3.1.
Hotel Booker en Bungalow Booker vorderen in de hoofdzaak bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
( i) te verklaren voor recht dat Hotel Booker en Bungalow Booker vanaf hun oprichting op respectievelijk 26 mei 2004 en 19 april 2005 niet vallen onder de werkingssfeer van de Ver-plichtstellingsbesluiten en daarom niet verplicht zijn om te deel te nemen in het bedrijfstak-pensioenfonds voor de Reisbranche;
(ii) te verklaren voor recht dat Hotel Booker en Bungalow Booker vanaf hun oprichting op respectievelijk 26 mei 2004 en 19 april 2005 niet vallen onder de werkingssfeer van het Ver-plichtstellingsbesluit 1998 en het Verplichtstellingsbesluit 2008 en daarom niet verplicht zijn
om deel te nemen in het bedrijfstakpensioenfonds voor de Reisbranche tot de inwerking-treding van het Verplichtstellingsbesluit 2015;
(iii) te verklaren voor recht dat SBR niet met terugwerkende kracht Hotel Booker en Bunga-low Booker kan aansluiten en zodoende niet met terugwerkende kracht premies en inzage in loongegevens kan vorderen;
(iv) te verklaren voor recht dat SBR uitsluitend met terugwerkende kracht Hotel Booker en Bungalow Booker kan aansluiten vanaf de inwerkingtreding van het Verplichtstellingsbesluit 2015 en zodoende uitsluitend vanaf de inwerkingtreding van het Verplichtstellingsbesluit 2015 premies en inzage in loongegevens kan vorderen;
( v) te verklaren voor recht dat de premievorderingen van SBR tot 6 oktober 2011 zijn ver-jaard, althans zijn verjaard tot een door de rechtbank in goede justitie te bepalen datum;
(vi) te verklaren voor recht dat SBR geen belang heeft bij inzage in loongegevens tot 6 okto-ber 2011, althans een door de rechtbank in goede justitie te bepalen datum;
( i) te verklaren voor recht dat Hotel Booker en Bungalow Booker vanaf hun oprichting res-pectievelijk op 26 mei 2004 en 19 april 2005 niet vallen onder de werkingssfeer van de cao’s voor de Reisbranche en de cao Sociaal Fonds en daarom niet verplicht zijn om bij te dragen aan het sociaal fonds voor de reisbranche;
(ii) te verklaren voor recht dat SRW uitsluitend van Hotel Booker en Bungalow Booker van-af de inwerkingtreding van het besluit van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegen-
heid van 29 april 2015, Stcrt. 2015, 9484 bijdragen en inzage in loongegevens kan vorderen;
(iii) te verklaren voor recht dat SRW niet met terugwerkende kracht van Hotel Booker en Bungalow Booker premies en inzage in loongegevens kan vorderen;
(vii) te verklaren voor recht dat SRW uitsluitend met terugwerkende kracht Hotel Booker en Bungalow Booker kan aansluiten vanaf de inwerkingtreding van het besluit van de Minister
van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 29 april 2015, Stcrt. 2015, 9484 en zodoende uitsluitend vanaf de inwerkingtreding van dit besluit bijdragen en inzage in loongegevens kan vorderen;
(iv) te verklaren voor recht dat de premievorderingen van SRW tot 6 oktober 2011 zijn ver-jaard, althans zijn verjaard tot een door de rechtbank in goede justitie te bepalen datum;
( v) te verklaren voor recht dat SRW geen belang heeft bij inzage in loongegevens tot 6 okto-ber 2011.
Ten slotte vorderen Hotel Booker en Bungalow Booker, zowel primair als (meer) subsidiair,
hoofdelijke veroordeling van SBR en SRW in de kosten van het geding, als ook in de na-kosten, te vermeerderen met de wettelijke rente.
3.2.
Hotel Booker en Bungalow Booker hebben aan hun vordering ten grondslag gelegd dat zij niet moeten worden aangesloten bij het verplicht gestelde bedrijfstakpensioenfonds voor de reisbranche en bij het sociaal fonds voor de reisbranche, aangezien zij niet actief zijn in de reisbranche en derhalve niet vallen onder de werkingssfeer van deze fondsen. Boven-dien hebben Hotel Booker en Bungalow Booker sinds 2004 een eigen pensioenregeling afge-sloten bij een pensioenverzekeraar, die financieel en actuarieel gelijkwaardig is aan het be-drijfstakpensioenfonds, zoals bedoeld in artikel 7 lid 5 van het Vrijstellings- en boetebesluit Bpf 2000.
