zijn Maquinaria GEKA, GEKA Automation en GEKA uitwisselbaar. De vijf kernwaarden van langdurigheid, tevredenheid, bestendigheid, exclusiviteit en sterke afhankelijkheid zien op beide relaties. Primair meent Inter Imex dat de redelijkheid en billijkheid met zich meebrengen dat de duurovereenkomst niet kan worden opgezegd dan wel dat hiervoor geen voldoende zwaarwegende gronden bestaan. De aangevoerde beëindigingsgronden zijn onjuist, onduidelijk, onvoldoende onderbouwd en oneigenlijk, nu de werkelijke reden van beëindiging ligt in de samenwerking tussen GEKA en Tuwi. Nu opzegging niet mogelijk is, is GEKA gehouden de duurovereenkomst na te komen en handelt zij in strijd met de exclusieve bevoegdheid van Inter Imex door aan Tuwi GEKA-machines en -producten te verkopen voor wederverkoop op de Nederlandse markt. Aan haar primaire vordering tot schadevergoeding legt Inter Imex ten grondslag dat zij als gevolg van het mislopen van orders door de weigerachtige houding van GEKA en door de samenwerking tussen GEKA en Tuwi schade leidt in de vorm van gederfde winst, die zij begroot op een bedrag van € 131.560,40. In dit kort geding vordert zij een voorschot daarop van € 50.000,-. Subsidiair stelt Inter Imex dat áls een zwaarwegende grond voor opzegging zou bestaan, GEKA aan Inter Imex een schadevergoeding van € 487.637,- dient te betalen wegens beëindiging van de duurovereenkomst. Zij vordert in dit kort geding daarop een voorschot van € 50.000. Aan haar vordering tot overlegging van bescheiden legt Inter Imex ten grondslag dat zij een rechtmatig belang heeft bij verkrijging van de bescheiden voor de beantwoording van de vraag of GEKA een gelijke dan wel gelijksoortige handelsrelatie heeft met Tuwi dan zij heeft met Inter Imex.
3.3.
GEKA c.s. voert verweer.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.
4 De beoordeling
Rechtsmacht en toepasselijk recht
4.1.
De eerste te beantwoorden vraag is of aan de Nederlandse voorzieningenrechter rechtsmacht toekomt. Deze vraag moet aan de hand van de Verordening (EG) 1215/2012 (hierna: de Verordening Brussel I bis) worden beantwoord. Artikel 7 lid 1 onder a van de Verordening Brussel I bis bepaalt ten aanzien van verbintenissen uit overeenkomst dat een persoon die woonplaats heeft op het grondgebied van een lidstaat in een andere lidstaat kan worden opgeroepen voor het gerecht van de plaats waar de verbintenis die aan de eis ten grondslag ligt, is uitgevoerd of moet worden uitgevoerd. Niet in geschil is dat de gestelde overeenkomsten tussen Inter Imex en GEKA c.s. in Nederland worden of moeten worden uitgevoerd. Gelet hierop heeft de Nederlandse voorzieningenrechter in deze zaak rechtsmacht.
4.2.
De vorderingen zijn gebaseerd op de niet-nakoming van distributieovereenkomsten die vóór 17 december 2009 zijn gesloten. Nu partijen geen rechtskeuze hebben gemaakt, dient, overeenkomstig het bepaalde in artikel 4 lid 2 van het Verdrag inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst (EVO), te worden vastgesteld wie van de partijen als de kenmerkende prestant dient te worden aangemerkt. Onder de gestelde distributieovereenkomsten tussen Inter Imex en GEKA c.s. dient Inter Imex te worden aangemerkt als de kenmerkende prestant. Daarom dienen de vorderingen te worden beoordeeld naar Nederlands recht.
4.3.
Ingevolge artikel 254 Rv dient te worden nagegaan of onverwijlde spoed het treffen van een voorlopige voorziening vereist. Spoedeisend belang bij een voorziening heeft de eiser van wie niet kan worden gevergd dat hij een bodemprocedure afwacht. Of van een eiser kan worden gevergd dat hij een bodemprocedure afwacht hangt af van een aantal factoren.
4.4.
