RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
kantonrechter
zaaknummer: 7414385 UC EXPL 18-14156 ID/963
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
Hollandse Hoogte B.V.,
gevestigd te ’s-Gravenhage,
verder ook te noemen Hollandse Hoogte,
eisende partij,
gemachtigde: Rosmalen Nedland Gerechtsdeurwaarders B.V.,
[gedaagde]
,
voorheen handelend onder de naam [handelsnaam],
wonende te [woonplaats] ,
verder ook te noemen [gedaagde] ,
gedaagde partij,
procederend in persoon.
1 De procedure
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 4 december 2018 met producties 1 tot en met 6,
- de conclusie van antwoord met productie 1 en 2,
- de conclusie van repliek,
- de conclusie van dupliek.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2 De feiten
2.1.
Hollandse Hoogte beheert en exploiteert auteursrechten van fotografen. Zij is gerechtigd op te treden tegen auteursrechtelijke inbreuken.
2.2.
De door Hollandse Hoogte geëxploiteerde beeldbank bevat onder meer deze foto met nummer [fotonummer] (hierna: de foto):
2.3.
[gedaagde] heeft de foto zonder daartoe strekkende licentie en zonder de vermelding “© Hollandse Hoogte” op de destijds door hem geëxploiteerde website https:// [handelsnaam] .nl geplaatst.
2.4.
In een brief van 9 augustus 2017 hebben Hollandse Hoogte en Permission Machine BVBA [gedaagde] erop gewezen dat de foto auteursrechtelijk beschermd is en dat het gebruik van de foto zonder toestemming van de rechthebbende een auteursrechtinbreuk oplevert. [gedaagde] is aansprakelijk gesteld voor de daardoor geleden schade en hem is een schikkingsvoorstel gedaan inhoudende verwijdering van de foto en betaling van € 295,00 aan gemiste licentievergoeding en gemaakte kosten. [gedaagde] heeft de foto van de website verwijderd, maar ondanks herhaalde sommaties niets betaald.
2.5.
In een brief van 18 april 2018 heeft Rosmalen Nedland Gerechtsdeurwaarders B.V. [gedaagde] namens Hollandse Hoogte gesommeerd de foto niet meer te gebruiken en € 805,00 aan schadevergoeding te betalen wegens auteursrechtinbreuk, bestaande uit € 450,00 aan misgelopen licentievergoeding, € 295,00 aan door Permission Machine BVBA gemaakte kosten en € 60,00 aan door Rosmalen Nedland Gerechtsdeurwaarders B.V. gemaakte kosten. Ondanks sommaties heeft [gedaagde] niets betaald.
3 Het geschil
3.1.
Hollandse Hoogte vordert - samengevat - veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 372,38 aan schadevergoeding, te vermeerderen met wettelijke rente, en veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten en andere gemaakte kosten ex 1019h Rv.
3.2.
[gedaagde] voert verweer.
3.3.
Op de stellingen van partijen zal hierna, voor zover van belang, worden ingegaan.
4 De beoordeling
4.1.
Ter beoordeling ligt voor of [gedaagde] jegens Hollandse Hoogte schadeplichtig is op grond van een aan hem toe te rekenen inbreuk op auteursrechten op de foto. De kantonrechter beantwoordt deze vraag bevestigend en zal dat hierna toelichten.
4.2.
Tussen partijen is niet (langer) in geschil dat de foto auteursrechtelijk beschermd is en dat aan Hollandse Hoogte het recht toekomt de auteursrechten op de foto te beheren en te exploiteren, waaronder het recht om op te treden tegen auteursrechtinbreuken. Op grond van artikel 1 Auteurswet (Aw) heeft de auteursrechthebbende het uitsluitend recht om de foto openbaar te maken en te verveelvoudigen. Anderen mogen dit in beginsel alleen met voorafgaande toestemming van de rechthebbende, tenzij zij zich op een beperking van de Auteurswet kunnen beroepen. Dat laatste is in dit geval niet gesteld of gebleken. Verder komt aan de maker van de foto op grond van artikel 25 lid 1 sub a Aw in beginsel het recht toe op vermelding van zijn naam of een andere aanduiding als maker bij de foto.
