Uitspraken

Een deel van alle rechterlijke uitspraken wordt gepubliceerd op rechtspraak.nl. Dit gebeurt gepseudonimiseerd.

Deze uitspraak is gepseudonimiseerd volgens de pseudonimiseringsrichtlijn

ECLI:NL:RBNHO:2021:12178

Rechtbank Noord-Holland
16-12-2021
11-01-2022
9500973 \ AO VERZ 21-47
Civiel recht
Eerste aanleg - enkelvoudig

Ontbinding arbeidsovereenkomst op e-grond. Ernstig verwijtbaar handelen werknemer, omdat hij zonder deugdelijke grond zijn re-integratieverplichtingen niet heeft nageleefd. Geen rekening gehouden met opzegtermijn en geen recht op transitievergoeding.

Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2022-0060
Prg. 2022/62
VAAN-AR-Updates.nl 2022-0060

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind

locatie Zaanstad

Zaaknr./repnr.: 9500973 \ AO VERZ 21-47 BL

Uitspraakdatum: 16 december 2021

Beschikking van de kantonrechter in de zaak van:

de publiekrechtelijke rechtspersoon gemeente Zaanstad

zetelende te Zaandam

verzoekende partij

verder te noemen: de gemeente Zaanstad

gemachtigde: mr. J.P. Dikker

tegen

[verweerder]

wonende te [woonplaats]

verwerende partij

verder te noemen: [verweerder]

procederend in persoon

De zaak in het kort

Tussen partijen bestaat sinds 1 april 2021 een arbeidsovereenkomst. [verweerder] heeft zich op
27 april 2021 ziek gemeld, en sindsdien geen werkzaamheden meer voor de gemeente Zaanstad verricht en na verloop van tijd ook niets meer van zich laten horen. De gemeente Zaanstad verzoekt om ontbinding van de arbeidsovereenkomst, omdat [verweerder] volgens de gemeente Zaanstad zonder deugdelijke grond zijn re-integratieverplichtingen niet heeft nageleefd. De kantonrechter geeft de gemeente Zaanstad gelijk, en oordeelt dat [verweerder] ernstig verwijtbaar heeft gehandeld. Daarom wordt het verzoek toegewezen, en wordt bij de ontbinding geen rekening gehouden met de opzegtermijn. Ook hoeft de gemeente Zaanstad geen transitievergoeding aan [verweerder] te betalen.

1 Het procesverloop

1.1.

De gemeente Zaanstad heeft een verzoek gedaan om de arbeidsovereenkomst tussen partijen te ontbinden.

1.2.

Op 18 november 2021 heeft een zitting plaatsgevonden. [verweerder] is - na schriftelijk afbericht - niet op de zitting verschenen. De gemeente Zaanstad heeft op de zitting haar standpunt toegelicht en vragen beantwoord. De griffier heeft daarvan aantekeningen gemaakt.

2 De feiten

2.1.

[verweerder] , geboren [geboortedatum] , is sinds 1 april 2021 in dienst bij de gemeente Zaanstad voor de duur van een jaar, eindigende op 1 april 2022. De functie van [verweerder] is medewerker handhaving met een salaris van € 2.505,00 bruto per maand exclusief 17,05% individueel keuzebudget (IKB).

2.2.

[verweerder] heeft zich op 27 april 2021 ziek gemeld bij de gemeente Zaanstad. Op 4 juni 2021 heeft [verweerder] contact gehad met de bedrijfsarts, die oordeelde dat werkhervatting op dat moment niet mogelijk was.

2.3.

Op de telefonische vervolgafspraak bij de bedrijfsarts op 28 juni 2021 was [verweerder] niet bereikbaar, zonder afbericht.

2.4.

Met een aangetekend verzonden brief van 5 juli 2021 is [verweerder] door de gemeente Zaanstad uitgenodigd voor een gesprek over de verzuimsituatie op 7 juli 2021. Daarbij is aan [verweerder] meegedeeld dat de salarisbetaling gestaakt kan worden indien hij op 7 juli 2021 niet verschijnt. [verweerder] is niet verschenen en heeft geen contact opgenomen met de gemeente Zaanstad.