Inter Imex betwist de rechtsgeldigheid van de opzegging van de duurovereenkomst per 1 augustus 2018. Het onder I en II gevorderde (nakoming overeenkomst en verbod schending exclusiviteit) is niet beperkt in tijd en dient – anders dan GEKA c.s. stelt – niet zodanig te worden opgevat dat dit alleen ziet op de periode tot
1 augustus 2018. Bij de beoordeling van de rechtsgeldigheid van de opzegging heeft Inter Imex naar het oordeel van de voorzieningenrechter echter onvoldoende spoedeisend belang. Gelet op de datum waartegen is opgezegd (1 augustus 2018) kan voor een oordeel over de opzegging de bodemprocedure worden afgewacht. Het onder I en II gevorderde zal dan ook worden afgewezen, voor zover deze vorderingen zien op de periode na 1 augustus 2018. Ook de vordering onder V, die samenhangt met de beoordeling van de opzegging, wordt wegens het ontbreken van spoedeisend belang afgewezen. Bij de beoordeling van de vordering tot nakoming en het verbod tot zaken doen met anderen (schending exclusiviteit) tót 1 augustus 2018 heeft Inter Imex wel spoedeisend belang. Zij stelt immers dat zij een exclusieve distributieovereenkomst heeft met Maquinaria GEKA én GEKA Automation en dat die door GEKA c.s. niet wordt nagekomen c.q. dat daarmee in strijd wordt gehandeld en Inter Imex daardoor schade lijdt.
4.5.
Ten aanzien van het onder III gevorderde (de afgifte van bescheiden) heeft Inter Imex onvoldoende aannemelijk gemaakt dat zij de bodemprocedure, in het kader waarvan stukken kunnen worden overgelegd en onderzoek kan worden gedaan, niet kan afwachten. Hierbij wordt in aanmerking genomen dat GEKA c.s. in deze procedure heeft gespecificeerd welke machines zij heeft geleverd aan Tuwi en Inter Imex inmiddels beschikt over een orderbevestiging en een factuur aan Tuwi. Inter Imex heeft niet nader onderbouwd welk spoedeisend belang zij heeft bij verstrekking van meer of andere stukken. Deze vordering zal worden afgewezen.
4.6.
Ten aanzien van het onder IV gevorderde voorschot op vergoeding van schade, bestaande uit gederfde winst, heeft Inter Imex evenmin voldoende spoedeisend belang. Bij een voorziening in kort geding, bestaande in veroordeling tot betaling van een geldsom, is terughoudendheid op zijn plaats. De rechter zal daarbij niet alleen hebben te onderzoeken of het bestaan van een vordering voldoende aannemelijk is, maar ook of daarnaast sprake is van feiten en omstandigheden die meebrengen dat uit hoofde van onverwijlde spoed een onmiddellijke voorziening is vereist, terwijl de rechter in de afweging van de belangen van partijen mede zal hebben te betrekken de vraag naar - kort gezegd - het risico van onmogelijkheid van terugbetaling, welk risico kan bijdragen tot weigering van de voorziening. Nog daargelaten dat GEKA c.s. de stelling van Inter Imex heeft bestreden dat sprake is van gederfde winst, constateert de voorzieningenrechter dat Inter Imex geen feiten of omstandigheden heeft aangevoerd die meebrengen dat een onmiddellijke voorziening – in de vorm van het toekennen van een voorschot op schadevergoeding – uit hoofde van onverwijlde spoed is vereist. De vordering zal daarom worden afgewezen.
4.7.
De kern van het geschil tussen partijen betreft de vraag of Inter Imex een distributieovereenkomst heeft met zowel Maquinaria GEKA als GEKA Automation, onder meer inhoudende dat Inter Imex exclusief bevoegd is de machines en producten van zowel Maquinaria GEKA als GEKA Automation te verkopen in Nederland. In het kader van deze kort geding procedure ligt het op de weg van Inter Imex om het bestaan van deze overeenkomst in voldoende mate aannemelijk te maken. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is Inter Imex hierin geslaagd. Hiertoe wordt het volgende overwogen.
4.8.