4.3.
[gedaagde] heeft de foto zonder toestemming van Hollandse Hoogte en zonder naamsvermelding op zijn website openbaar gemaakt. Door zo te handelen heeft [gedaagde] inbreuk gemaakt op de hiervoor genoemde auteurs- en persoonlijkheidsrechten en daarmee onrechtmatig gehandeld. Dit maakt dat [gedaagde] schadeplichtig is jegens Hollandse Hoogte. Dat het gebruik van de foto op een vergissing berust, doet hier niet aan af. Ook het onbewust schenden van auteursrechten komt voor rekening en risico van de inbreukmaker. [gedaagde] had onderzoek behoren te doen naar de herkomst van de door hem op internet gevonden afbeelding en vervolgens toestemming moeten verkrijgen van de rechthebbende voor het gebruik van de foto. Dit heeft hij nagelaten.
4.4.
Hollandse Hoogte heeft voldoende feiten en omstandigheden gesteld op grond waarvan kan worden aangenomen dat als gevolg van de geconstateerde inbreuk schade is geleden. De foto is opgenomen in een beeldbank en voor het gebruik daarvan op een website moet gewoonlijk een licentievergoeding worden betaald. Er is dus sprake van commercieel gebruik van de foto. Nu de schade niet exact is vast te stellen, zal de kantonrechter deze begroten op een wijze die het meest in overeenstemming is met de aard van de geleden schade. Uitgangspunt bij deze begroting is dat de auteursrechthebbende ten minste aanspraak kan maken op een schadevergoeding gelijk aan de licentievergoeding die verschuldigd zou zijn geweest, als er wel toestemming voor de verveelvoudiging was gevraagd. Dat [gedaagde] niet bereid zou zijn geweest om voor gebruik van de foto te betalen, maakt dit niet anders.
4.5.
Hollandse Hoogte stelt dat voor de tarieven aansluiting moet worden gezocht bij de tarievenlijst 2015 van de Stichting Foto Anoniem. [gedaagde] heeft dit op zichzelf niet weersproken, zodat de kantonrechter die tarievenlijst zal hanteren. Hollandse Hoogte is voor wat betreft het toepasselijke tarief uitgegaan van het gemiddelde van de tarieven die gelden voor het gebruik van een foto in de verschillende pixelmaten voor plaatsing van één week tot één maand op een Nederlandstalige website met een .nl domeinnaam. Zij heeft aan de hand daarvan becijferd dat [gedaagde] minimaal € 248,25 exclusief btw verschuldigd zou zijn geweest.
4.6.
Nu [gedaagde] niet heeft bestreden dat hij de foto minimaal één maand heeft gebruikt, volgt de kantonrechter Hollandse Hoogte in haar standpunt dat kan worden uitgegaan van de tarieven behorend bij gebruik tot één maand. De kantonrechter gaat echter niet uit van het gemiddelde tarief van de diverse pixelmaten in die categorie, maar van het tarief behorend bij het kleinste formaat à € 185,00 exclusief btw. Dit omdat Hollandse Hoogte heeft nagelaten om het formaat van de afbeelding te vermelden. Verder neemt de kantonrechter in aanmerking dat uit de tarievenlijst volgt dat er kortingen worden toegepast in het geval de foto niet op de openings- of homepage van de website is geplaatst, maar op een dieperliggend niveau. Uit productie 1 bij dagvaarding blijkt dat de foto op https:// [handelsnaam] .nl/ […] -en- […] -nummers/ […] / stond afgebeeld. Gelet daarop neemt de kantonrechter aan dat de foto niet op de homepage is geplaatst, maar op een subpagina die ten minste één niveau dieper ligt. De kantonrechter zal daarom een korting van 25% toepassen.
4.7.
