[werknemer] verzoekt de kantonrechter om bij vonnis, na vermeerdering van eis, uitvoerbaar bij voorraad, Groep Kennemerwaert te veroordelen tot:
I. betaling aan [werknemer] van achterstallig loon van november 2019 tot en met de dag van het vonnis, tot de dag van de dagvaarding begroot op € 8.136,78 bruto, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 24 november 2019 en de maximale wettelijke verhoging ex artikel 7:625 BW;
II. het correct inhouden en afdragen van de pensioenpremie over het achterstallige salaris als gevorderd onder I.;
III. het verstrekken van juiste salarisspecificaties vanaf november 2019 tot het moment van het vonnis, op straffe van een dwangsom van € 1.000 per dag of gedeelte daarvan;
IV. doorbetaling van het salaris van € 3.575 bruto per maand, te vermeerderen met de overeengekomen emolumenten, tot het moment dat de arbeidsovereenkomst tussen partijen rechtsgeldig is geëindigd;
V. het intrekken van de ziekmelding en de gevolgen daarvan ongedaan te maken,
op straffe van een dwangsom van € 1.000 per dag of gedeelte daarvan;
VI. het intrekken van de officiële waarschuwing van 22 november 2019 en de beoordeling van 10 december 2019 en deze uit het personeelsdossier van [werknemer] te verwijderen en verwijderd te houden, op straffe van een dwangsom van € 1.000 per dag of gedeelte daarvan;
VII. betaling van een bedrag van € 10.280,41 exclusief btw aan gemaakte advocaatkosten;
VIII. betaling van € 875,00 aan buitengerechtelijke proceskosten;
IX. betaling van de kosten van deze procedure;
X. betaling van € 423,50 aan schadevergoeding, bestaande uit kosten van een arbeidsdeskundig onderzoek op 15 juni 2020;
en daarnaast:
XI. te verklaren voor recht dat [werknemer] niet arbeidsongeschikt is in de zin van artikel 7:629 BW, dan wel anderszins als ziek of arbeidsongeschikt valt te kwalificeren.