Niet in geschil is dat tussen Inter Imex en Maquinaria GEKA een bestendige handelsrelatie bestaat, die gekwalificeerd moet worden als een exclusieve distributieovereenkomst. Dat Inter Imex ook een dergelijke bestendige handelsrelatie met exclusiviteit heeft met GEKA Automation, blijkt uit de volgende omstandigheden. Inter Imex heeft gesteld en GEKA c.s. heeft erkend dat Inter Imex (ook) al jaren zaken doet met GEKA Automation, in ieder geval sinds 2006. Desgevraagd heeft GEKA Automation ter zitting bevestigd dat in de jaren dat zij zaken deed met Inter Imex, alle verkopen van machines en bijbehorende producten van GEKA Automation in Nederland uitsluitend via Inter Imex zijn gelopen. GEKA c.s. stelt dat Maquinaria GEKA en GEKA Automation twee verschillende bedrijven zijn met verschillende rechtsvormen, afzonderlijke technische afdelingen en een verschillend productaanbod. Maquinaria GEKA produceert handmatig bediende, traditionele metaalbewerkingsmachines en GEKA Automation computergestuurde metaalbewerkingsmachines (CNC-lijnen) die maatwerkoplossingen vormen, aldus GEKA c.s. Uit de aard van deze producten vloeit volgens GEKA c.s. voort dat GEKA Automation geen netwerk heeft van exclusieve wederverkopers zoals Maquinaria GEKA en dat zij vooral zaken doet rechtstreeks met de eindgebruiker. De voorzieningenrechter stelt allereerst vast dat die stelling niet strookt met de constatering dat alle verkopen van GEKA Automation in (in ieder geval) de jaren 2006 tot en met 2015 in Nederland via Inter Imex zijn gegaan. Verder staat vast dat Maquinaria GEKA en GEKA Automation gedeeltelijk dezelfde producten verkopen, te weten de door GEKA Automation geproduceerde Semi-Paxy machines. GEKA Automation heeft dan ook onvoldoende onderbouwd dat het verschil in producten ertoe leidt dat geen exclusiviteit geldt of kan gelden in de relatie tussen Inter Imex en GEKA Automation.
4.9.
Het lijkt veeleer aannemelijk, zoals Inter Imex stelt, dat in de handelsrelatie geen onderscheid werd gemaakt tussen Maquinaria GEKA en GEKA Automation en dat de handelsrelatie bestond tussen Inter Imex enerzijds en GEKA anderzijds. Dat die bestendige en exclusieve handelsrelatie zich uitstrekte over Maquinaria GEKA én GEKA Automation wordt nog verder ondersteund door de volgende feiten en omstandigheden. In een door Inter Imex overgelegd persbericht uit 2009 van GEKA wordt de ontwikkeling van GEKA beschreven van producent van handmatig bediende metaalbewerkingsmachines tot producent van (mede) computergestuurde metaalbewerkingsmachines (‘CNC lines’). Inter Imex wordt daarin vervolgens genoemd als distributeur van ‘GEKA’ sinds bijna 30 jaar:
“But in all those years we have not been alone, in all this time we have created a strong relationship, and everlasting bond with our distributors, a network consisting of more than fifty worldwide dealers, such as the one that liaises INTERIMEX and GEKA. Since 1981, we have been together providing our Dutch clients with our unbeatable combination of quality and price. Together providing an efficient after sales services. Together in the search of technical excellence through constant innovation.
INTERIMEX and GEKA have been working together almost thirty years in order to be able to design every single machine for each of our customers. […]”
De voorzieningenrechter vindt van belang dat in dit persbericht geen onderscheid wordt gemaakt tussen Maquinaria GEKA en GEKA Automation en dat expliciet de producten van GEKA Automation worden genoemd (‘CNC lines’). Dit persbericht gaat dus niet alleen over Maquinaria GEKA. Verder is belangrijk dat ten tijde van dit persbericht (2009) Inter Imex al tweemaal een omvangrijk ‘maatwerkproduct’ van GEKA Automation op de Nederlandse markt had verkocht.
Op de door GEKA c.s. overgelegde prijslijst van GEKA Automation ‘CNC PRICE LIST 2015’ staat verder meerdere malen de naam (en het adres van) Maquinaria GEKA genoemd. GEKA c.s. is niet ingegaan op deze omstandigheid en heeft dus niet uitgelegd waarom de naam van Maquinaria GEKA hierop genoemd staat. Zo’n uitleg was wel op zijn plaats geweest gezien haar centrale stelling dat Maquinaria GEKA en GEKA Automation twee verschillende bedrijven zijn met totaal verschillende producten.