De kantonrechter acht het in dit geval redelijk om naast het bedrag aan gederfde licentievergoeding een opslag van 25% te hanteren als vergoeding voor geleden schade vanwege het ontbreken van de naamsvermelding. De kantonrechter ziet geen aanleiding om schadevergoeding toe te kennen wegens de door Hollandse Hoogte gestelde afbreuk aan het zelfbeschikkingsrecht oftewel het recht om zelf te bepalen waar, hoe en hoe lang de foto wordt gebruikt. Dit omdat aangenomen kan worden dat de waarde van de exclusiviteit van de foto is verdisconteerd in de licentievergoeding. Verder is de door [gedaagde] aangevoerde omstandigheid dat de afbeelding slechts door een beperkt aantal websitebezoekers kan zijn gezien, geen omstandigheid die kan leiden tot verlaging van de vergoeding. De door [gedaagde] te betalen vergoeding komt daarmee op € 173,44 exclusief btw.
4.8.
Op grond van artikel 6:96 lid 2 sub b BW komen gemaakte kosten voor onderzoek naar / opsporing van een auteursrechtinbreuk voor vergoeding in aanmerking voor zover zij in redelijkheid zijn gemaakt. Uit productie 3 bij dagvaarding valt af te leiden dat Permission Machine BVBA daar 20 minuten aan heeft besteed. Uitgaande van het gestelde uurtarief van € 105,00 per uur, komt deze schadepost op een bedrag van € 35,00.
4.9.
[gedaagde] zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. Deze procedure ziet op de handhaving van intellectuele eigendomsrechten, zodat artikel 1019h Rv van toepassing is. Op grond van dat artikel wordt de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in redelijke en evenredige gerechtskosten en andere kosten die de in het gelijk gestelde partij heeft gemaakt, tenzij de billijkheid zich daartegen verzet. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft Hollandse Hoogte in redelijkheid tot dagvaarden kunnen overgaan, omdat [gedaagde] in het minnelijke traject niet tot betaling van enige schadevergoeding is overgegaan en ook geen concreet aanbod daartoe heeft gedaan. Bij de vaststelling van de redelijke en evenredige kosten ex artikel 1019h Rv gaat de kantonrechter uit van de door de rechtbank gehanteerde Indicatietarieven in IE-zaken, versie 1 april 2017. Nu het een eenvoudige inbreukkwestie betreft, met een beperkt feitencomplex en er geen uitgebreid inhoudelijk verweer is gevoerd, beschouwt de kantonrechter deze zaak als een zeer eenvoudige, niet bewerkelijke bodemzaak, waarvoor het liquidatietarief geldt.
4.10.
De proceskosten aan de zijde van Hollandse Hoogte worden begroot op:
- dagvaarding € 84,21
- griffierecht 119,00
- salaris gemachtigde 144,00 (2,0 punten × tarief € 72,00)
Totaal € 347,21
4.11.
Een vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke (incasso)kosten is slechts toewijsbaar, als deze kosten in redelijkheid zijn gemaakt en de omvang daarvan ook redelijk is. Hollandse Hoogte heeft voldoende gesteld en onderbouwd dat er buitengerechtelijke (incasso)werkzaamheden zijn verricht. De gevorderde buitengerechtelijke kosten zullen worden toegewezen tot ten hoogste het bedrag van de wettelijke staffel van het Rapport BGK-integraal, zijnde € 31,27 (15% over de hoofdsom van € 208,44).
4.12.
De gevorderde wettelijke rente over het bedrag aan schadevergoeding zal worden toegewezen zoals gevorderd.
5 De beslissing
5.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan Hollandse Hoogte een bedrag van € 208,44 te betalen aan schadevergoeding, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW daarover met ingang van 4 december 2018 tot de dag van volledige betaling,
5.2.
veroordeelt [gedaagde] om aan Hollandse Hoogte een bedrag van € 31,27 te betalen aan buitengerechtelijke incassokosten,
5.3.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, aan de zijde van Hollandse Hoogte tot op heden begroot op € 347,21, waarin begrepen € 144,00 aan salaris gemachtigde,
5.4.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
5.5.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.A. Steenbergen, kantonrechter, en is in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 10 april 2019.