2.5.

In een aangetekend en per e-mail verzonden brief van 13 juli 2021 heeft de gemeente Zaanstad aan [verweerder] meegedeeld dat de betaling van zijn salaris wordt opgeschort met ingang van 7 juli 2021, totdat hij zijn zich weer houdt aan de verplichtingen uit de verzuimspelregels. Daarbij is [verweerder] opnieuw uitgenodigd voor een gesprek bij de gemeente Zaanstad, op 15 juli 2021. [verweerder] is op die datum weer niet verschenen, en heeft geen contact opgenomen met de gemeente Zaanstad.

2.6.

Per abuis heeft de gemeente Zaanstad het salaris over juli 2021 toch uitbetaald aan [verweerder] . In een aangetekend verzonden brief van 3 augustus 2021 heeft de gemeente Zaanstad aan [verweerder] meegedeeld dat dit niet betekent dat de doorbetaling van het salaris is hervat.

2.7.

Op 5 augustus 2021 is de leidinggevende van [verweerder] naar zijn woning gegaan, waar [verweerder] niet werd aangetroffen.

2.8.

In een per post en e-mail verzonden brief van 27 augustus 2021 heeft de gemeente Zaanstad aan [verweerder] meegedeeld dat zij van plan is om de doorbetaling van het salaris en toelagen stop te zetten, als hij niet uiterlijk op 1 september 2021 contact opneemt voor het maken van re-integratieafspraken. Hierop heeft [verweerder] niet gereageerd, en de gemeente Zaanstad heeft per 1 september 2021 de loonbetaling gestaakt.

2.9.

De gemeente Zaanstad heeft op 10 augustus 2021 een deskundigenoordeel aan het UWV gevraagd. In het kader van hoor en wederhoor heeft het UWV op 5 oktober 2021 een e-mail aan [verweerder] gestuurd met het verzoek om contact op te nemen, en op 5, 6, 7 en 8 oktober 2021 geprobeerd om telefonisch contact met hem te krijgen. Ook het UWV heeft [verweerder] niet kunnen bereiken. Daarom heeft het UWV op 8 oktober 2021 geconcludeerd dat de re-integratie-inspanningen van [verweerder] niet beoordeeld kunnen worden.

3 Het verzoek en het verweer

3.1.

De gemeente Zaanstad verzoekt de arbeidsovereenkomst met [verweerder] te ontbinden vanwege - kort gezegd - verwijtbaar handelen van [verweerder] , zodanig dat van de gemeente Zaanstad redelijkerwijs niet gevergd kan worden de arbeidsovereenkomst te laten voortduren, doordat [verweerder] zonder deugdelijke grond zijn re-integratieverplichtingen niet nakomt. Daarnaast heeft [verweerder] zijn diploma, een Verklaring Omtrent Gedrag en de oorkonde van de afgelegde ambtseed niet overgelegd, waarmee hij zijn verplichtingen uit de arbeidsovereenkomst niet nakomt. Omdat volgens de gemeente Zaanstad ook sprake is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van [verweerder] , verzoekt zij om ontbinding zonder rekening te houden met de opzegtermijn, en een verklaring voor recht dat zij geen transitievergoeding aan [verweerder] verschuldigd is.

3.2.

[verweerder] heeft, in een op 17 november 2021 ontvangen brief, aan de kantonrechter meegedeeld dat hij niet op de zitting aanwezig zal zijn, en dat hij instemt met ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Ter toelichting heeft [verweerder] aangevoerd dat hij de afgelopen maanden zwaar depressief was, en dat dit tot zijn nalaten heeft geleid.

4 De beoordeling

4.1.

Het gaat in deze zaak om de vraag of de arbeidsovereenkomst tussen partijen moet worden ontbonden. In geval van ontbinding moet ook worden beoordeeld per welke datum de arbeidsovereenkomst eindigt.