Ten slotte heeft Inter Imex de orderbevestiging d.d. 12 april 2016 aan Tuwi in het geding gebracht. Dit betreft de order voor de Semi-Paxy, in samenstelling met een zogenaamde ‘Puma 110’. Volgens GEKA c.s. is deze samenstelling geleverd door GEKA Automation, maar de voorzieningenrechter constateert dat de orderbevestiging is uitgegeven door Maquinaria GEKA. Ook dit is een omstandigheid die erop duidt dat het onderscheid tussen Maquinaria GEKA en GEKA Automation in de praktijk niet (strikt) wordt gemaakt, zoals Inter Imex stelt. De verklaring die GEKA c.s. voor de orderbevestiging heeft gegeven, namelijk dat dit niet correct is verlopen en dat GEKA Automation op de order bevestiging had moeten staan, overtuigt – mede in het licht van de andere genoemde omstandigheden – niet. Uit het voorgaande volgt dat ook tussen Inter Imex en GEKA Automation een voldoende bestendige handelsrelatie bestond en bestaat, waarbij de facto sprake was en is van exclusiviteit. Dat de omvang van de verkopen van GEKA Automation aan Inter Imex (beduidend) lager is dan die van Maquinaria GEKA aan Inter Imex doet hier, gelet op het voorgaande, niet aan af.
4.10.
Een en ander betekent dat in ieder geval GEKA Automation in strijd heeft gehandeld met de verplichtingen die voor haar uit de overeenkomst met Inter Imex voortvloeien, door haar machines in 2016 aan Tuwi te verkopen voor de wederverkoop in Nederland. De vordering onder I (tot nakoming van de exclusiviteitsverplichting onder de overeenkomst) is dan ook toewijsbaar jegens GEKA Automation tot de datum van
1 augustus 2018. Zij is immers gehouden om in ieder geval tot die datum haar verplichtingen uit de overeenkomst na te komen, waaronder de verplichting om voor wederverkoop op de Nederlandse markt exclusief aan Inter Imex te verkopen. Gelet op de toewijzing van het gevorderde onder I, heeft Inter Imex geen belang bij toewijzing van de vordering onder II, omdat dit feitelijk op hetzelfde neerkomt.
4.11.
Mogelijk geldt ook voor Maquinaria GEKA dat zij de overeengekomen exclusiviteit heeft geschonden gelet op de orderbevestiging aan Tuwi van 12 april 2016. Maquinaria GEKA heeft echter aangevoerd dat die machine in consignatie is geleverd voor een beurs (en dus niet voor wederverkoop) en dat deze handelwijze niet kwalificeert als schending van de overeenkomst met Inter Imex. De voorzieningenrechter laat in het midden of deze levering kwalificeert als schending van de verplichtingen van Maquinaria GEKA onder de overeenkomst met Inter Imex. Er bestaat namelijk voldoende grond voor toewijzing van de vordering onder I jegens haar. Die grond bestaat in de omstandigheid dat de voorzieningenrechter aannemelijk acht dat in de handelsrelatie met Inter Imex in de praktijk geen (strikt) onderscheid werd gemaakt tussen GEKA Automation en Maquinaria GEKA. Een schending van de exclusiviteit door GEKA Automation is, onder deze specifieke omstandigheden, voldoende aanleiding om ook jegens Maquinaria GEKA de vordering onder I toe te wijzen.
Het verweer van GEKA c.s. dat het onder I gevorderde te algemeen is om te worden toegewezen wordt verworpen. De veroordeling houdt immers in dat zij moet handelen overeenkomstig de tussen partijen geldende exclusiviteit, die inhoudt dat alle verkopen van Maquinaria GEKA en GEKA Automation in Nederland via Inter Imex dienen te lopen.
4.12.
