Wil sprake zijn van een handeling bestaande in een mededeling van een werk aan een publiek, dan moet die mededeling zijn gericht aan een onbepaald aantal potentiële kijkers, en bovendien een vrij groot aantal personen (HvJEG 7 december 2006, C-306/05, SGAE/Rafael Hoteles). Een te klein of zelfs onbeduidend aantal personen wordt uitgesloten van het begrip. Van belang is niet alleen hoeveel personen tegelijkertijd, maar ook achtereenvolgens toegang hebben tot hetzelfde werk (HvJEU 15 maart 2012, C-162/10 PPI/Ierland).
In een gemeenschappelijke huiskamer van [eiseres] zitten maximaal tien bewoners en een verzorgende. Die groep is klein. Dat ieder huis twee huiskamers heeft, en dat [eiseres] 26 vestigingen heeft, maakt de voor de beoordeling relevante groep niet groter; de heffing vindt immers plaats per ruimte. Op de vestiging in [plaatsnaam] wordt, blijkens de factuur, voor iedere gezamenlijke woonkamer afzonderlijk de licentievergoeding door Buma en de billijke vergoeding door Sena in rekening gebracht.
Het aantal potentiële kijkers/luisteraars is niet onbepaald maar juist bepaald: het zijn steeds dezelfde bewoners. Dat er zo nu en dan een bewoner vertrekt of sterft, waarna ruimte is voor een nieuwe bewoner, maakt die groep van potentiële kijkers/luisteraars nog niet onbepaald. Diezelfde omstandigheid maakt evenmin dat de groep een relevante grootte krijgt, doordat personen achtereenvolgens toegang krijgen. Daarvoor is die opvolging te traag (het gaat om gemiddeld drie personen per jaar) en bovendien kan niet worden volgehouden dat die opeenvolgende kijkers/luisteraars toegang krijgen tot hetzelfde werk, wanneer het gaat om radio- of televisie uitzendingen.
Het gaat hier, kortom, niet om ‘publiek’ maar om specifieke individuen die tot een private groep behoren. Dat er zo nu en dan een dokter in de huiskamer langs komt, of een bezoeker van één van de bewoners, maakt van deze private groep nog geen ‘publiek’ in de Europeesrechtelijk relevante zin.