4.2.

Een arbeidsovereenkomst kan alleen worden ontbonden als daar een redelijke grond voor is. In de wet, het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW), is bepaald wat een redelijke grond is (artikel 7:669 lid 3 BW). Ook is voor ontbinding vereist dat herplaatsing van de werknemer binnen een redelijke termijn niet mogelijk is of niet in de rede ligt (artikel 7:669 lid 1 BW).

4.3.

De gemeente Zaanstad verzoekt ontbinding op grond van verwijtbaar handelen van [verweerder] (artikel 7:669 lid 3 sub e BW). Naar het oordeel van de kantonrechter leveren de door de gemeente Zaanstad naar voren gebrachte feiten en omstandigheden een redelijke grond voor ontbinding op. Daarover wordt het volgende overwogen.

4.4.

De gemeente Zaanstad verwijt [verweerder] dat hij zonder deugdelijke grond zijn re-integratieverplichtingen niet heeft nageleefd. Een verzoek dat op deze grondslag is gebaseerd, moet op grond van artikel 7:671b lid 5 BW worden afgewezen indien de werkgever de werknemer niet eerst schriftelijk heeft gemaand tot nakoming van de re-integratieverplichtingen, of om die reden de loonbetaling heeft gestaakt. Uit de onder de feiten genoemde, door de gemeente Zaanstad overgelegde stukken blijkt dat hieraan is voldaan. Ook moet de werkgever beschikken over een deskundigenoordeel van het UWV, tenzij dit in redelijkheid niet van de werkgever kan worden gevergd. De gemeente Zaanstad heeft een deskundigenoordeel gevraagd, maar de arbeidsdeskundige heeft de re-integratie-inspanningen van [verweerder] niet kunnen beoordelen, omdat [verweerder] ook voor de deskundige niet bereikbaar was. Daarmee kan niet van de gemeente Zaanstad in redelijkheid niet worden gevergd te beschikken over een deskundigenoordeel. De gemeente Zaanstad heeft dus aan de formele vereisten voldaan.

4.5.

In de wetsgeschiedenis wordt het niet nakomen van de re-integratieverplichtingen door de werknemer als voorbeeld van een e-grond genoemd (Kamerstukken II 2013/14, 33818, nr. 3, p. 99). Vast staat dat [verweerder] zijn werkgever niet de gelegenheid heeft gegeven zijn arbeidsongeschiktheid te laten toetsen door de bedrijfsarts en door de arbeidsdeskundige van het UWV, en dat hij ook bij herhaling niet is verschenen op uitnodigingen om met de gemeente Zaanstad te komen praten over de verzuimsituatie en re-integratiemogelijkheden. [verweerder] heeft zich sinds 19 mei 2021, toen hij ondanks zijn arbeidsongeschiktheid op het werk is geweest om de ambtseed af te leggen, feitelijk onbereikbaar gehouden voor de gemeente Zaanstad, ondanks diverse schriftelijke waarschuwingen, een loonopschorting en een loonstop. Daarmee is de kantonrechter van oordeel dat [verweerder] herhaaldelijk en bij voortduring is tekortgeschoten in de op hem rustende re-integratieverplichtingen. Niet is gebleken dat daarvoor een deugdelijke grond aanwezig is geweest. [verweerder] schrijft in zijn daags voor de zitting ontvangen brief, dat hij de afgelopen maanden zwaar depressief is geweest, en dat dit tot zijn nalaten heeft geleid. Dit wordt echter door [verweerder] niet nader toegelicht en een (medische) onderbouwing ontbreekt. Ook is [verweerder] niet op de zitting verschenen om zijn standpunt toe te lichten en vragen te beantwoorden. Daarmee kan niet worden vastgesteld of [verweerder] vanwege zijn psychische gesteldheid niet in staat is geweest om de controlevoorschriften na te leven.

4.6.