De voorzieningenrechter constateert dat de vordering onder I - gezien de formulering daarvan - slechts ziet op de nakoming van de exclusiviteitsverplichting onder de overeenkomst en niet op nakoming van alle verplichtingen onder de overeenkomst. Ten overvloede overweegt de voorzieningenrechter dat Maquinaria GEKA op dit moment volledige betaling van de door Inter Imex geplaatste orders verlangt voordat zij die orders accepteert en uitlevert. Tussen partijen staat vast dat die handelwijze afwijkt van de voorheen gebruikelijke werkwijze onder de overeenkomst en dat deze is ingegeven doordat Inter Imex de betaling van enkele openstaande facturen heeft opgeschort. Nu vaststaat dat GEKA c.s. in strijd met haar exclusiviteitsverplichting heeft gehandeld, is enige schade voor Inter Imex door die handelwijze aannemelijk. Zij heeft immers gemotiveerd gesteld dat er onrust is ontstaan op de markt, dat klanten door de berichtgeving in vakbladen naar Tuwi gaan in plaats van Inter Imex en dat zij klanten niet kon bedienen omdat GEKA c.s. niet tijdig reageerde op mailtjes en niet of niet tijdig orders uitleverde. De voorzieningenrechter is dan ook voorshands van oordeel dat Inter Imex zich op opschorting van haar betalingsverplichting heeft mogen beroepen. Dit betekent voorshands dat Maquinaria GEKA geen betaling van orders vooraf mag verlangen. De voorzieningenrechter overweegt echter wel over de opschorting dat het standpunt van Inter Imex dat aan haar als schadevergoeding de commissie toekomt van de verkopen aan Tuwi (door haar becijferd op € 81.560,40), niet zonder meer gevolgd kan worden. Inter Imex heeft immers niet gesteld of aannemelijk gemaakt dat indien de verkoop aan Tuwi (en vervolgens de wederverkoop aan CMB in Woudenberg) niet had plaatsgevonden, zij deze (weder)verkoop had weten te bewerkstelligen en aldus de commissie had ontvangen. Daarbij wijst de voorzieningenrechter erop dat vaststaat dat Inter Imex al sinds 2008 er niet meer in is geslaagd om een grote CNC-lijn te verkopen.
4.13.
Inter Imex heeft niet onderbouwd waarop de onder I gevorderde hoofdelijkheid is gebaseerd, zodat dat onderdeel wordt afgewezen.
De gevorderde dwangsom wordt gemaximeerd als omschreven onder 5.
4.14.
GEKA c.s. wordt als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij hoofdelijk in de proceskosten veroordeeld. De kosten aan de zijde van Inter Imex worden begroot op:
- betekening oproeping € 80,42
- griffierecht 618,00
- salaris advocaat 816,00
Totaal € 1.514,42
5 De beslissing
De voorzieningenrechter
5.1.
veroordeelt Maquinaria GEKA jegens Inter Imex haar verplichtingen uit de overeenkomst tot 1 augustus 2018 na te komen door in overeenstemming te handelen met de exclusieve bevoegdheid van Inter Imex om machines en producten van Maquinaria GEKA te verkopen in Nederland,
5.2.
veroordeelt Maquinaria GEKA om aan Inter Imex een dwangsom te betalen van € 5.000,- voor iedere dag dat zij niet aan de in 5.1. uitgesproken veroordeling voldoet, tot een maximum van € 50.000,- is bereikt,
5.3.
veroordeelt GEKA Automation jegens Inter Imex haar verplichtingen uit de overeenkomst tot 1 augustus 2018 na te komen door in overeenstemming te handelen met de exclusieve bevoegdheid van Inter Imex om machines en producten van GEKA Automation te verkopen in Nederland,
5.4.
veroordeelt GEKA Automation om aan Inter Imex een dwangsom te betalen van € 5.000,- voor iedere dag dat zij niet aan de in 5.3. uitgesproken veroordeling voldoet, tot een maximum van € 50.000,- is bereikt,
5.5.
veroordeelt GEKA c.s. hoofdelijk in de proceskosten, aan de zijde van Inter Imex tot op heden begroot op € 1.514,42, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag met ingang van de vijftiende dag na betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling,
5.6.
veroordeelt GEKA c.s. in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 131,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat GEKA c.s. niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 68,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak,
5.7.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
5.8.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. H.A. Brouwer en in het openbaar uitgesproken op 26 april 2017.1