Verder hebben Hotel Booker en Bungalow Booker ter onderbouwing van hun standpunt aan-gevoerd dat consumenten via door hen geëxploiteerde websites accommodaties kunnen zoe-ken en boeken in acht landen in Europa. Het doel daarbij is om het zoeken naar een hotel of bungalow eenvoudig te maken en om hotelkamers en bungalows voor scherpe tarieven be-schikbaar te maken voor consumenten, waarbij niet Hotel Booker en Bungalow Booker de prijzen bepalen, maar de verblijfaanbieders. Deze verblijfaanbieders zijn ook geen vaste ver-goedingen verschuldigd aan Hotel Booker en Bungalow Booker – zij ontvangen enkel een ‘service fee’ voor de boeking van een verblijf via de website. De activiteiten van Hotel Booker en Bungalow Booker zien niet op het zoeken en boeken van reizen van A naar B.
In aanvulling hierop hebben Hotel Booker en Bungalow Booker gesteld dat zij niet als tour-operator of als zakenreisbureau kunnen worden aangemerkt, en ook niet als toeristisch reis-bureau aangezien zij geen informatie en (dus niet: of) advies geeft aan consumenten, zoals de SRW als omschrijving van de reisbranche hanteert.
Hotel Booker en Bungalow Booker bemiddelen ook niet bij de totstandkoming van indivi-duele overeenkomsten op het gebied van reizen. Zij exploiteren slechts een online platform waarop aanbieders van verblijf hun aanbod kunnen adverteren. Onder verwijzing naar artikel 7:500 BW kunnen Hotel Booker en Bungalow Booker naar eigen zeggen evenmin als reis-agent worden aangemerkt.
Ten aanzien van de werkingssfeer hebben Hotel Booker en Bungalow Booker er verder op gewezen dat in de Verplichtstellingsbesluiten uit 1996, 1998 en 2008 niet het woordje “online” is vermeld, zodat zij tot 2015 in elk geval niet onder de werkingssfeer vielen.
Tot slot hebben Hotel Booker en Bungalow Booker erop gewezen dat de bewijslast in dezen op SBR en SRW ligt.
3.3.
SBR en SRW hebben gemotiveerd verweer gevoerd tegen de vorderingen, met als conclusie dat de kantonrechter deze zal afwijzen, met veroordeling van Hotel Booker en Bungalow Booker in de proceskosten. Zij hebben daartoe aangevoerd dat Hotel Booker en Bungalow Booker wel onder de werkingssfeer van deze fondsen vallen, aangezien zij bemid-delen bij het tot stand komen van overeenkomsten op het gebied van reizen in de ruimste zin des woords en in het bijzonder bij het sluiten van overeenkomsten tot verblijf. Hiermee vol-doen Hotel Booker en Bungalow Booker naar de mening van SBR en SRW aan de definitie van reisagent als bedoeld in het Verplichtstellingsbesluit en artikel 1.1 sub b van de CAO. Anders dan de kantonrechter te Amsterdam in zijn vonnis van 30 december 2016 (ECLI:NL:
RBAMS:2016:9040) in de zaak van SBR tegen Booking.com B.V. heeft overwogen, zijn SBR en SRW van mening dat het bemiddelen niet alleen ziet op een actief tussenbeide komen. Hiermee heeft die kantonrechter de definitie van de reisagent onjuist en niet conform de ‘cao-norm’ uitgelegd. Uit de handelwijze van Hotel Booker en Bungalow Booker volgt eveneens dat zij onder de werkingssfeer van het Verplichtstellingsbesluit en de CAO vallen. In dit kader hebben SBR en SRW verwezen naar de websites van Hotel Booker en Bungalow Booker, waarop dit wordt bevestigd en waaruit blijkt dat zij wel advies geven aan consumen-ten. Ook het gegeven dat de Algemene Voorwaarden van Thuiswinkel.org op Bungalow Booker van toepassing zijn verklaard, is hiervoor een indicatie. De conclusie luidt derhalve dat Hotel Booker en Bungalow Booker verplicht zijn om zich aan te sluiten bij SBR en jegens SRW moeten voldoen aan de verplichtingen die uit de CAO voortvloeien.