Omdat vast staat dat [verweerder] de controlevoorschriften bij ziekte stelselmatig niet heeft nageleefd, en niet is komen vast te staan dat [verweerder] om medische redenen niet in staat is geweest die controlevoorschriften na te leven, kan de kantonrechter niet anders dan vaststellen dat sprake is van verwijtbaar handelen en/of nalaten van [verweerder] , zodanig dat van de gemeente Zaanstad redelijkerwijs niet gevergd kan worden de arbeidsovereenkomst te laten voortduren.

4.7.

Het opzegverbod wegens ziekte is niet van toepassing indien de werknemer de re-integratieverplichtingen niet nakomt zonder deugdelijke grond, en de werkgever de werknemer schriftelijk heeft gemaand tot nakoming van de re-integratieverplichtingen, of om die reden de loonbetaling heeft gestaakt (artikel 7:670a lid 1 BW). Deze situatie doet zich hier voor, zodat het opzegverbod niet in de weg staat aan ontbinding van de arbeidsovereenkomst.

4.8.

Herplaatsing van [verweerder] binnen de gemeente Zaanstad ligt niet in de rede, omdat sprake is van verwijtbaar gedrag (artikel 7:669 lid 1 BW).

4.9.

Dit betekent dat dat de arbeidsovereenkomst wordt ontbonden.

4.10.

De gemeente Zaanstad stelt verder dat sprake is van ernstig verwijtbaar handelen en nalaten van [verweerder] , zodat de arbeidsovereenkomst moet worden ontbonden zonder rekening te houden met de opzegtermijn. Uit de wetsgeschiedenis volgt dat het bij ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werknemer gaat om bijvoorbeeld de situatie waarin de werknemer controlevoorschriften bij ziekte herhaaldelijk, ook na toepassing van loonopschorting, niet naleeft en hiervoor geen gegronde reden bestaat (Kamerstukken II 2013/14, 33818, nr. 3, p. 39 en 40). Zoals hiervoor is geoordeeld is deze situatie hier aan de orde, zodat ook sprake is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van [verweerder] . De arbeidsovereenkomst zal daarom met toepassing van artikel 7:671b lid 9 onder b BW worden ontbonden met ingang van 16 december 2021.

4.11.

Omdat het eindigen van de arbeidsovereenkomst het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van [verweerder] , kan hij geen aanspraak maken op een transitievergoeding (artikel 7:673 lid 7 aanhef en sub c BW). De door de gemeente Zaanstad verzochte verklaring voor recht kan daarom worden verleend.

4.12.

De proceskosten komen voor rekening van [verweerder] , omdat sprake is van (ernstig) verwijtbaar handelen of nalaten van [verweerder] . Daarbij zal het salaris van de gemachtigde van gemeente Zaanstad worden vastgesteld op € 498,00.

5 De beslissing

De kantonrechter:

5.1.

ontbindt de arbeidsovereenkomst tussen partijen met ingang van 16 december 2021;

5.2.

verklaart voor recht dat het eindigen van de arbeidsovereenkomst het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van [verweerder] zodat de gemeente Zaanstad de transitievergoeding niet verschuldigd is;

5.3.

veroordeelt [verweerder] tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van gemeente Zaanstad tot en met vandaag vaststelt op:
griffierecht € 126,00

salaris gemachtigde € 498,00 .

Deze beschikking is gegeven door mr. S. Slijkhuis en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter

De gegevens worden opgehaald

Hulp bij zoeken

Er is een uitgebreide handleiding beschikbaar voor het zoeken naar uitspraken, met onder andere uitleg over:

Selectiecriteria

De Rechtspraak, Hoge Raad der Nederlanden en Raad van State publiceren uitspraken op basis van selectiecriteria:

  • Uitspraken zaken meervoudige kamers
  • Uitspraken Hoge Raad en appelcolleges
  • Uitspraken met media-aandacht
  • Uitspraken in strafzaken
  • Europees recht
  • Richtinggevende uitspraken
  • Wraking

Weekoverzicht

Selecteer een week en bekijk welke uitspraken er in die week aan het uitsprakenregister zijn toegevoegd.